Nationale paradijsjes

Als je nu door Portugal rijdt, zie je overal verkiezingsaffiches. Enorme portretten, en slogans als ‘Voor een sterk Porto!’ Op 29 september zijn er gemeenteraadsverkiezingen.

In Duitsland hangen soortgelijke affiches: grote foto’s en beloftes als ‘Duitsland is sterk. En zal zo blijven’. Duitsers stemmen op 22 september.

Rijd dan Oostenrijk binnen: wéér affiches. Op een ervan predikt een uitvergrote partijleider: ‘Heb uw naasten Lief; Voor mij zijn dat onze Oostenrijkers’. De verkiezingen zijn op 29 september.

Dit is Europa: altijd zijn er wel ergens verkiezingen. Democratie in volle glorie, lijkt het. Maar schijn bedriegt. Mensen merken dat het weinig uitmaakt, welke kop of slogan je kiest. Veel problemen in Europese landen zijn grensoverschrijdend: de crisis, immigratie, energieprijzen. Antwoorden zijn evenmin binnen nationale grenzen te vinden. Waarom doen zoveel politici nog steeds of het wel zo is? Hoe groot is hun speelruimte überhaupt nog?

De burgemeester van, zeg, Coimbra kan moeilijk ‘nieuw elan’ brengen als steeds meer mensen moeten afvloeien die steeds minder uitkeringen krijgen. De troika (Europese Centrale Bank, Commissie en IMF) schrijft exact voor hoeveel onderwijzers en verpleegsters eruit moeten. Mochten Portugese wetten dit verhinderen, dan geeft de troika de data waarop de regering amendementen moet opstellen en het parlement ze moet goedkeuren. In de akkoorden van de troika met Portugal, Griekenland en Ierland zijn hele passages uit het ene contract zo in het andere gekopieerd.

Veel Europese besluitvorming ligt al maanden stil in afwachting van de Duitse verkiezingen. Als bondkanselier Merkel niets wil beslissen, stagneert alles. Ook lokaal is die verwevenheid er. Een Beierse partij wil tol heffen alleen voor buitenlanders. Volgens Europese interne-marktregels, die Duitsland hielp opstellen, is dit discriminatie: regeringen mogen eigen burgers en bedrijven niet voortrekken. Maar de partij stelt de tol als voorwaarde voor regeringsdeelname.

In Oostenrijk wil een partij geen geld meer aan Griekenland lenen. Terecht of niet, hiervoor campagne voeren is een democratisch recht. Kunnen burgers dat recht uitoefenen, wetend dat één blokkerend land de eurozone in de afgrond kan storten? Finland verhinderde bijna leningen aan Portugal, Slowakije die aan Griekenland. Prompt vroegen ‘nerveuze’ financiële markten hogere rentes.

De politiek zit, kortom, klem tussen burgers en de geglobaliseerde wereld. Dit is hét dilemma in Europa. Politici klagen erover, maar zijn verantwoordelijk: zij sloegen in de jaren tachtig aan het liberaliseren zonder enige reflectie over de gevolgen. Burgers zijn medeverantwoordelijk: zij hebben op hen gestemd en hebben verdiend aan de liberalisering. Nu legt de crisis de keerzijdes bloot. Het spel is uit.

Burgers willen simpele oplossingen. Die bestaan niet, tenzij je de hele boel wilt opblazen. Trouwens, zo moeilijk is het niet. Een kind begrijpt dat je, als je banken Europees laat gaan en er vervolgens problemen komen, niet kunt zeggen: laat elk land het zelf maar oplossen. Waarom behandelen politici burgers als imbecielen door hen nationale paradijsjes te beloven? Zo verliezen kiezers hun vertrouwen in de democratie. Waarom nemen politici kiezers niet serieus, door het dilemma uit te leggen, en hoe we hierin verzeild zijn geraakt? Pas als kiezers weten hoe complex alles is, kunnen ze constructief meedenken over oplossingen. Politici die alles versimpelen, zijn gevaarlijker voor de democratie dan de globalisering.

Caroline de Gruyter was correspondent in Brussel en schrijft wekelijks op deze plek over Europa.