Stress van geldtekort houdt de armen arm

Afgelopen week in het nieuws: twee onderzoekers schrijven in Science dat arme mensen slechtere beslissingen nemen dan rijke. Dit komt door de stress van de geldnood. En zo blijven armen arm. De consequenties van de research zijn groter dan je denkt.

Een klassieker in de psychologie is het boek Influence van Robert Cialdini uit 1985. Hierin beschrijft hij door welke mechanismen wij in het dagelijkse leven onbewust, automatisch worden beïnvloed. En ook hoe we ons hiertegen kunnen verweren. Een van de krachtigste invloeden is ‘schaarste’, zegt hij. Als iets wat wij belangrijk vinden beperkt beschikbaar is of wordt, verliezen we al snel ons verstand. Het is de reden dat ik regelmatig terugkeer van de uitverkoop met spullen die ik niet nodig heb.

De schrijvers van het Science-artikel (en van het deze week verschenen boek Scarcity: why having too little means so much), Harvard-econoom Sendhil Mullainathan en Princeton-psycholoog Eldar Shafir, gaan verder waar Cialdini ophoudt. Een van hun meest saillante bevindingen luidt dus dat geldtekort tot zo veel stress leidt dat het bijna onvermijdelijk is dat arme mensen slechtere beslissingen nemen op tal van terreinen.

Schaarste neemt bezit van je geest, zeggen Mullainathan en Shafir. Het leidt tot een vernauwde focus, meer kortetermijndenken, verminderde zelfcontrole en tot minder verstandig plannen voor de toekomst. Tegelijkertijd geldt dat rijken veel meer ontspannen kunnen nadenken over tal van zaken. Het is zoals de Amerikanen zongen in de jaren 20: ‘The rich get rich and the poor get children’. Wie anderen uit de armoede wil helpen, zeggen de onderzoekers, moet eigenlijk eerst iets doen aan de stress van de voortdurende geldnood.

Wat Mullainathan en Shafir ook noteren: het is niet alleen de schaarste aan financiële middelen die ons tot slechtere beslissingen drijft, maar ook een tekort aan informatie, sociale contacten, waardering, tijd, etcetera. Eigenlijk geldt: de ervaring dat je te weinig hebt van iets wat je belangrijk vindt, belemmert je in allerlei vormen van hoogwaardig cognitief functioneren.

Wat is hiervan de les voor managers en bestuurders? Als je wilt dat mensen ook verstandige dingen doen als jij er niet bij bent, moet je als manager zorgen dat ze niets tekortkomen. En als je niet wilt dat te veel burgers te veel domme dingen doen, moet je als bestuurder niet te veel de harde heelmeester uithangen.

Ik ken managers die doelbewust hun medewerkers laten vechten om plekjes en privileges. Als Mullainathan en Shafir gelijk hebben, dan werkt dat hooguit in bedrijven waar nadenken niet tot de kerntaken behoort. Hoeveel van dat soort organisaties zou Nederland nog tellen?

Wat nu als je bedrijf (of je land) geen geld in overvloed heeft? Welke mogelijkheden zou je dan moeten verruimen om je medemensen niet al te arm van geest te maken? Deze week overhandigde Hans Wijers het eerste exemplaar van het boek Mijn droom voor ons land, inspiratie voor de Koning aan Willem-Alexander. De publicatie staat vol dromen, wensen en idealen die Nederlanders koesteren.

Mooi boek. Niet alleen voor monarchen. Wat wij Nederlanders belangrijk vinden, blijkt vaak te liggen in de sfeer van: schoonheid, rechtvaardigheid, aandacht, plezier en goede ideeën.

Dit zal zelfs de meest geharde crisismanager aanspreken. Allemaal gratis dingen die je intussen een gevoel van rijkdom geven. En het boek zelf kun je ook nog eens voor niets ophalen. Dat moet bijna wel tot een economische opleving leiden.

Ben Tiggelaar is gedragsonderzoeker, trainer en publicist en schrijft elke week over management en leiderschap.