Ambtenaar of rechter. Wie heeft het laatste woord?

De IND beslist of een verhaal van een asielzoeker overtuigend genoeg is om te mogen blijven De rechter mag niet opnieuw inhoudelijk toetsen D66 komt met een wetsvoorstel om dat te veranderen

Uitgeprocedeerde asielzoekers op de Dam in Amsterdam. Rechters moeten asielaanvragen inhoudelijk kunnen toetsen, vindt D66. foto Andrea de Knegt

Redacteur Justitie

Hard bewijs bestaat in asielzaken vaak niet. Ongeveer tachtig procent van alle asielzoekers die in Nederland asiel komen aanvragen, komt hier zonder documenten aan. Ze hebben geen paspoort of identiteitsbewijs om hun leeftijd of achtergrond vast te stellen.

Maar de asielzoeker moet toch de Immigratie- en Naturalisatiedienst zien te overtuigen dat hij is wie hij zegt dat-ie is. Zijn verhaal moet geloofwaardig zijn. Is hij vluchteling, heeft hij inderdaad recht op asiel? Vaak geeft één enkele IND-ambtenaar op die vraag antwoord, waar vanaf hangt of de asielzoeker wel of niet in Nederland kan blijven. Het belangrijkste criterium is daarbij „positieve overtuigingskracht”.

Wél naar geloofwaardigheid kijken

Probleem is nu dat die positieve overtuigingskracht geen absoluut begrip vormt. Want wanneer is een verhaal voldoende overtuigend? En als de asielzoeker het niet eens is met het besluit van de IND en dus beroep aantekent, mag de rechter vervolgens alleen ‘marginaal’ toetsen. De rechtbank behoort niet zelf opnieuw het asielverhaal gaan beoordelen, maar gaat alleen na of de IND „in redelijkheid tot een oordeel is gekomen” en volgens de wet heeft gehandeld. Ook nieuwe feiten in een asielzaak, bijvoorbeeld als de onrust in het land van herkomst groter is geworden, mag de rechter niet meewegen.

Dit moet anders geregeld worden, vindt D66. „Het kan niet zo zijn dat het besluit van één ambtenaar boven dat van de rechter staat”, zegt Tweede Kamerlid Gerard Schouw. Hij komt vandaag met een initiatiefwetsvoorstel waarin staat dat rechters bij een asielaanvraag wél naar de geloofwaardigheid van de feiten mogen kijken. „De inhoudelijke toets van de IND valt nu door niemand te controleren. Dat betekent onvoldoende rechtsbescherming voor asielzoekers.”

Het probleem waar asieladvocaten volgens Schouw tientallen keren per jaar op stuiten is dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst op details een aanvraag afwijzen. En de rechter kan zo’n besluit niet terugdraaien, omdat de Raad van State, de hoogste bestuursrechter, dan oordeelt dat de rechtbank „te intensief” naar de asielaanvraag zélf heeft gekeken.

Een voorbeeld van zo’n redenering komt uit uit april 2012: een Iraanse topsporter – karate – vraagt asiel aan in Nederland. Hij heeft wél identiteitspapieren, alleen geen reisdocumenten en kan dus zijn reis van Iran naar Nederland niet bewijzen. Bovendien was de Iraniër niet consequent over het aantal dreigtelefoontjes dat hij in Iran zou hebben gekregen: één keer zei hij dat het er twee waren, een andere keer dat het maar één telefoontje was. Geen consistent verhaal, vindt de IND, en dus krijgt de man geen vergunning. De rechtbank vindt de motivering van de IND onvoldoende om de „conclusie van een ongeloofwaardig relaas” te dragen, en staat dus aan de kant van de topsporter. Maar de overheid gaat in beroep bij de Raad van State, en die vindt dat de rechtbank te veel naar de inhoud gekeken heeft.

De ‘marginale toets’ van asielzaken is al jaren punt van politieke discussie. In 2006 kwam D66 al eens met dit plan, maar toen bleef het liggen omdat andere partijen in de Kamer te veel over steun aarzelden. „Zorgvuldigheid en humaniteit zijn terug op de agenda”, zegt Schouw. Aanleiding daarvoor is de dood van de Russische asielzoeker Dolmatov. Hij pleegde zelfmoord in zijn cel in detentiecentrum Rotterdam, terwijl hij niet eens in vreemdelingendetentie had mógen zitten.

Rijtje van versoepelingen

Zelf ziet Schouw zijn wetsvoorstel graag als onderdeel van het rijtje van versoepelingen in het asielbeleid, waarmee staatssecretaris Fred Teeven (Veiligheid en Justitie, VDV) zeer binnenkort zal komen. Naar aanleiding van de kwestie-Dolmatov zegde Teeven toe om opnieuw te kijken naar hoe Nederland omgaat met uitgeprocedeerde vreemdelingen. Waarschijnlijk komt de staatssecretaris deze week met concrete uitwerkingen over de manier waarop Nederland uitgeprocedeerde vreemdelingen het land probeert uit te zetten.

Steun van een meerderheid van de Kamer heeft Schouw nog niet rond. SP, GroenLinks en ChristenUnie zijn positief, dat zijn de partijen waar D66 de afgelopen jaren steeds mee samenwerkt op asiel- en immigratieterrein. De PvdA hoorde daar ook bij, tot ze weer met de VVD ging regeren. Nu is de PvdA „zeer afhoudend”, zegt Schouw. De VVD was hier altijd tegen, en vindt dat het niet aan de rechter is om eventuele scherpe kantjes van immigratiebeleid af te halen.

Meerderheid of niet, zegt Schouw, hij heeft de Europese wetgeving aan zijn kant. Deze zomer is in Brussel vastgelegd dat rechters van Europese lidstaten asielzaken volledig moeten toetsen, en dus ook naar onderliggende feiten en verklaringen moeten kunnen kijken. Nederland moet dat uiterlijk zomer 2015 hebben geregeld. „Ik heb nog geen enkel initiatief van de regering hierover gezien. En de PvdA kan nu misschien met de VVD meegaan in uitstel, maar uiteindelijk komt die inhoudelijke toets er toch.”