‘Obama heeft geen politieke strategie’

Jaap de Hoop Scheffer maakte als minister en als NAVO-topman de Irak-oorlog mee. „Ik ben toen in de kuil gevallen van gemanipuleerde informatie.” Nu staat hij aan de zijlijn als commentator. Een comfortabele rol, beseft hij.

Jaap de Hoop Scheffer: „Assad is een overlever, ik denk niet dat hij onder de indruk zal zijn.” Foto Merlijn Doomernik

‘Het lost niets op en maakt een politieke oplossing moeilijker.” Ongekend duidelijke en stevige taal van de man die tot vier jaar geleden als secretaris-generaal de hoogste man van de NAVO was: De Nederlander Jaap de Hoop Scheffer.

Hij maakt zich grote zorgen over de escalatie rond Syrië. Zorgen omdat er „geen enkele politieke strategie” zit achter de Amerikaanse dreiging met een militaire strafactie tegen het bewind van de Syrische president Assad. „We gaan hier vreselijke en buitengewoon serieuze lessen van leren.”

Een week geleden ging De Hoop Scheffer nog naar bed met het idee dat hij de volgende dag wakker zou worden met het nieuws dat de Verenigde Staten hun aanval op Syrië hadden uitgevoerd. Maar president Obama besloot tot ieders verrassing eerst langs het Amerikaanse Congres te gaan. Een voorbeeld van „hoe warrig” het „dossier Syrië” zich heeft ontwikkeld zegt De Hoop Scheffer.

In april van dit jaar is hij 65 jaar geworden; hij zit in diverse internationale denktanks en wordt steevast genoemd als aanstaand voorzitter van de Adviesraad Internationale Vraagstukken, één van de belangrijkste Nederlandse adviesorganen op het terrein van buitenlandse zaken. De meeste werkuren zitten nu nog in zijn bijzonder hoogleraarschap internationale politiek en diplomatieke praktijk aan het Leiden University College in Den Haag.

Enkele dagen per week bivakkeert De Hoop Scheffer in het gloednieuwe gebouw van het college achter station Den Haag Centraal. Terug van 5,5 jaar internationale diplomatieke jetset naar het Nederland van ‘doe-maar-gewoon-dan-doe-je gek-genoeg’. Hij deelt een kamer met een jonge, universitair medewerker. Staat in de rij voor de koffieautomaat. Losgekoppeld van de knoppen, ver weg van de macht. De bepantserde auto met motorescorte, het altijd klaar staande vliegtuig en de helikopter zijn ingeruild voor een fiets. Weg uit „de bubble en zijn verslavende flow” zoals hij zelf zegt. Weer gewoon mens.

„Commentator”, zo bestempelt hij zijn huidige positie. Een comfortabele rol. Als ex-minister van Buitenlandse Zaken en als oud-topman van de NAVO weet De Hoop Scheffer hoe „verdraaide moeilijk en lastig” het is wanneer „the buck stops at your desk”. Oftewel het moment daar is dat jij de volle verantwoordelijkheid draagt voor een moeilijk besluit. Dat geldt niet meer voor hem, maar wel voor iemand als de huidige minister van Buitenlandse Zaken, Frans Timmermans. De Hoop Scheffer: „Die kan niet zeggen: ik vind er niets van. Hij moet een opvatting geven als de kruisraketten volgende week gaan vliegen. Steunt hij zo’n actie politiek of steunt hij die niet?”

En? Moet Timmermans zijn steun uitspreken?

„Tja. Wat steun je dan, zeg ik in mijn rol als waarnemer. Je steunt een militaire actie die niets oplost, die de politieke oplossing eerder verder weg dan dichterbij brengt. Je steunt een militaire actie die alles te maken heeft met de geloofwaardigheid van de leider van de vrije wereld.”

Het gaat dus niet om chemische wapens maar eigenlijk om de geloofwaardigheid van president Obama?

„Het gaat erom of je het behouden van die geloofwaardigheid een voldoende argument vindt om te zeggen dat je het eens bent met die tik op de neus van Assad. Dan is het antwoord dat een ongeloofwaardige president van de VS niet in het Nederlands of Europees belang is. En natuurlijk heeft de aanval met die chemische wapens te maken, maar besef wel dat van de honderdduizend doden in Syrië maar één procent gevallen is door gifgas. Assad krijgt min of meer de boodschap dat we ons over die andere 99.000 doden niet zo’n zorgen maken, maar over die 1.000 doden door chemische wapens wel. Dat is een lastig debat.”

