‘Klimaat is geen spel, het is bloedserieus’

Vrijdagmiddag werd in Den Haag het Energieakkoord getekend. Greenpeace-directeur Sylvia Borren legde er samen met werkgeversvoorzitter Wientjes de basis voor. Over wederzijds wantrouwen en uren maken.

„Ik werd steeds ongeduldiger en heb op een gegeven moment frontaal de aanval geopend en hem uitgefoeterd.” Foto’s Merlijn Doomernik

Ergens op de Veluwe staat de schuilhut van Greenpeace-directeur Sylvia Borren: een oude, groen geverfde caravan aan de rand van een dicht bos. In de wei staan drie Friese paarden. ‘Djoeka’ staat pal voor de caravan aan wat hoog gras te knabbelen en laat haar vijgen keurig in een hoekje vallen. De 62-jarige Borren is een paardenmens. Het liefst zwerft ze op de brede rug van Djoeka door de bossen.

Binnen ligt Borrens vrouw, de Peruaanse Rebeca, rustig een boekje te lezen tot het interview voorbij is. Een vredig, romantisch tafereel. Het strenge gebouw van de SER in Den Haag staat op veilige afstand, in een andere wereld: de ‘polderwereld’ waar Borren de afgelopen maanden – met de hele milieubeweging – een uitputtingsslag heeft geleverd voor een duurzamere toekomst.

Het regeerakkoord van VVD en PvdA had een doel gesteld: in 2020 moest 16 procent van de energie die in Nederland wordt gebruikt, duurzaam zijn opgewekt. Op dat moment was het net 4 procent, Nederland liep hopeloos achter bij andere landen in Europa.

De Sociaal Economische Raad (SER) kreeg de opdracht van minister Kamp (Economische Zaken, VVD) om alle betrokken partijen aan tafel te krijgen en het onderling eens te worden over de manier waarop die 16 procent moest worden gehaald. Dat waren werkgevers, werknemers, overheid en de milieubeweging. Sylvia Borren was daar aanvankelijk niet bij. „Met die mevrouw moet je niet om tafel gaan zitten, was het beeld”, zegt ze lachend over haar imago van activistische ijzervreter.

Maar toen het energieakkoord vrijdag werd getekend zat ze wel aan tafel. Een harde confrontatie met de gevestigde orde van VNO-NCW was het keerpunt geweest. De vrouw met veertig jaar ervaring in actievoeren voor homorechten, vrouwenrechten en later als directeur van Oxfam Novib, tegenover het symbool van de Nederlandse zakenwereld: Bernard Wientjes.

Hoe heeft u zich daar binnengedrongen?

„De werkgevers waren bezig het overleg op alle fronten te blokkeren. Er werd alleen maar gepraat en niet onderhandeld. Op een gegeven moment heb ik tegen Tjerk Wagenaar van Natuur en Milieu, die wel aan tafel zat, gezegd: probeer een gesprek te organiseren met VNO-NCW. Ik wil ze in de ogen zien. Dat is uiteindelijk gelukt, al was er niet meer dan een uur voor uitgetrokken.”

Hoe verliep dat gesprek?

„Bernard Wientjes was vooral zelf aan het woord. Over het belang van Nederland en koopkracht en dat we niet te ver moeten willen springen in deze moeilijke tijden. En dat de industrie wegtrekt als de energie duurder wordt. Ik werd steeds ongeduldiger en heb op een gegeven moment frontaal de aanval geopend en hem uitgefoeterd. ‘Je bent niet verantwoordelijk bezig, niet voor Nederland en niet voor je eigen VNO-NCW. Jij snapt niet wat hier aan het gebeuren is. Het is allang bewezen wat klimaatverandering doet met onze aarde. Dit is geen spel, dit is bloedserieus. Het gaat over het leven zelf. Als directeur van Oxfam Novib heb ik hongersnoden gezien en overstromingen die het gevolg waren van klimaatverandering. Mensen en kinderen die gras aten. Dat gaat niet over later, dat gaat over NU! En ik snap ook niet dat jij als vertegenwoordiger van het Nederlandse bedrijfsleven elke poging blokkeert om verder te komen, terwijl landen die wel investeren in schonere techniek, zoals Duitsland en Denemarken, ons voorbij streven’.”

Een ongewone toon in de polder?

