Mahler tussen de elementen

Het Concertgebouw- orkest viert zijn 125-jarig bestaan met een tournee langs alle continenten – behalve Antarctica. NRC volgt die wereldtournee. Deel 5: Mahler tussen de krekels en de Oostenrijkse adel.

Concert bij Slot Grafenegg in Oostenrijk. Foto Dieter Nagl

In de groene heuvels van Neder-Oostenrijk, driekwartier rijden van Wenen, ligt Slot Grafenegg. Je kunt je meteen voorstellen waarom juist hier talloze Duitse sprookjesfilms werden opgenomen. En de Disneyfactor van het royaal met trapgevels en torentjes verfraaide negentiende-eeuwse kasteeltje is al even intrigerend als de naam van de eigenaar: prins Tassilo Metternich (48), directe afstammeling van de staatsman. Tassilo’s vader, Franz Albrecht Metternich-Sándor (1920 – 2009,) begon hier in 1971 met het organiseren van culturele activiteiten op het 32 hectare omvattende landgoed. „Ik was toen zes en woonde in dat gele huisje”, wijst de zoon. „Het kasteel was een ruïne, het viel na de Tweede Wereldoorlog in handen van de Russen en daarna was het onbewoonbaar. Natuurlijk had mijn familie er na de restauratie ook een stichting of bedrijf kunnen huisvesten. Maar nu genieten hier 70.000 mensen per jaar van het terrein en de muziek. Dat is veel beter.” Moeder Metternich woont overigens nog wel op het familielandgoed.

Sinds zeven jaar vindt hier elke zomer het Grafenegg Music Festival plaats, dat de weinig kosmopolitische uitstraling van het verwaarloosbare gehucht compenseert met een verbazingwekkende lijst musici. Geen ander festival ter wereld trekt zo’n lijst toporkesten aan in zo korte tijd. Elke avond Gänsehaut und Euphorie, belooft het programma. Zo wordt vandaag het Koninklijk Concertgebouworkest ingevlogen, maar vorige week speelden hier het London Symhony Orchestra, het orkest van het Mariinski Theater uit Petersburg en de Wiener Philharmoniker.

„In aanzet was er behoefte aan een zomerresidentie voor ons regio-orkest, het Tonkunstler Orchester”, vertelt artistiek leider/pianist Rudolf Buchbiner. „In Wenen is cultureel weinig te beleven in de zomer en zo ontstond het plan hier een festival te beginnen dat excelleert in orkestmuziek. Orkesten komen hier gelukkig graag. De bomen, de lekkere Grünter Veltliner die hier wordt gemaakt – en waar we na afloop nog van drinken. Een symfonie der zintuigen, zeggen we zelf.”

Paul Gessl, zakelijk directeur culturele zaken in de provincie Neder-Oostenrijk: „En we betalen onze rekeningen op tijd. Dat vinden orkesten ook prettig.”

Het budget mag er zijn: jaarlijks heeft Grafenegg 6,3 milljoen euro te besteden, waarvan het festival grofweg eenderde kost. De helft van het budget wordt gedragen door de subsidie van de provincie, de rest komt van sponsoren en uit kaartverkoop. De afgelopen tien jaar is daarnaast ook 25 miljoen euro geïnvesteerd in onder meer de restauratie van het slot, de bouw van een auditorium en een futuristisch openluchttheater dat ‘Wolkentoren’ (Wolkenturm) heet. Het werd ontworpen door onder anderen gravin Marie-Therese Harnoncourt, een vol nichtje van dirigent Nikolaus Harnoncourt die hier ook meermaals dirigeerde – en weer een vriend is van artistiek directeur Rudolf Buchbinder. Toeval? Alvtiolist Michael Gieler, enige Oostenrijker in het Koninklijk Concertgebouworkest, kijkt bedenkelijk: „Ik vermoed: geen toeval. Dit is Oostenrijk.”

Voor het Concertgebouworkest maakt Grafenegg regelmatig onderdeel uit van de nazomertournee. De vorige jaren zat het weer steeds tegen en moest worden gespeeld in de zaal. Maar vandaag, een stralende donderdagavond, kan Mahlers Negende symfonie onder dirigent Daniele Gatti volgens plan worden gespeeld in de Wolkenturm. In het eerste deel zijn het nog de vogels die door Mahlers noten heen zingen maar anderhalf uur later is het aardedonker en breekt luid krekelgekwaak heen door het broze slotdeel.

De akoestiek is niet fantastisch, het orkest wordt zelfs een beetje elektronisch bijversterkt. Maar de sfeer is hoogst bijzonder en ook de invallende avondkilte memorabel. Mahler tussen de elementen.

Na afloop loopt artistiek leider Buchbinder tevreden rond tussen het publiek. Een derde Weners, een helft mensen uit de provincie, een enkele buitenstaander. Aan het lokken van meer toeristen wordt gewerkt. „Die losse sfeer, dat is voor ons hoofdzaak”, zegt zakelijk leider Paul Gessl. „We willen toegankelijk zijn. Dat is politiek ook verstandig. Een zitplaats kan hier tot 139 euro kosten, maar voor een plekje op de weide met goed zicht betaal je 15 euro. Over drie jaar wil ik dat we jaarlijks 50.000 mensen bereiken met het festival.”

Buchbinder wil vooral dat álle grote orkesten ter wereld hier geweest zijn. Vooralsnog ontbreken de Berliner in de line-up, net als het orkest van de Bayerische Rundfunk – het andere orkest van de Amsterdamse chef-dirigent Mariss Jansons. Buchbinder kijkt triomfantelijk. „Aha! Maar de Berliner komen volgend jaar. Net als het Boston Symphony Orchestra. En de Bayerische Rundfunk begeleidt in deze periode altijd een concours, dus dat werkt niet. Maar orkesten aantrekken is niet zo moeilijk. Het gaat erom dat ze ook terugkomen. En dat lukt hier.”

Prins Tassilo Metternich is „blij dat het zo goed loopt”, zegt hij. „Ik kom overigens ook graag zelf, eigenlijk naar vrijwel alle concerten. Maar dat is een plezier, geen plicht.”

Het Concertgebouworkest zit dan alweer in de bus terug naar Wenen. Het was een zware tourneeweek, met zeven concerten in acht dagen. Nu eerst weekend. Dinsdag beginnen de repetities weer.