Zwijg niet

Goedmaken

‘Sorry seems to be the hardest word’, zingt Elton John. Niet voor niets. Een ruzie bijleggen is lastig, maar niet bijleggen is veel erger. Goedmaken in acht stappen.

Tekening Paul steenhuis

1Praat! Je kent ze wel, stellen die zwijgen. Of nog erger, de een zwijgt en maakt daarmee de ander gek. Zo gek dat die ander alles wil doen om het zwijgen te breken. Wie zwijgt heeft de ander in de macht. Maar slechts tot op zekere hoogte. Als de ander denkt ‘zak jij lekker in de stront’ en zijn biezen pakt, is er niemand meer om tegen te zwijgen. Dan is de zwijger opeens verliezer. Zwijg niet, of hooguit heel even.

2Even uitrazen is goed, maar niet lang. Slik niet alles in. Maar gooi er ook niet alles eruit. Als je elkaar goed kent, ken je feilloos de zwakke punten. Gebruik die wetenschap, maar met mate. Niet vernederen of beledigen. Sommig gescheld is zo kwetsend dat het bijna niet meer goed te praten is achteraf.

3Wacht even. Niet op het moment dat je de irritatie uit je oren spuit, beginnen met uitpraten. Dat is tot mislukken gedoemd.

4Praat over het onderwerp van de ruzie. Sleep niet van alles erbij. Stel je partner komt steeds te laat thuis, schreeuw dan niet ook dat de schuur nog moet worden opgeruimd, een paar lampen opgehangen en dat hij te laat naar bed gaat. Dan is de oplossing te ver weg.

5Praat vanuit jezelf. Zeg na een botsinkje niet: hou dan ook eens op met dat eindeloze geouwehoer als ik moet rijden. Zeg: ik vind het moeilijk om me te concentreren op de weg als jij tegen me praat. Je excuseren voor de deuk, is wel zo prettig.

6Praat niet over personen maar over gedrag. Zeg niet dat hij een klootzak is, zij een trut. (of erger). Zeg: „Ik vind het ongelooflijk rot dat je elke dag zo laat thuiskomt / je vuile sokken onder het bed gooit / vreemd gaat.” Dat is toch nét iets minder confronterend. En het is gemakkelijker iets aan je gedrag te veranderen dan aan je persoonlijkheid.

7Ga samen een blokje om. Maak een lange wandeling. Ga desnoods samen hardlopen. Als je tegenover elkaar staat, blijf je tegenover elkaar staan. Ga je samen op pad, dan ga je in elk geval fysiek al dezelfde richting op. Het is bovendien makkelijker om je excuus te maken als je elkaar niet in de ogen hoeft te kijken.

8En zeg ook sorry. Niet zachtjes binnensmonds maar luid en duidelijk. Vooral als je (achteraf) vindt dat je niet helemaal goed/ best wel fout zat.

Het is een teken van kracht om het hoofd te kunnen buigen en schuld te bekennen. Het schept ook ruimte voor de ander om te zeggen: „Wat ik net zei, dat was ook niet helemaal handig.” Uitzondering: Heb je te maken met een imbeciel / narcist / psychopaat / een totale gek / een heel vervelend persoon: zeg dan geen sorry maar pak zwijgend je spullen, ga weg en blijf weg.

Sheila Kamerman