Tegen oikofobie, de angst voor het eigene van hoogopgeleide Europeanen

Multiculturalisme, modernisme in de kunsten en het Europese project. Het zijn symptomen van een ziekelijke afkeer van het thuis, van angst voor het eigene, oftewel oikofobie, meent Thierry Baudet.

U leest deze krant waarschijnlijk thuis. Bijvoorbeeld aan uw keukentafel. Of in uw luie stoel in de hoek bij het raam. Met een kop koffie of een glas wijn. Lekker. Thuis. Of u nu alleen woont of met een partner, in een studentenhuis, een groot of een klein gezin: we weten allemaal wat het gevoel van thuis betekent. Toch is het bijna onmogelijk te definiëren. Is het die keukentafel? Is het die stoel daar?

We kunnen proberen een opsomming van allerlei karakteristieken te geven. Maar aan het eind zal blijken dat we de essentie toch weer hebben gemist. De thuiservaring onttrekt zich aan een opsomming van louter feitelijke zaken. Thuis is een gevoel. Een ritme, een organisch geheel. Het ontwikkelt zich voortdurend. Het is nooit statisch.

Maar tegelijk kan het maar al te gemakkelijk diepgravend worden verstoord.

Bijvoorbeeld door een inbraak. Slachtoffers daarvan lopen soms jarenlang met een trauma rond vanwege de schending van hun thuis. Een vergelijkbaar gevoel van ontheemding kan ontstaan wanneer u gasten heeft, en deze gasten zich plotseling een deel van het huis toe-eigenen. Hun gebruiken en gewoontes dringen ze aan u op. Ze verstoren uw manier van doen. U voelt zich dan niet meer thuis.

Wanneer u naar buiten loopt, ontdekt u vervolgens dat de omgeving radicaal is veranderd. Hoge, anonieme gebouwen worden rondom u opgetrokken. Intimiderend glas op staal en beton. Onbegrijpelijke installatiekunst wordt neergeplempt op het pleintje voor uw deur. Bij terugkomst van deze schokkende tocht ziet u dat uw badkamer en uw trappenhuis inmiddels zijn afgebroken om te worden vervangen door iets waar u nooit om heeft gevraagd en waar u nooit voor zou hebben gekozen. En bovendien blijkt dat u de zeggenschap bent verloren over wat ‘s avonds te eten; over hoe u zich moet verhouden tot uw buren; over wat er gebeurt met uw geld.

Uw gasten hebben een deel van uw woning in bezit genomen. Uw omgeving is verstoord en zelfs de inrichting van uw huis is ingrijpend veranderd. Ook de zeggenschap over uw huisbestier en uw geld is u ontnomen. Iedereen begrijpt dat deze aantastingen tezamen uw leven zouden ontwrichten. Uw thuiservaring is kapotgemaakt. Een blijvende en fundamentele aanslag is gepleegd op uw bestaan.

U bent verdrietig. U bent boos. En terecht. Maar degene die u dit heeft aangedaan schampert slechts: „Definieer dat thuis dan eens? Waar heeft u het eigenlijk over?” Eén van de gasten mengt zich ook in de discussie. Zij stelt dat ze op zoek is gegaan naar uw identiteit, en daarbij geholpen is door talloze ‘lieve en wijze deskundigen’. Ze heeft ontdekt dat uw identiteit eigenlijk helemaal niet bestaat. Er is geen verschil tussen u en uw gasten. Hét thuis bestaat niet. Uw bezwaren waren niets dan populistische nostalgie. U luisterde naar uw onderbuik!

Is het niet haast onvoorstelbaar dat iemand zo zou reageren? Een dergelijke respons op wat u is overkomen is inadequaat, belachelijk en volkomen misplaatst.

Toch is dat precies de reactie die jarenlang te horen viel wanneer mensen opkwamen voor de nationale cultuur, de soevereiniteit, de tradities en de gebruiken van hun land.

Want wordt Nederland niet op precies de manier stukgemaakt als het thuis in de genoemde parabel? Door de open grenzen komen elk jaar ongeveer evenveel immigranten ons land binnen als het totale inwonertal van de stad Haarlem. Honderdvijftigduizend. Elk jaar opnieuw. Met het verwachte vrije verkeer voor mensen uit Roemenië en Bulgarije vanaf januari 2014 zal die toestroom alleen maar groter worden.

Immigranten nemen hun eigen gebruiken en gewoontes mee. Los van enig oordeel dat je over die andere gebruiken en gewoontes zou kunnen hebben: hun massale intocht verstoort - net als de gasten die zich in uw huis vestigen - het oorspronkelijke thuisgevoel volledig.

Het modernisme in de architectuur en de publieke ‘kunstwerken’ versterkt dat gevoel van vervreemding. Gebouwen zonder gevels en zonder menselijke maat, onzinnige installaties en bizarre conceptuele beeldhouwwerken: ze vernietigen ons thuisgevoel, en vele van de oude steden van ons continent hebben hun vermogen geborgenheid te bieden reeds verloren door de afschrikwekkende bouwsels en ‘monumenten’ die het uitzicht verpesten, de pleinen onteren en de sociale harmonie schofferen.

