Het raadsel van de parallelle vleugels

FOTO’s NASA/ESA

Dit zijn de vlinders van het Melkwegstelsel. ‘Planetaire nevels’, heten ze formeel, maar met planeten hebben ze niks te maken. De nevels ontstaan als sterren zoals de zon aan het einde van hun leven enorm veel gas uitbraken – slordig en vrij willekeurig, in de vorm van een ellips, of in de vorm van een vlinder dus. En wanneer zulke vlinders in het centrale deel van het Melkwegstelsel rondwaren, dan spreiden ze hun vleugels in dezelfde richting. Dat schrijven Bryan Rees en Albert Zijlstra van de Universiteit van Manchester in de Monthly Notices of the Royal Astronomical Society.

Met de Hubble-ruimtetelescoop bestudeerden Rees en Zijlstra 130 van de vlinders. Het idee is dat die ooit ontstonden uit oude dubbelsterren: twee sterren die om een gemeenschappelijk zwaartepunt draaien. Hun ‘vleugels’ zouden daarna loodrecht op dat draaivlak zijn gegroeid. Misschien hebben sterke magneetvelden in de jonge Melkweg die draaivlakken vele miljarden jaren geleden al een voorkeursrichting gegeven, suggereren de astronomen nu.

Margriet van der Heijden