Pleidooi Van Vree voor herkerstening is onzinnig

Frank van Vree (NRC, 5 sept.) heeft gelijk met zijn bezorgdheid dat „jongere generaties afgesneden raken van de tradities aan de basis van de culturele erfenis van het westen.” Helaas reduceert hij deze ontworteling tot ontkerstening. Het is een oude klacht, dat zonder bijbelkennis allerlei wortels van literatuur, beeldende kunst en filosofie niet te herkennen en te begrijpen zijn. Bij deze klacht hoort die over het steeds meer verdwijnen van de kennis van de Griekse en Romeinse cultuur. Een halve eeuw geleden was een meerderheid van de studenten bekend met de antieke cultuur. In de loop van de jaren ’70 werd deze groep een minderheid. Maar zonder de kennis van de antieke cultuur zijn allerlei wortels van literatuur, beeldende kunst en filosofie niet te begrijpen. Van Vree zit hier niet mee; aan zijn voorbeelden te zien, gaat het hem immers om het ‘christelijk’ erfgoed. Zijn zorg gaat dan ook niet uit naar het ook door mij en anderen betreurde verdwijnen „van cultuur-historische kennis in feitelijke zin”. Neen, „het verdwijnen van diepe, religieuze ervaringen, gevoed door godsdienstige rituelen”, dat maakt het onmogelijk om tegenwoordig het Stabat Mater van Pergolesi te begrijpen. Een onzinnige stelling. Volgens Van Vree kan Hafid Bouazza niet uit de voeten met Hadewijch en had Michael Zeeman zijn mond moeten houden over Nagieb Mahfoez. Ik besluit met een eigen stelling: wie het werk van Pergolesi werkelijk wil begrijpen, moet beschikken over een grondige studie van Stravinsky’s Pulcinella (1920). En daarvoor is bekendheid met Unico Wilhelm rijksgraaf van Wassenaer Obdam (1692-1766) belangrijker dan die met het Russisch-orthodoxe gedachtegoed!

August Hans den Boef