Meer geld dan macht

Het Internationaal Olympisch Comité heeft één grote melkkoe: de Spelen. Zaterdag wordt in Buenos Aires bekend welke stad in 2020 de organisatie in handen krijgt.

In een lunchroom aan de haven van Buenos Aires helt Jens Weinreich op een goed moment samenzweerderig over de tafel. „Het Internationaal Olympisch Comité machtig? Ja, in financieel opzicht. Maar bestuurlijk is die beperkt.”

De 48-jarige Duitse onderzoeksjournalist, die na een dienstverband bij de Berliner Zeitung als onafhankelijk blogger over sportpolitiek een luis in de pels van het IOC is geworden, noemt twee namen die de macht van het hoogste sportorgaan ondermijnen: Vladimir Poetin en sjeik Ahmed al-Fahad al-Sabah uit Koeweit.

De Russische president heeft volgens Weinreich met toewijzing van de Olympische Winterspelen aan Sotsji aangetoond hoe hij een stemming kan beïnvloeden. Poetin deed wat hij wilde, negeerde regels en protocol en kreeg op die manier zijn zin. In strijd met de ethische voorschriften ontving hij IOC-leden persoonlijk en strooide in zijn rede tijdens de officiële presentatie met mooie beloften.

Om die in veel gevallen niet na te komen. Weinreich misprijzend: „Poetin beloofde onder andere vijf miljard dollar voor de ontwikkeling van sport in Rusland. Een jaar later kon hij zich die uitspraak niet meer herinneren. Ik heb ook zijn reactie na de keus voor Sotsji gezien. Die was overduidelijk: zo dat is geregeld.”

Een zwak moment van het IOC, dat de blogger IOC-voorzitter Jacques Rogge kwalijk neemt. „Hij had ballen moeten tonen. Kom op zeg, het IOC is eigenaar van de Olympische Spelen. Die positie is zo sterk dat je toch niet je oren naar Poetin laat hangen.”

De gevolgen zijn vijf maanden voor ‘Sotsji’ merkbaar. De invoering van de nieuwe Russische antihomowet is in strijd met het Olympisch Handvest, dat elke vorm van discriminatie verbiedt. En wat doet het IOC? Die legt zich neer bij de verklaring van Poetin dat Rusland vanzelfsprekend het handvest respecteert en geen sporter wat heeft te vrezen. Om tegelijkertijd ook een maatregel in te voeren die ten tijde van de Winterspelen elke vorm van protest rondom Sotsji verbiedt.

Poetin manipuleert het IOC, wat ook blijkt uit de kandidatuur van Alexander Zhukov als IOC-lid; de Rus wordt dinsdag gelijk met Camiel Eurlings gekozen. Zhukov, een voormalige waarnemend premier, is in 2010 door Poetin geparachuteerd tot voorzitter van het Russische Olympisch Comité om met het oog op ‘Sotsji’ een herhaling van de slechte Russische resultaten op de Winterspelen van 2010 in Vancouver te voorkomen. Opmerkelijk: Zhukov wordt het vierde Russische IOC-lid. De conclusie: het IOC kan de toenemende Russische invloed niet weerstaan.

Niet alleen van buiten wordt aan de macht van het IOC gemorreld, ook van binnen dreigt ondermijning. Sjeik Al-Sabah uit Koeweit, sinds 1992 IOC-lid, heeft zijn invloed in twintig jaar danig uitgebreid. Hij heeft een groep vertrouwelingen om zich heen verzameld en zelf invloedrijke posities verworven. Hij is voorzitter van ANOC, de koepelorganisatie van de 205 nationale olympisch comités, en hij leidt het solidariteitsfonds van het IOC dat elke vier jaar 500 miljoen dollar aan sportontwikkelingswerk heeft te verdelen.

De sjeik zou ook wel eens een sleutelrol bij de verkiezing van de nieuwe voorzitter kunnen spelen. Al Sabah, een a-typisch IOC-lid met lang, krullend haar die zich vaak vertoont in leren jack en met zonnebril, steunt openlijk de kandidatuur van de Duitser Thomas Bach. Op z’n zachtst gezegd een dubieuze relatie. Om twee redenen: Al-Sabah, voormalig hoofd van de Koeweitse veiligheidsdienst en oud-voorzitter van OPEC, de organisatie van olieproducerende landen, is door WikiLeaks in verband gebracht met corruptie. En volgens Weinreich heeft Bach in zijn voormalige rol als lobbyist van het elektronicaconcern Siemens via de sjeik Koeweitse investeringen geregeld. In IOC-kringen gaat het verhaal dat Bach zich dankzij de steun van Al-Sabah al verzekerd weet van zijn verkiezing tot IOC-voorzitter.

De machtsverzwakking van het IOC komt volgens ingewijden voor een deel door de nadrukkelijke aandacht voor het eigen vermogen. Nadat het IOC begin jaren tachtig, als gevolg van een aantal politieke boycots, bijna bankroet was, hebben de toenmalige leiders, onder aanvoering van voorzitter Juan Antonia Samaranch, zich financiële onafhankelijkheid ten doel gesteld. In dertig jaar tijd is er een effectief marketingprogramma ontwikkeld en zijn de televisierechten slim uitgevent. Het IOC is momenteel goed voor een omzet van zo’n vijf miljard dollar per vierjaarlijkse olympiade.

De Olympische Spelen, samen met exploitatie van de olympische ringen, gelden als de grote melkkoe. Volgens Weinreich werkt het IOC als een franchisehouder van de Spelen en worden de organiserende steden met wurgcontracten in de greep gehouden. Via het het zogheten host city contract worden onder andere tijdelijke, gunstige belastingregelingen voor het IOC afgedwongen. Weinreich spottend: „In termen van geld toont het IOC zijn macht, niet ten opzichte van dictators. In landen waar de Olympische Spelen worden gehouden zijn de belastingbetalers uiteindelijk de dupe.”

Francesco Ricci Bitti, de Italiaanse voorzitter van de internationale tennisfederatie ITF en voormalig IOC-lid, ziet als voornaamste taak van de nieuwe voorzitter, dat het IOC zijn macht beter moet gebruiken. Hij verwijt het IOC gebrek aan professionalisme. „Er zijn te veel IOC-leden die maar een geringe bijdrage leveren. We zijn twaalf jaar na de hervormingen en sindsdien is er geen enkele toetsing geweest. Zijn de regels voor een lidmaatschap nog wel actueel? Moeten die niet worden herzien. Ik denk van wel. Als ITF-voorzitter vind ik ook dat de internationale federaties meer invloed moeten krijgen. Die zijn tenslotte verantwoordelijk voor de wedstrijden tijdens de Spelen. Een nieuw hervormingsprogramma wordt de belangrijkste taak van de nieuwe IOC-voorzitter.”

De Duitse oudgediende Walter Tröger, sinds vier jaar erelid van het IOC, zegt dat rijkdom karakters verandert. Met andere woorden: het IOC is zakelijker geworden. Ook hij ziet dat als een eenzijdige en gevaarlijke ontwikkeling. De menselijke maat verdwijnt volgens Tröger. Tot zijn ongenoegen. „Net als bij een hoge zee en voor het gerecht is bij het IOC alles mogelijk.”