Daarbij zijn we - net als in de parabel van de thuissituatie - de zeggenschap over ons eigen leven vrijwel volkomen verloren. Dat komt niet alleen door de weergaloze expansiedrift van de Europese Unie en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, maar ook door het Internationaal Strafhof en de Wereldhandelsorganisatie. Stel dat de coalitie vorig jaar een staakt-het-vuren met Gadaffi had willen sluiten. Het zou zinloos zijn geweest omdat het Internationaal Strafhof al had aangegeven Gadaffi hoe dan ook te zullen aanklagen. En wist u dat we allang niet meer zelf mogen bepalen of en in welke mate hormoonvlees toegestaan is op onze markten; of om een nationale vliegtuigindustrie van staatswege op weg te helpen; of wat ‘publieke moraal’ precies inhoudt, als argument om nationale markten af te schermen van bijvoorbeeld internetaanbieders?

De Europese Unie, het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, de Wereldhandelsorganisatie, het Internationaal Strafhof - we moeten ze in hun totaliteit beschouwen. En alle tezamen regelen deze supranationale instanties onze levens inmiddels tot in vrijwel elk detail. Zoals in de parabel van de thuissituatie kunnen we allang niet meer zelf beslissen wat we willen eten, hoe we ons tot onze buurlanden verhouden en wat we willen doen met ons geld. Alle werkelijke beslissingen worden immers genomen in Straatsburg, in Brussel, en in de andere ontmoetingsplaatsen van de postnationale ambtenaren en bureaucraten.

Hoe heeft het zo ver kunnen komen? Waarom hebben onze politieke en culturele elites ons deze thuisloze wereld opgedrongen? Er kan maar één verklaring voor zijn: omdat ze een afkeer hebben van het thuis.

Het hebben van zo’n afkeer is normaal voor pubers. Ze rebelleren en benaderen de cultuur die de hunne is met vijandigheid. ‘s Ochtends aan de keukentafel ziet u het boze puberende gezicht van uw dochter. Uw rustige moment in uw stoel bij het raam wordt verstoord door de dreunende technomuziek van uw zoon.

Afkeer van het thuis, omarming van alles dat dit thuis schoffeert: het is een normaal stadium waar pubers doorheen gaan. Een fase die weer over zou moeten gaan. „Maar”, schrijft de Britse filosoof Roger Scruton, „in het hele Westen is deze geesteshouding sinds de Tweede Wereldoorlog gaan overheersen, en zij is in het bijzonder dominant onder de intellectuele en politieke elites”.

Multiculturalisme, modernisme in de kunsten en het Europese project: ze komen hier uit voort. Het zijn symptomen van een ziekelijke afkeer van het thuis. Manifestaties van oikofobie: de angst voor het eigene. En precies daarom worden ze met zoveel vuur verdedigd door onze elites. Anders dan de meeste pubers, die zich na een paar jaar schoppen verzoenen met hun thuis en daar dan weer van kunnen houden, wil de ‘hoogopgeleide’ Europeaan al meer dan een halve eeuw niets liever dan de Oikos - de eigen gewoontes en gebruiken, de natie, de schoonheid en harmonie van de traditionele kunsten en architectuur - verstoren, uitwissen, bestrijden. Hij wil maar niet volwassen worden.

De nieuwe generatie is het slachtoffer van deze destructiedrang. Onze vaders en moeders hebben geen verantwoordelijkheid willen nemen voor ons thuis. Ze hebben het niet willen beschermen. Ze hebben alles gedaan om het te verzwakken en belachelijk te maken. Nog altijd in de ban van hun grootse moment in mei 1968, wilden ze nooit opgroeien en worden ze nog altijd voortgedreven door een puberale angst voor het eigene.

Overal zien we de ontworteling die dit tot gevolg heeft gehad. De vervreemding, gepaard aan een haast wanhopige zoektocht naar geborgenheid en menselijke maat. Van de opkomst van populistische partijen tot de enorme populariteit van boerenmarkten en biologische producten. Van een terugkeer naar de architectuur van de menselijke maat tot het streven naar ‘crowdfunding’. De nieuwe generatie zoekt naar manieren om de Oikos te beschermen en te versterken, maar die pogingen zullen vruchteloos blijven als het beleid niet drastisch wordt gewijzigd.

Kinderen hun thuis ontzeggen is kwaadaardig. Een hele samenleving politiek ontheemden en spiritueel onteigenen is een onvergeeflijke misdaad. De massale immigratie, de supranationale machtsgreep en het modernisme in de kunsten: ze moeten een halt worden toegeroepen. De elites die hun razende rebellie tegen de Oikos op ons bekoelen moeten worden bestreden. We hebben een thuis nodig. Een Oikos. We hebben het recht daarvoor op te komen en die Oikos te verdedigen. Het stoppen van de Oikofobie van de generatie van onze ouders: dát is het credo van de nieuwe avant-garde.