„Die directheid was nieuw. Ik heb hem ook gezegd: wij, de milieubeweging, vinden dat we een opdracht hebben van het kabinet en dat het gaat om de vraag hoe die in te vullen. Terwijl jullie de hele tijd bezig zijn die opdracht onderuit te schoffelen.”

Hoe reageerde Wientjes?

„Met een grapje. Zolang het democratisch proces niet is afgerond in de Eerste Kamer, is er helemaal geen opdracht, zei hij. ‘En overigens houden jullie van Greenpeace je ook niet altijd aan de opdrachten van de democratie.’ Daar had hij trouwens gelijk in. Maar ik had het gevoel dat de deur volstrekt op slot zat: ik zat tegenover een persoon die écht vond dat hij het belang van Nederland het beste vertegenwoordigde, en ik vond écht dat dat niet zo was.”

Maar die deur bleek niet écht dicht?

„De volgende dag kreeg ik een sms van Wientjes: wil je me bellen? Hij nodigde me uit om onder vier ogen te gaan eten. Complimenten wie complimenten toekomen: hij heeft de handschoen toen opgepakt. Later heeft hij tegen me gezegd dat hij zich realiseerde dat hij ook met Greenpeace zaken moest doen als hij ergens uit wilde komen.”

Werd het een gezellig etentje?

„Wij hebben ons wederzijds wantrouwen uitgesproken. Dat ik hem wantrouwde omdat hij telkens nieuwe schaakborden opent en het spel zo verplaatst dat alles uiteindelijk bij het oude blijft. Wientjes zei dat zij bang waren dat we het hele akkoord op het laatste moment zouden opblazen. Ik heb gezegd dat ik dat snapte maar dat we wilden ‘springen zo ver als we konden’, met elkaar. Het was een echte kennismaking. We hebben het over onze achtergronden gehad. Ik heb hem verteld dat mijn familie ook allemaal in het zakenleven zit en dat mijn vader directeur was van Philips in Nieuw-Zeeland. Daar hebben we elkaar beloofd, en dat is heel belangrijk geweest, dat we geen van beiden weg zouden lopen van tafel totdat we ‘uren met elkaar gemaakt zouden hebben’, echt met elkaar zouden hebben onderhandeld.”

Hebben jullie woord gehouden?

„Een paar weken later heb ik die toezegging verzilverd. Het SER-overleg dreigde weer vast te lopen en ik heb ik hem een sms-je gestuurd: ik wil nu tijd in jouw balboekje. Daar kwam geen reactie op. De volgende ochtend zijn Wagenaar en ik gewoon naar de Malietoren gegaan en hebben van beneden opnieuw ge-sms’t: Bernard, we zitten beneden. Nu! Binnen een kwartier waren we boven en hebben we onze ‘uren gemaakt’. In anderhalf uur tijd zijn we alle onderwerpen langsgelopen die aan de orde waren: wij staan hier, jullie daar en hier zijn we het over eens. Op 8 juli lag er een deal tussen VNO-NCW, milieuorganisaties, groene werkgevers en FNV.”

Het directe contact is cruciaal geweest. Wat heeft gemaakt dat jullie elkaar konden verdragen?

Ze lacht, eerst een beetje schuchter en dan voluit maar antwoordt serieus: „Het is altijd goed om door te dringen tot mensen met wie je het in eerste instantie ontzettend oneens bent. Ik wind me op over wat er gebeurt in de samenleving bij hongersnood en overstroming. Dat zie ik voor me, dat zijn filmpjes in mijn ogen. Maar ik zie ook dat het hem niet raakt, net zo min als veel andere mensen. Die zeggen, ja er is een miljard mensen in de wereld dat honger lijdt, jammer dan. Dat heeft natuurlijk geschuurd. Van de twee heeft hij de meeste macht, maar ik ben het meest gedreven. En verder hebben we allebei wel gevoel voor humor. Ik ken dat soort mensen wel, hij deed me denken aan mijn vader.”

In welk opzicht?

„Weten wat het beste is. Een zekere paternalistische neiging. Soms voelde ik me in een verkeerd huwelijk waarin de vrouw de hele tijd klaagt, en de man dan zegt: Och meisje het valt allemaal wel mee. Maar ik geef niet op: je mag het met me oneens zijn maar je zult horen wat mijn argumentatie is. Een man als Wientjes vindt dat degens kruisen ‘best lollig’. Bernard en ik zijn het nog steeds op punten niet eens, maar we zijn wel echt in gesprek gekomen.”

