Olifant

Na de H.J. Schoo-lezing van onze minister-president afgelopen week speelden de commentatoren een wreed spelletje. Ze gingen opzichtig doen alsof ze er van tevoren heel wat van verwacht hadden. In hun nabeschouwing speelden ze alsof ze tot hun verbazing teleurgesteld waren door het gebrek aan soortelijk gewicht van Ruttes woorden. Hé, gek, peptalk in plaats van politieke visie! We hadden een staatsman verwacht die ons door de crisis zou slepen, kregen we een manische verkoper in een lege showroom. Hoopten we opgetild te worden door de bezielde woorden van een bevlogen politiek denker – zaten we weer een uur lang aan de borreltafel van Ben Verwaayen.

Jammer.

Rutte en persoonlijkheid, dat is Jan Peter Balkenende op een skateboard. Iedereen weet dat allang, maar inmiddels is het voor velen een pervers genoegen dat steeds opnieuw te kunnen constateren. Des te vaker het wordt herhaald, des te leuker het wordt. Rutte probeerde nog aan zichzelf te ontsnappen door zijn eigen leegte tot het ware liberalisme te verklaren: „Visie is als de olifant die het uitzicht beneemt.” En: „Als visie een blauwdruk voor de toekomst betekent, dan verzet alles wat liberaal is in mij zich daartegen.”

Dat was zo doorzichtig dat het pijn deed. Alleen de commentatoren van Elsevier geloofden het nog.

Wil je mild zijn, kun je zeggen dat Rutte visie met ideologie verwart, overtuiging met blinde drammerigheid. Maar de tijd voor mildheid is voorbij, Rutte heeft genoeg kansen gehad. Er is echter één probleem: zijn holheid lijkt meer dan een persoonlijkheidsprobleem, de angstige nietszeggendheid van een man die politiek getraumatiseerd is geraakt door de verschijning van Rita Verdonk op een bouwbeurs. Het is een Haagse aandoening. Een hele generatie lijkt erdoor aangetast.

Een week voor Ruttes lezing was ex-PvdA-leider Wouter Bos Zomergast. Drie uur lang heb ik met open mond gekeken naar een man die bij alles volkomen aan de buitenkant bleef, terwijl hij een gezicht trok alsof hij over essenties sprak. Af en toe werd plichtmatig lippendienst bewezen aan ‘idealen’ of ‘de mensen in het land’, maar echt gefascineerd toonde Bos zich toch alleen door het Haagse politieke spel en het ongrijpbare fenomeen van de ‘beeldvorming’ – met de CDA-spindoctor Jack de Vries als eeuwige Angstgegner. Soms werd je overschat door de mensen en dan weer werd je tekortgedaan, het was me wat. Iets van hartstocht werd alleen zichtbaar wanneer Bos zich opwond over de idealisten die politiek het onderste uit de kan wilden halen, terwijl politiek toch vooral de edele kunst van het compromis was.

Dat was hetzelfde trucje als Rutte tijdens zijn lezing toepaste: je eigen karakterloze plooibaarheid maskeren door fel af te geven op onverantwoordelijke dogmatici.

Het resultaat? Dit kabinet. Zonder visie of overtuiging, veroordeeld tot eindeloze onderhandelingen en capitulaties, vol innerlijke tegenspraak – precies zoals de architecten ervan het wilden hebben. Het politieke spel wordt nog steeds met verve gespeeld – deze zomer heeft men het ijdele D66 heel slim een blauwtje laten lopen – maar de knikkers zijn ze allang kwijt.

Bij de VVD dreigt nu opstand vanwege de ‘nivelleringdrift’ van Rutte II. De PvdA dreigt geheel ten onder te gaan aan de controledrift van haar leider, die jammerlijk verstrikt is geraakt in zijn ‘eerlijke verhaal’. Zijn glimlach wordt met de dag onheilspellender. De Joker is nu echt niet ver meer.

Twee ‘idealistische’ PvdA-fractieleden zijn opgestapt. Partijvoorzitter Spekman kondigde meteen aan dat fractieleden die van buiten de politiek komen voortaan beter getraind zullen worden, zodat ze zijn opgewassen „tegen de harde werkelijkheid van de Kamer”.

Opnieuw een doorzichtig trucje. Die Kamerleden zijn niet opgestapt omdat ze de kunst van het politiek haalbare niet verstonden, maar omdat ze het gevoel kregen in de totale uitverkoop beland te zijn. In het opiniestuk in deze krant waarin Désirée Bonis haar vertrek uit de fractie toelichtte, verklaarde ze dat er allang was besloten tot aankoop van de JSF-straaljagers, hoewel de PvdA daar in de buitenwereld nog tegen was.

Deze week stemde de PvdA in met de aankoop.

En maar klagen over de wispelturigheid van de kiezer. Of de al te gemakkelijke oprispingen van de columnist.

We gaan het nog veel meemaken – politici die hun gebrek aan ideeën fel verdedigen door elke bevlogenheid als zielig wensdenken af te doen, hun opportunisme als lucide pragmatisme proberen te verkopen, hun machtsvertoon als realiteitszin aanprijzen.

De H.J. Schoo-lezing van Rutte was meer dan een gemiste kans. Het was een dieptepunt. Tijd voor een olifant, met een heel lange snuit.