Paradiso punk

Goed, Paradiso was officieel een jongerencentrum. En in een jongerencentrum komen jongeren. Maar als je al die jongeren voorbij ziet trekken die fotograaf Max Natkiel (1942) begin jaren tachtig voor zijn camera kreeg, dan sta je toch te kijken. Op deze pagina’s zien we nog pubers, maar als je door zijn boeken bladert, of zijn serie op YouTube bekijkt (Natkiel maakte in de jaren tachtig duizenden foto’s in Paradiso) tref je tussen de Sieg Heil-gebarende punks ook veel kinderen aan. Twee blonde jochies, broertjes lijken het. Eén met een te groot leren jack en een leren band om zijn nek. Hooguit twaalf, dertien jaar. Een ventje van een jaar of tien, afgeknipte mouwen, ingezakte hanenkam. En een kind op de dansvloer, met een gaashemdje aan. Zeker drie koppen kleiner dan de rest van het publiek.

In Het Parool blikte een aantal van hen terug op die tijd. Ze vertelden hoe ze in die punkscene langs de afgrond scheerden – ze gingen niet meer naar school en raakten aan de heroïne. En hoe spannend en opwindend het allemaal was. Genoeg kinderen uit die tijd verloren hun evenwicht, die staan niet in de krant.

Je kunt Paradiso de schuld niet geven. Praat maar eens met een jeugdwerker uit die tijd. Het was een logisch gevolg van de seksuele revolutie, van de emancipatie, hoor je dan. Niet alleen van vrouwen maar ook van kinderen. Je moest ze vrij laten, zelf seks en drugs laten ontdekken. En bedenk hoe de stad er toen bij lag, met tippelhoeren op de Utrechtsestraat, overal kraakpanden en dealers op iedere straathoek. De stad was vol met kinderen die niet naar school gingen en niet werkten. En als het thuis mis ging, was er geen gezinstherapie, maar ging zo’n kind gewoon het huis uit, op zichzelf wonen. Nee, dat was geen schandaal, niemand luidde de noodklok – het was de tijdgeest.

Paradiso heeft geen coffeeshop meer in huis. De graffiti is weg. Je krijgt je bier niet meer in een wit plastic bekertje. Kinderen zie je er alleen nog maar als Ali B. optreedt, met hun ouders. De rebellen van toen hebben nu zelf kinderen: de eerste generatie die zijn ouders niet meer kan overtreffen in rebelsheid. En af en toe is er in Paradiso een retro punkfeestje, zoals afgelopen winter Punk’s not Deaf. Op zondagmiddag.

Martine Kamsma

Max Natkiel: Studio Paradiso, Uitgeverij Voetnoot, 39 euro, 624 p. De portretten van Max Natkiel zijn tot 5 januari te zien in het Stadsarchief in Amsterdam (Vijzelstraat 32).