Nu is er vooral kritiek van uw eigen milieuachterban. Het resultaat is veel te mager, 14 procent in plaats van 16 procent. Jullie zijn met het establishment in bed gekropen.

„Ja,inderdaad. Ik snap die kritiek heel goed, maar op een aantal punten maken we echt een grote sprong: meer wind op zee dan de overheid eerst wilde; sluiting van vijf kolencentrales. Beperking van bijstook met biomassa. Daar heeft Nederland 25 jaar tegenaan gehikt. Bovendien komen er minstens 15.000 banen uit voort. De borging van dit akkoord is heel belangrijk. In 2016 stellen we vast of we op schema liggen met de energiebesparing, als dat niet het geval is komen er nieuwe verplichtingen.”

Dat zijn de plussen, wat zijn de minnen?

„Geen verplicht energielabel voor koopwoningen. Kamp stelt geen geld beschikbaar om eigenaren te verleiden tot energiebesparing. Ook in het vervoer zijn nog geen keiharde afspraken. Daarnaast is er geen financiële prikkel om grote bedrijven op gang te helpen. De vervuiler betaalt te weinig. Ik snap de kritiek van mensen als de hoogleraar transitiekunde Jan Rotmans dat dit nog geen echte transformatie is. We hebben niet gedaan wat Duitsland wel heeft gedaan, wij hebben geen echte Energiewende. Maar het glas is voor mij toch meer dan halfvol. Met dit akkoord is over tien jaar de helft van de Nederlandse stroom duurzaam. De transitie is begonnen.”

Wientjes deed u aan uw vader denken. Is de confrontatie met het establishment thuis begonnen?

„In 1971 heb ik mijn ouders verteld dat ik een vriendin had en lesbisch was. Ik had niet gedacht dat ze zo fel zouden reageren. Mijn vader heeft me aanvankelijk onterfd, hij rekende me zelfs voor hoeveel geld ik zou mislopen. Mijn moeder zei op een gegeven moment zelfs dat ik voor haar niet meer bestond. Ik kan daar nog steeds niet over praten zonder emotie. Maar het is uiteindelijk goed gekomen. Ze hebben het nooit volledig geaccepteerd, maar wel mijn keuzevrijheid gerespecteerd. Met mijn vader ben ik tot zijn dood vrolijk in discussie geweest.”

U bent na die confrontatie de wereld ingetrokken en altijd activist gebleven. Zelf ooit een steen gegooid?

„Nee, het enige strafbare feit dat ik heb gepleegd was vorig jaar toen ik ben doorgedrongen tot de bestuurskamer van Shell in Den Haag. Dat was in een actie tegen het boren naar olie en gas op de Noordpool. Nadat we de deuren van binnen hadden vergrendeld hebben we een boodschap de wereld ingestuurd dat ik de nieuwe bestuursvoorzitter was en dat Shell voortaan geen fossiele brandstoffen zou winnen maar alleen duurzame. Nee, ik vertel niet hoe we daar binnen zijn gekomen. Dat heeft me een boete gekost van 260 euro.”

In actie bent u nauwelijks te verslaan, maar tegelijk maakt u een schuchtere indruk.

„Ik ben inderdaad verlegen en hou niet zo van grote gezelschappen. Maar als ik een doel heb, geef ik niet op. Dat heb ik geleerd als lange-afstandszwemmer.”

Greenpeace blijft een club van activisten?

„Wij zullen altijd actie blijven voeren. Aan tafel onderhandelen we, maar buiten moeten we macht verzamelen. Dat hebben we ook tijdens de besprekingen over het energieakkoord gedaan: wij spelen binnen en buiten tegelijk. We hebben grote Nederlandse bedrijven met acties onder druk gezet om zich openlijk uit te spreken voor het energieakkoord. En ook nu zullen we blijven duwen.”

Maar ook aan tafel blijven?

„Je voelt je misschien moreel beter als je buiten staat te krijsen dat iets niet deugt, maar ik ben altijd die kamer binnengestapt en zaken gaan doen. Als je vecht voor kinderrechten, vrouwenrechten, milieurechten, komt er ook een moment dat je aan tafel moet gaan en iets moet regelen.”