Asscher: onderzoek verdringing Nederlandse werknemers

Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken stelt een onderzoek in naar verdringing van Nederlandse werknemers door Oost-Europeanen, zo zei hij vandaag op een top over arbeidsmigratie. Foto ANP / Bas Czerwinski

Minister van Sociale Zaken Lodewijk Asscher (PvdA) stelt een onderzoek in naar het vervullen van Nederlandse banen door goedkopere Oost-Europese arbeidskrachten. Dat heeft hij bekendgemaakt op een top over arbeidsmigratie in Den Haag.

Het onderzoek moet onder meer uitwijzen wat het kabinet kan doen om verdringing van Nederlandse werknemers tegen te gaan. Asscher wil bovendien dat er meer hoogopgeleide en minder laagopgeleide werknemers naar Nederland komen. Op dit moment komen er relatief veel laagopgeleide arbeidsmigranten naar Nederland.

Nederland heeft eerder dit jaar afspraken gemaakt met Roemenië en Bulgarije over het informeren van ‘potentiële arbeidsmigranten’ over hun kansen in Nederland. Asscher wil ook zulke afspraken met Polen maken.

Verder wil het kabinet de registratie van arbeidsmigranten verbeteren. In een aantal gemeenten komt een proefproject met ‘participatiecontracten’ waarmee werknemers uit andere EU-landen beloven de Nederlandse grondrechten onderschrijven.

Afspraken tegen misstanden

Asscher maakte ook bekend dat hij afspraken heeft gemaakt met de supermarkt- en de agrarische branche om de misstanden op de werkvloer tegen te gaan:

Goed werkgeverschap in deze sector betekent dat er dient te worden betaald conform de cao- en de contractafspraken, de arbeidstijden niet worden overschreden en de arbeidskosten niet worden gedrukt via schijn- of illegale constructies.

‘Duizenden Roemenen naar Nederland, geen tienduizenden’

Als op 1 januari de grenzen opengaan voor Roemenen en Bulgaren, zullen duizenden Roemenen naar Nederland komen, maar het zullen er geen tienduizenden worden. Dat verwacht de Roemeense minister van sociale zaken Mariana Campeanu. Ze is vandaag in Nederland om deel te nemen aan topoverleg in Den Haag over de openstelling van de grenzen voor Roemenen en Bulgaren per 1 januari, met onder anderen Asscher, die onlangs de noodklok luidde over de gevolgen van de komst van Oost-Europese werknemers voor de arbeidsmarkt in de rijkere EU-landen zoals Nederland. Hij sprak van ‘code oranje’ voor de arbeidsmarkt.

Campeanu zegt tegen persdienst Novum het pleidooi van Asscher niet te begrijpen.

“Ik ga hem vragen wat hij precies bedoelt. Ook zal ik hem vertellen dat ik geloof in een benadering waarin alle burgers dezelfde rechten hebben. Er mag geen sprake zijn van eersterangs en tweederangs burgers van de Europese Unie.”

Roemenië kwam in 2007 bij de Europese Unie, tegelijk met Bulgarije. Nederland bedong dat werknemers uit beide landen niet meteen vrije toegang kregen, maar nog een werkvergunning moesten aanvragen. Dat uitstel is volgens Europese regels maximaal zeven jaar mogelijk. Dat betekent dat Roemenen en Bulgaren per 1 januari vrije toegang hebben.

(Novum)