Afkoelen en je fouten overdenken

KNVB wil zo hard spel tegengaan

Het geschreeuw van de spelers en zo nu en dan de fluit van de scheidsrechter zijn de onveranderlijke voetbalgeluiden die deze stille zaterdagochtend over het complex van Alkmaarsche Boys waaien. De eerste zaterdag van september vormt de start van een nieuw seizoen amateurvoetbal met nieuwe kansen én nieuwe regels. Meest in het oog springende wijziging is de tijdstraf van tien minuten in plaats van een gele kaart.

Het lik-op-stukbeleid moet voorkomen dat duels zo uit de hand lopen als gebeurde in Almere, waar grensrechter Richard Nieuwenhuizen in december 2012 werd doodgeschopt. Doordat een overtreding nu een directe consequentie heeft waarmee een elftal wordt benadeeld, hoopt de KNVB dat spelers zich beter beheersen.

Bij Alkmaarsche Boys vinden de meeste spelers, trainers en scheidsrechters de tijdstraf een goed idee. Voor Sander Hoogland, sinds drie jaar arbiter bij de club uit de multiculturele wijk Overdie, is de tijdstraf niet nieuw. „Ik stuurde er al wel eens iemand vijf minuten uit om af te koelen. De kaarten probeer ik op zak te houden, zeker in de jeugd. Even het veld af werkt beter.”

Een vechtpartij heeft hij in drie jaar nog niet meegemaakt, verwensingen hoort hij regelmatig. „Reageren mag, maar binnen de grenzen. ‘Hé scheids, kom op!’ roepen en dan weer doorlopen vind ik niet erg. Maar als iemand blijft zeuren of bepaalde woorden gebruikt kan hij er meteen uit.”

Ook Darcy Kuijper, vandaag arbiter bij de C1, gebruikte de tijdstraf al. Toch vindt ze het niet goed de gele kaart te vervangen voor een tijdstraf. „Ze komen er nu veel te gemakkelijk mee weg. Na tien minuten mag je er weer in en er is geen schorsing. Ook kun je onmogelijk de tijd bijhouden als je kort na elkaar drie spelers wegstuurt.”

Van een oud-scheidsrechter leerde Kuijper: eerst een waarschuwing, dan een tijdstraf en dan pas een gele of rode kaart. „Bij de meeste wedstrijden werkt dat prima, al hangt het er wel vanaf welk team je fluit. De B1 laat ik liever aan iemand anders over.”

Dat de B-junioren van 15 en 16 jaar een probleem vormen, bleek vorig jaar bij het dodelijke incident in Almere en dat is deze middag in Alkmaar niet anders. Carlo Drakenstein, trainer van de B1, heeft gedragsregels opgesteld en aan zijn spelers uitgedeeld. Samengevat: „Laat je voeten spreken. Niet gaan schelden op de scheidsrechter, tegenstander of op elkaar.” De tijdstraf vindt hij een goede maatregel. „Een boete is overdreven, dit past beter, zeker bij de jeugd. Afkoelen en je fout overdenken.”

Zijn elftal speelt tegen de B1 van Kleine Sluis uit Anna Paulowna. Alle goede bedoelingen ten spijt blijkt hier duidelijk dat een rustige middag valt of staat bij een goede scheidsrechter. De arbiter van vandaag, Nico Hoedjes, lijkt niet van plan gebruik te maken van zijn fluit, laat staan een tijdstraf uit te delen. Als de thuisploeg in de tweede helft op een onoverbrugbare achterstand komt, volgen harde tackles, opstootjes en ruzies. Trainers manen hun spelers tot rust en vragen de scheidsrechter in te grijpen. Tevergeefs. De spelers van Kleine Sluis zijn vogelvrij op het Alkmaarse voetbalveld. Dribbelen wordt hordelopen over woeste tackles en na een corner ligt een speler schreeuwend op het veld na een knietje – niet gezien.

Na een vliegende tackle die een rilling bij de neutrale toeschouwers veroorzaakt, grijpt de scheidsrechter pas in – als dezelfde speler ook nog natrapt. Geen rode kaart, alleen een vrije trap. Het is 8-3 voor Kleine Sluis als de scheidsrechter zowaar drie keer fluit en de spelers uit Anna Paulowna naar de kleedkamer strompelen.

Trainer Drakenstein schudt moedeloos zijn hoofd. „Die scheidsrechter liet veel te veel gebeuren. Daardoor ontstaat irritatie.” De scheidsrechter verweert zich. „Ik had inderdaad een gele kaart kunnen geven, maar ze doen het uiteindelijk zelf. Ze laten zich veel te veel gaan in de emotie.”

De vrouwelijke arbiter Darcy Kuijper vindt dat de trainer en de club in dit soort gevallen actiever moeten ingrijpen. „Bij de C1 gaat het een stuk beter, omdat daar een ervaren trainer zit die scherp op de spelers let en bij wangedrag het bestuur laat ingrijpen. Dat zou overal moeten gebeuren.”