Oude en nieuwe soldaten

Hans Steketee neemt de stapel binnengekomen boeken door en geeft zijn eerste indrukken.

Nederlandse gemeentes sluiten weliswaar steeds meer prostitutieramen, maar het officiële beleid blijft gebaseerd op de illusie dat je door pragmatisch toezicht houden greep krijgt op een wereld waar geweld en andere criminaliteit regeren, schrijft journaliste Renate van der Zee in Prostitutie. De waarheid achter de Wallen [1]. Ze bepleit het ‘Zweedse model’, dat bezoek aan een prostituée sinds 1999 strafbaar stelt. Dat model, opmerkelijk genoeg evenals het gedoogmodel het werk van feministen, is niet onomstreden. Maar het zou wel de handel in vrouwen minder lucratief hebben gemaakt. Van der Zee, die eerder over eerwraak en mensenhandel schreef, wisselt openhartige gesprekken met prostituées, hun pooiers, bestuurders, politiemensen en bordeelbezoekers af met zakelijke passages. Bij elkaar rekenen die in elk geval af met het cliché dat prostituées ‘er zelf voor kiezen’.

Seks, van een minder droevige soort, is een van de thema’s die Anton van Hooff, uitwerkt in Klassiek. Geschiedenis van de Grieks-Romeinse wereld [2]. Zo tekent hij een subtiel en geestig portret van Ovidius, die in zijn erotische gedichten de liefde – uniek voor de Oudheid, aldus Van Hooff – ‘beschreef als iets dat man en vrouw ex aequo moeten ervaren’. Klassiek is het tegendeel van een schools boek, maar een persoonlijke reis aan de hand van kennis die hij een leven lang vergaarde. Het moet een feest zijn hem als leraar gehad te hebben.

De Peloponnesische Oorlog (431-404 voor Christus) heet bij Van Hooff ‘de tragische afsluiting van de vijfde eeuw, die zo groots was begonnen’ met het verslaan van de Perzen door Sparta en Athene. Maar die twee stadstaten misgunden elkaar vervolgens de macht en raakten uiteindelijk slaags. Thucydides, Atheens veldheer en de eerste militair historicus die de naam verdient, schreef daarover De Peloponnesische Oorlog [3], dat deze maand in een fonkelnieuwe vertaling van Wolther Kassies verschijnt. Over grote manoeuvres ter land en ter zee, bloedvergieten en de pest, maar ook over politiek en het bespelen van de publieke opinie, over diplomatie, heikele bondgenootschappen en guerrilla. ‘Toen werden ze overvallen door verwarring – zoals het alle legers, in het bijzonder de grootste, vaak overkomt dat ze worden bevangen door angst en vrees –, vooral omdat ze ’s nachts door vijandelijk gebied trokken, met vijanden dicht in de

buurt.’

Als je zo’n passage leest is het maar een kleine stap naar de ‘asymmetrische oorlogen’ van vandaag, zoals in Afghanistan, waar relatief weinig en lichtbewapende strijders het modernste leger van de wereld nu al ruim tien jaar van de overwinning af houden.

In Soldaat in Uruzgan schreef Niels Roelen meeslepend over zijn ervaringen als officier bij de Nederlandse missie. Hij is serieus gaan schrijven nadat Arnon Grunberg voor deze krant embedded naar Uruzgan ging, waar Roelen hem begeleidde. Hij is nu zonder twijfel de meest authentieke verteller over het soldatenleven in een onpopulaire oorlog, die zichzelf nooit spaart en elke romantiek mijdt. Roelen tipt aan Karl Marlantes’ Vietnam-bestseller Matterhorn. In Leven na Uruzgan [4] kiest hij de romanvorm, waarin zijn alter ego Vik de Wildt terugkeert in Nederland, maar nooit thuiskomt. Voor zijn vrouw is hij een onbekende, met een kort lontje, vluchtend naar andere vrouwen die geen vragen stellen, en, zo lijkt het, bijna een verslaving aan het leven dat hem een dosis post-traumatic stress syndrome (PTSS) bezorgde. Het is wel moeilijk om Leven na Uruzgan als roman te zien, niet alleen omdat de werkelijkheid er doorheen straalt, maar ook omdat hij soms erg ‘documentair’ schrijft: tell, not show, in plaats van het omgekeerde. Misschien is non-fictie, waarin hij een unieke stem heeft, toch Roelens natuurlijke thuis.

In de columns van Thomas Verbogt, gebundeld als Wat is precies de bedoeling? [5], gaat het zelden over leven en dood, maar de gezapige toon is bedrieglijk. Hij schrijft loepzuiver over de kleine dingen die Nederland Nederland maken, of bijna ongemerkt veranderen – conducteurstaal in de trein, gedoe in de rij van de supermarkt, waarom mag je iemand geen compliment maken over lippen of benen? ‘Onze samenleving is maar in beperkte mate een samenleving’, schrijft hij. En zo gaat ook dit boek over wat ‘thuis’ betekent. ‘Later ben je misschien ergens anders thuis dan waar je begon in je leven. Er zijn mensen die dan zeker weten dat dit voor altijd is en als ze gelijk hebben, zijn die mensen te benijden.’