Marxisme volgens McKinsey

Het doel van ondernemen is niet alleen winst maken, maar ook het creëren van een betere wereld. Dit pleidooi van McKinsey-topman Barton levert hem in de Verenigde Staten het stempel ‘marxist’ op. „De pendule van het kapitalisme is te ver doorgeslagen.”

Dominic Barton voert een kruistocht. De managing partner van McKinsey & Company, een van de meest invloedrijke adviesbureaus in de wereld, vindt dat ondernemingen een grotere verantwoordelijkheid moeten nemen in de samenleving. Op het terrein van duurzaamheid, werkgelegenheid, sociale cohesie.

In de Verenigde Staten leverde deze missie de 51-jarige Canadees het predicaat ‘socialist’ en zelfs ‘marxist’ op. Barton kijkt meewarig en lacht. „Dat zijn maar labels. Het gaat mij om de inhoud. De overheid kan het niet alleen, de pendule van het kapitalisme is te ver doorgeslagen”, zegt hij in de Amsterdamse vestiging van McKinsey, met uitzicht op de Amstel.

Barton: „Het doel van ondernemen is niet alleen winst maken. Ondernemen heeft te maken met arbeid, kapitaal, grondstoffen – en die moet je inzetten om een betere wereld te maken. Overheden spelen daarbij een rol, maar het zijn uiteindelijk de ondernemers die de banen creëren. Het zijn ook de ondernemers die – daartoe aangespoord door hun klanten – zeggen: ‘We gaan duurzamer produceren’. En het zijn de ondernemers die de nieuwe samenleving vormgeven. Kijk naar de invloed die Steve Jobs heeft gehad op de manier waarop wij nu werken en leven. Dat is toch ongelofelijk?”

Ondernemers zijn aan zet. Maar het vertrouwen dat de samenleving in ze heeft, bevindt zich – onder andere door de bankencrisis van 2008 – op een dieptepunt. Volgens het Amerikaanse onderzoeksbureau Gallup heeft nog maar 21 procent van de Amerikanen vertrouwen in ondernemers, tegen 55 procent in 1966 toen Gallup het vertrouwen voor het eerste peilde. „Het draagvlak van ondernemers is sterk afgenomen, dat vertrouwen moet worden herwonnen.”

Hoe?

„Door verantwoordelijkheid te nemen. Jeugdwerkloosheid vind ik een ontzettend groot maatschappelijk probleem – in Spanje is meer dan de helft van de jeugd werkloos. Dat is gevaar zijn voor de stabiliteit van een samenleving. Zou de situatie in het Midden-Oosten minder gespannen zijn als de werkloosheid daar niet zo hoog was? Ik kan het niet bewijzen, maar ik heb de neiging om dat te geloven.”

Volgens Barton zijn we op een punt beland waarin we „het kapitalistische systeem moeten herijken”. Als voorbeeld noemt hij de Britse zeepfabrikant Lever Brothers Ltd. (Sunlight), een van de voorlopers van Unilever. William Lever verafschuwde de armoede in industrieel Engeland. Hij vond dat werkgevers een taak hadden in de bestrijding ervan. Vandaar dat hij een redelijk loon betaalde en allerlei sociale voorzieningen trof. „Dat zijn ondernemers die hun verantwoordelijkheid namen. Dat moet ook nu weer gebeuren.”

Over een paar eeuwen zullen mensen volgens de McKinsey-topman terugkijken op het begin van de 21e eeuw en het beschouwen als „een van de meeste significante periodes van transformatie in het menselijk bestaan”. Barton noemt de verschuiving van de economische macht van west naar oost en zuid. „Drie miljard mensen in Azië en Afrika zullen tot 2030 toetreden tot de middenklasse. Zo’n grote groep nieuwe consumenten hebben we nog nooit gezien.” En de invloed van technologische ontwikkeling is „immens”.

Wat zijn de gevolgen van deze automatisering voor de productiefactor arbeid?

„Wij hebben berekend dat er tot het jaar 2025 ongeveer 200 miljoen banen wereldwijd door zullen verdwijnen.”

200 miljoen werklozen?

„Absoluut niet. Er zullen nieuwe banen ontstaan. Gevolg voor de bedrijven is dat ze continue moeten investeren in scholing en opleiding van het personeel. We hebben de beschikking over steeds meer informatie. De behoefte aan analisten die die informatie kunnen analyseren, zal exponentieel stijgen. En we hebben geen flauw idee van de nieuwe banen. Niemand kon in 1880 bevroeden hoeveel mensen een eeuw later in de vliegtuigindustrie zouden werken.”

Mensen werken gemiddeld veertig uur per week, straks twintig uur?

„Ik geloof daar niet in, maar het zou geen slechte uitkomst zijn. Mensen zullen minder werken, maar een halvering lijkt mij veel. Minder werken creëert banen in de entertainment- en vrijetijdssector. Verder zal er meer werk komen in de voedingsbranche, de agrarische sector en het onderwijs. Het onderwijs is te veel gericht op geld verdienen en carrière maken. Maar er is meer in het leven. Hoe ga je om met vrije tijd? Wat kun je betekenen voor de samenleving? In Azië meet men het succes van een ondernemer ook af aan de rol die hij speelt in de samenleving.”

Dominic Barton werkt al 27 jaar bij McKinsey & Company – the firm, zoals hij zelf zegt. Hij is geboren in 1962 in Oeganda, waar zijn vader Anglicaans missionaris was. Het huis waar ze woonden werd geconfisqueerd door legerleider Idi Amin en het gezin week uit naar Canada. Vanaf zijn zevende groeide hij op in de kleine boerengemeenschap Fraser in de buurt van Vancouver.