Het is dus een tamelijk onbezonnen actie van Obama geweest om zijn rode lijn te trekken?

„Het is onverstandig. Je ziet weer hoe belangrijk woorden in de internationale diplomatie zijn. Obama die zijn rode lijn trekt is een game changer. Met die woorden heeft hij een fout gemaakt waarmee hij nu wordt geconfronteerd. Want nu discussiëren we over de geloofwaardigheid van de Amerikaanse president. En Teheran kijkt mee. Er is geen politieke strategie, géén politieke strategie.”

Wat hadden de Amerikanen moeten doen?

„Ik vind dat met Rusland en Iran gepraat had moeten worden. We hebben een grote kans voor preventieve diplomatie gemist. Diplomatie betekent toch praten? Met mijn vrienden hoef ik niet te praten. Ik moet mijn vijanden overtuigen. Het lukt je nooit stabiliteit in Syrië te krijgen zonder Iran en Rusland. Dus je moet met die landen blijven praten. Voor de Amerikanen is dit een brug te ver, vrees ik.”

Hoe gaat dit eindigen?

„Ik denk dat Obama, na in kritische zin te zijn aangesproken, zijn meerderheid in het congres krijgt.”

En dan kan de klap worden gegeven…

„Maar die lost niets op en maakt een politieke oplossing moeilijker. Een punitive strike werkt niet bij een geïsoleerd regime. Assad is een overlever, ik denk niet dat hij onder de indruk zal zijn.”

Dus?

„Als je de brug over gaat van het gebruiken van fors geweld, waar ik mijn twijfels over heb, dan moet je ook zorgen dat je het verschil maakt. Maar Obama blijft het maar hebben over een bescheiden tik op de neus. Ja, dat werkt al helemaal niet. De grote tik waarschijnlijk ook niet, maar dan pak je tenminste Assads militaire capaciteiten echt aan. Zorg er dan voor dat je een groot deel van zijn vliegvelden uitschakelt. Dan kan hij in ieder geval geen onschuldige burgers meer vanuit de lucht met brandbommen bewerken.”

Heeft uw kritiek te maken met de Irak-oorlog toen de aanwezigheid van massavernietigingswapens, die er achteraf niet bleken te zijn, de aanleiding was?

„Ik ben toen in de kuil gevallen van gemanipuleerde informatie. In goed gezelschap trouwens, met mensen als de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell en vele anderen. Dat overkomt me geen tweede keer en iemand als Frans Timmermans ook niet. We zeggen dat we onweerlegbaar bewijs willen zien. Tot op heden heb ik dat niet. Als minister Kerry dat wel heeft of de Franse president Hollande, dan ben ik daar wel benieuwd naar. Dat is voor mij de les van Irak.”

Waar moet die onweerlegbare bewijsvoering uit bestaan?

„Dat weet ik niet. Ik heb in mijn leven veel rapporten van veiligheidsdiensten gelezen. Ze zeggen nooit dat iets absoluut zo is. Maar er zullen beelden van moeten zijn. Over telefoongesprekken zijn we achterdochtig. Die had Colin Powell ten tijde van Irak bij zijn optreden in de Veiligheidsraad ook. Daar komt het Irak-spook weer om de hoek kijken. Je krijgt nooit de 110 procent zekerheidgarantie. Diensten maken altijd een voorbehoud waardoor het voor de politiek een kwestie van interpretatie blijft.”

Maar dan kan er ook nooit een mandaat van de Veiligheidsraad komen?

„Er zijn collega’s op de universiteit hier die zeggen dat als de Veiligheidsraad geen mandaat geeft een aanval de toets van het volkenrecht niet kan doorstaan. Dat zijn de puristen. Dit zou betekenen dat in het Syrië-dossier Rusland bepaalt wat recht en onrecht is. Minister Timmermans houdt een deurtje open en zegt dat iets niet legaal kan zijn maar wel legitiem. Ik ben van diezelfde school.”