Walvis ‘bruint’ in de zon

illustratie irene de goede

Wat is het jammer voor walvissen dat ze geen zonnebrandcrème kunnen opsmeren. Want wat hebben die veel last van de zon. Ze krijgen er grote blaren van. Maar blauwe vinvissen hebben er iets op gevonden, blijkt nu. Die krijgen een lekker kleurtje als het warm wordt.

Biologen hebben het gezien in de zee bij Mexico, waar de zon verschrikkelijk kan schijnen. Die zee, om precies te zijn de Golf van Californië, is een favoriete plek voor walvissen. Het water is er heel rijk aan voedsel, en dat trekt blauwe vinvissen, potvissen en gewone vinvissen.

Diep in zee merken die walvissen helemaal niks van de zon. Als ze eten zoeken, duiken ze honderden meters diep. Daar zie je niks.

Maar tussendoor zwemmen de walvissen juist heel ondiep, en deels met hun rug boven water. Potvissen doen dat het meest, want die vinden dat gezellig. Andere walvissen komen naar boven om uit te rusten. En ze moeten na elke duik naar voedsel ook een paar minuten naar boven, om lucht te happen. Dan is al die zonnestraling vervelend. Een paar jaar geleden zagen de biologen het al. Van de blauwe vinvissen en de potvissen zat wel de helft onder de blaren. Ze worden niet rood, maar het zal toch best pijn doen.

De gewone vinvissen hadden daar veel minder last van, maar die hebben geluk met hun huid: die is heel donkergrijs. Blauwe vinvissen zijn het lichtst van allemaal. Nee, niet blauw - lichtgrijs.

Wat moeten die nou? Het antwoord is eigenlijk heel logisch. Ze worden ‘bruin’ in de zon, net als wij. Nou ja, bijna net als wij, want blauwe vinvissen worden donkerder grijs. Blauwe vinvissen leven niet altijd bij Mexico, alleen in het voorjaar. Dan komen ze helemaal uit het ijzige Alaska en moeten ze eerst wennen aan de zon. En dan komen de blaren. Maar na twee maanden, hèhè, dan zijn ze eindelijk bijgekleurd. Hester van Santen

Bron: Scientific Reports, 30 aug.