Na zijn studie begon hij in 1986 bij McKinsey. „Mijn carrière was geen lineaire lijn omhoog. Ik weet wat het is om te worden afgewezen”, zegt Barton. „Het kostte me drie keer voordat ik tot partner werd gekozen.” Hij maakte binnen het concern naam door de manier waarop hij de vestigingen in Seoul en Shanghai leidde, deels tijdens de Aziëcrisis.

Barton noemt zichzelf een McKinseyaan „in al mijn vezels”. Het bedrijf werd in 1926 in Chicago opgericht door de James McKinsey, hoogleraar accounting aan de University of Chicago. McKinsey & Company is eigendom van de partners. Het bedrijf publiceert geen financiële gegevens. Zijn omzet wordt geschat op 6 à 7 miljard dollar per jaar. De managing partner wordt – op een conclaafachtige wijze – door de senior partners gekozen voor een periode van drie jaar, en kan maximaal drie termijnen het bedrijf leiden.

Bij het bedrijf werken 7.500 adviseurs. Via een netwerk van oud-collega’s – 27.000 mensen in 120 landen – kunnen ze beschikken over informatie over alle bedrijven en overheden. Het netwerk van McKinsey-alumni is hecht. Barton was deze week in Nederland op uitnodiging van zijn vriend Mickey Huibregtsen om de burgerschapslezing van De Publieke Zaak te houden. Dat is een organisatie, opgericht door Huibregtsen en Pieter Winsemius – beiden voormalig McKinsey-adviseur, die zich inspant om burgers en organisaties te inspireren zelf verantwoordelijkheid te nemen in de maatschappij.

Tijdens de lezing vertelde Barton dat hij gemiddeld twee bestuursvoorzitters per dag spreekt. Hij bekleedt de functie van managing partner vierenhalf jaar en werkt zo’n driehonderd dagen per jaar. Inclusief zijn bezoeken aan het World Economic Forum in Davos sprak hij ruim drieduizend bestuurvoorzitters.

Wat zijn de belangrijkste lessen op het terrein van leiderschap? Barton: „Topondernemers vinden dat ze te weinig contact hebben met hun mensen. Dat zouden ze bijna allemaal willen intensiveren. Ook om sneller beslissingen te nemen: eerder mensen ontslaan of promotie geven. En ze zouden meer tijd willen besteden aan coaching.”

Verder vinden ondernemers, terugblikkend, dat ze in het begin veel tijd investeren in het opbouwen van vertrouwen en geloofwaardigheid en dat gaat ten koste van de besluitvorming. Dus eerder knopen doorhakken. En het is lonely at the top, ze missen sparring partners en criticasters.

Tijdens zijn bezoek aan Nederland sprak Barton met zes bestuursvoorzitters. Wie? „Over onze klanten doen we geen mededelingen”, zegt hij lachend. De indruk die hij overhield van de gesprekken? „Mijn gesprekspartners waren somber over de staat van de Nederlandse economie. De economie is zwak. ‘Het Griekenland van het noorden’, schertste er een. En er was gemor over de strategische koers. De spirit ontbreekt, zeggen mijn gesprekpartners. Jammer, want dit land heeft geweldige potenties.”

Wat zou uw advies voor Nederland zijn?

„Ik zou alles op alles zetten om de Europese hoofdkantoren van bedrijven uit de opkomende economieën binnen de grenzen te krijgen. Amsterdam heeft wat dat betreft een unieke positie. En Nederland zou een klimaat moeten scheppen voor meer technologische innovaties. Kleine, snelle bedrijven in de omgeving van Shell, Philips, DSM, Unilever. Voedsel en water zijn de thema’s van de toekomst. En daar is Nederland goed in. Ik ben Canadees, de innoverende boerenbedrijven werden geleid door boeren met een Nederlandse achtergrond.”

McKinsey is een van de meest invloedrijke adviesbureaus in de wereld. Met meer dan negentig kantoren in vijftig landen wordt het ingehuurd door overheden, organisaties en stichtingen. Wat is de McKinsey-methode?

„De cliënt staat voorop. We hebben als vuistregel dat de impact van ons advies minimaal tien keer groter moet zijn dan wat we kosten. Wij gaan analytisch te werk en de feiten zijn heilig. En we kunnen door onze kantoren putten uit kennis van over de hele wereld. Je vraagt dus geen advies aan het kantoor van McKinsey in Amsterdam – nee, aan McKinsey worldwide.”

Dinsdag publiceert de Amerikaanse journalist Duff McDonald een kritisch boek over uw bedrijf.

„Ik heb het gelezen. Het is een goed boek. Ook wij maken fouten. Enron was een nachtmerrie en bij AT&T zaten we er naast.”

McKinsey was de belangrijkste adviseur van het Amerikaanse energiebedrijf Enron dat in 2002 ten onder ging aan een boekhoudschandaal. In 1980 voorspelde McKinsey dat de markt voor mobiele telefoons in 2000 een omvang zou hebben van 900.000. Het werden er 109 miljoen, meer dan 120 keer zo veel. En zo gaat McDonald nog even door.

Barton: „Het is niet leuk om dat allemaal zo op een rij te lezen, maar het hoort erbij. Ik schaam mij er niet voor. Wij zijn niet goedkoop, maar mensen schakelen ons in omdat we het kennelijk waard zijn. En ja, we maken fouten, soms hele grote.”