Rutte’s visie was er wel, al vergat hij de helft

Mark Rutte wilde vooral geen visie etaleren. Dat is niet helemaal gelukt. „Van mijn ouders heb ik geleerd dat je eerst moet proberen om voor jezelf te zorgen, voordat je een beroep op de overheid doet.” Als dat geen visie is. Rutte wil een ondernemende samenleving, met de gemeenschap als achtervang.

In zijn H.J. Schoolezing van maandag pakte de minister-president zijn publiek spelenderwijs in met wat hij op VVD-bijeenkomsten wel vaker doet: zwierig en uit het hoofd een samenhangend verhaal vertellen. Geen geringe prestatie. Toch wat af te dingen? Eigenlijk wel.

De premier vergat het deel waar hij zelf mede verantwoordelijk voor is, de overheid. En al doende bracht hij ook niet veel begrip op voor al die Nederlanders die jaren zijn toegesproken als klant van de (ex-) overheid en nu in financieel krimpende omstandigheden opeens kleine ondernemers moeten worden. En in het voorbijgaan hun burgerschap heroveren.

Mark Rutte acteerde in de Rode Hoed als de dynamische bedrijfsleider die de buitendienst bijpraat en met strakke targets weer op pad stuurt. Zijn Nederland is een economisch project. Paar cijfers bijstellen, tanden op elkaar, we komen allemaal wel eens berooid uit Indië.

Natuurlijk, we moeten met z’n allen genoeg verdienen om dit ondanks de volte merkwaardig mooie land schoon en veilig te houden. Maar er is meer aan de hand dan een gat in de hand van de overheid. Rutte schetste terecht dat, net als in de jaren ’80, de gegroeide verzorgingsstaat toe is aan herijking. Te duur en te ingewikkeld, lijdend aan perverse prikkels. Andere landen zijn slimmer en hebben minder zachte kussens.

Wat hij niet noemde en ook niet lijkt te beseffen, is dat de verzamelde politieke generaties het zo ver hebben laten komen. De nu verantwoordelijke landelijke politici kunnen het volk en de mede-overheden niet zomaar de schuld geven en de problemen doodleuk bij de voordeur zetten. Graag meenemen zonder vragen, we hebben een akkoord met vertegenwoordigers van allerlei deelbelangen.

Het zat er aan te komen: de stad Den Haag heeft juridisch laten uitzoeken of het zomaar kan dat omvangrijke rijkstaken op het gebied van langdurige zorg bij de gemeentes worden neergelegd, met inhouding van tientallen procenten budget. Antwoord: nee, dat is waarschijnlijk strijdig met wettelijke rechten en verplichtingen. Het stadhuis ziet de burgers komen. Den Haag dreigt Den Haag met een kort geding.

Ook los van dit voorbeeld, Rutte liet niet merken dat hij beseft dat veel kiezers zich in de steek gelaten voelen. Dat zijn vooral mensen die niet gewoon kunnen werken, die chronisch ziek zijn, ouderen met weinig of geen eigen pensioeninkomen. Eerder mensen met weinig dan met veel opleiding. De verzorgingsstaat mag te veel zijn uitgedijd, zij is wel onderdeel van onze rechtsstaat geworden.

De overheid die zegt zich te willen terugtrekken is in de eerste plaats verantwoordelijk voor die operatie en de begeleiding van de meest schrijnende gevolgen. Als daarin geen vertrouwen bestaat bij burgers en lokale overheden, dan komt van Rutte’s droom van een zelfredzame samenleving niet veel terecht.

Vertrouwen is in een democratie een kwestie van voelbaar medeleven en zorgvuldige procedures. Juist daar kan minister-president veel doen. Door op gepaste momenten op z’n Clintons ‘I feel your pain’ uit te spreken. Dat is geen loze retoriek als het gemeend klinkt.

Zorgvuldige procedures zijn minstens zo belangrijk. Het is geen jaren ’60 hobby als geheimzinnigheid wordt vervangen door verstandige transparantie en openbaarheid.

Minister Plasterk liet vorige week bij de opening van de zomerconferentie van het Montesquieu Instituut een kans voorbij gaan daar fundamentele en actuele opmerkingen over te maken. De nationale ombudsman Brenninkmeijer bracht deze week in zijn lezing voor dezelfde conferentie meer nuances aan, met terechte aandacht voor vertrouwen en burgerschap.

Juist in tijden van bezuinigingen en ingrijpende wijzigingen in regelingen rond kinderopvang, zorg aan huis, studiefinanciering en waar al niet, voelen mensen zich snel gepasseerd. Wie voor miljarden straaljagers bestelt zonder een buitengewoon helder en financieel realistisch verhaal over de Nederlandse defensie-ambities, verliest de zaal. Dat dreigt keer op keer.

Als de minister van economische zaken zegt dat de huizenprijzen in de Groningse aardgasgebieden niet gedaald zijn door de bodemverzakkingen, terwijl er amper huizen worden verkocht, dan bouwt hij niet aan vertrouwen. Het Rathenau Instituut inventariseerde deze week nog eens wat er voor nodig is wil de politiek met enige kans op lokaal en nationaal vertrouwen ruimte maken voor schaliegaswinning.

De overheid is al zo lang bezig zichzelf kleiner te praten dat het tijd is voor een tussenstand. Dat post en telefoon ooit publieke taken waren, is een herinnering voor oudere jongeren. De mogelijke verkoop van KPN aan een Mexicaanse monopolist roept nu opeens vragen van nationaal belang op waarvan je zou wensen dat zij in 1989 afdoende waren beantwoord.

Bij de meeste verzelfstandigingen van eens-overheidstaken werd een vorm van toezicht in het leven geroepen als garantie van het publieke belang. Heel wat banken, woningbouwcorporaties en zorginstellingen zijn desondanks voor miljarden de mist ingegaan. Maandag adviseert de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid over de vraag wat er van al dat toezicht terecht is gekomen.

Mark Rutte sprak over een kleine, kwieke overheid, maar hij is de baas van een pretentieuze overheid die geen snelle trein naar Brussel kan regelen. Kan hij de volgende keer uitleggen hoe we op een verantwoorde manier van die oude naar zijn gedroomde overheid komen? De meeste burgers zullen graag helpen.

U kunt de auteur emailen via opklaringen@nl