Toverachtige fotografie in vernieuwd Huis Marseille

Fotomuseum Huis Marseille in Amsterdam is verdubbeld in omvang. Vandaag opent het, met veertien fotografen die hun zoektochten naar het wezen van de fotografie tonen.

Zonder titel 2013, Juul Kraijer, (links) en Four Elements 2010, Heleen van Meenen

Herontdekking van de wereld is de eerste expositie in alle tien zalen van het verdubbelde Huis Marseille in Amsterdam, een particulier fotomuseum dat door de stichting De Pont wordt gefinancierd, net als het gelijknamige museum in Tilburg. Al zes jaar geleden kocht de stichting het monumentale buurpand aan de Keizersgracht, met de bedoeling beide samen te voegen. Door onenigheid tussen Monumentenzorg en brandweer kwam het er jarenlang niet van.

In 2011 is architectenbureau LEVS van Juriaan van Stigt en Marianne Loof erbij gehaald om een voor alle partijen acceptabel plan te maken. Het is LEVS glansrijk gelukt de twee grachtenpanden samen te voegen met drie dwarsdoorgangen en een soepele, logische route, inclusief een nieuwe educatieve ruimte, een dubbel terras en een scharlakenrode Lodewijk VIV stijlkamer. Wim Pijbes, directeur van het Rijksmuseum opent vandaag het vergrote Huis Marseille.

Een van de twee erezalen is voor de veelzijdige Juul Kraijer (1970). Ze tekent, heeft houtsnijwerk in India bestudeerd en aardewerk in het Europees Keramisch Werkcentrum, en nu heeft ze de fotografie omarmd. Daarmee tovert ze beelden te voorschijn uit een vreemd schaduwrijk. Een vrouw draagt een slang om haar hoofd als ware het dier een levende tulband, of een zeventiende-eeuwse kraag. Of er staat een uil op haar gezicht, waarvan de blik het vervreemdende van het beeld nog verder uitvergroot.

Maar de fotografe die het beste de tamelijk abstracte hypothese van de tentoonstelling belichaamt, is Popel Coumou (1978). Ze werkt in verschillende lagen en verschillende media. Op groot formaat heeft ze bijvoorbeeld foto’s afgedrukt van haar kleine stillevens van Hema-klei. Hoe anders ogen het onderzoek naar vorm en kleur dat Scheltens & Abbenes verrichten met gladde glimmende doosjes oogschaduw, in gladde glimmende ijzingwekkend perfecte afdrukken. Het lijken geheimzinnige steden waar je tussen de kleurvlakken kunt verdwalen.

Het is een dun draadje dat deze ruim 130 werken van deze 14 fotografen verbindt, en de stelling dat deze generatie „op een heel nieuwe manier naar de wereld kijkt” is wellicht wat zwaar aangezet. Maar het doel wordt bereikt: hun zoektocht naar het wezen van de fotografie – kleur, beeld, visueel experiment – zonder zich te bekommeren om analoog, digitaal, geboetseerd of getekend, werkt bevrijdend.