Immigrant moet een uitkering ‘verdienen’

Immigratie botst met de verzorgingsstaat. Dat valt mee als flexwerk wordt afgeremd en het recht op een uitkering niet direct ontstaat, schrijft Monique Kremer.

Foto Flip Franssen

Migranten. Ze zouden een aanslag op de schatkist zijn, anderen van de arbeidsmarkt verdringen en het vertrouwen tussen burgers ondermijnen. Daarbij worden ze uitgebuit en veroorzaken ze overlast. Deze week nog beklaagden diverse burgemeesters zich in deze krant over malafide uitzendbureau’s en door migranten uitgewoonde recreatieparken. ‘Samenlevinkjes zonder wetten of regels’, zijn het. En gaat de arbeidsmarkt in januari 2014 open voor Roemenen en Bulgaren, dan wordt het erger, is de teneur.

De aanklacht is ernstig. Immigratie zou zagen aan de drie pijlers van de verzorgingsstaat: de financiële houdbaarheid, een goed functionerende arbeidsmarkt en de solidariteit. Overigens laat onderzoek zien dat bijstandstoerisme niet bestaat. Migranten vertrekken naar landen waar werk is – niet waar de uitkeringen hoog zijn.

De ‘typische immigrant’, laag- of niet opgeleide Marokkanen en Turken, kostten de schatkist indertijd meer dan ze opleverden. Maar de huidige migratie is diverser. Kennismigranten uit India en arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa leveren juist een bijdrage aan de economie. Een tijdelijke arbeidsmigrant levert de schatkist 1800 euro netto per jaar op, becijferde onderzoeksinstituut SEO.

Toch, laten we ons nog niet rijk rekenen. De financiële houdbaarheid van het stelsel staat of valt met het hebben en houden van werk. Nu al is circa de helft van de Polen weer vertrokken. Maar een deel blijft. En hun uitgangspositie is – wederom – niet best. Ze spreken nauwelijks Nederlands, zitten vast in flexibele banen aan de onderkant van de arbeidsmarkt.

Pikken immigranten ‘onze’ banen in? Verdringing, luidt de consensus onder economen, vindt niet plaats. Migranten doen immers vaak werk dat de zittende bevolking niet wil.

Ondermijnt migratie dan de solidariteit? Ook hier geldt: meer diversiteit leidt niet perse tot minder solidariteit. Wel pleiten veel mensen voor meer wederkerigheid in het stelsel. Je moet eerst hebben gewerkt en belastingen en premies hebben bijgedragen voor je een uitkering krijgt. Arbeidsmigranten zijn het daar overigens vaak roerend mee eens.

Immigratie en de verzorgingsstaat botsen dus wel degelijk – maar de spanningen zijn te overkomen. Niet door de grenzen te sluiten, maar door de onderkant van de arbeidsmarkt te reguleren. Het tegengaan van uitbuiting is een deel van de oplossing. Het afremmen van flexwerk is belangrijker. Daarnaast, een betere kennisinfrastructuur – talent trekt talent aan – en een toleranter politiek klimaat zou hoger opgeleiden migranten aantrekken.

Meer investeren in migranten is cruciaal. Niet alleen door henzelf, ook door overheid en werkgevers. Migranten moeten beter worden toegeleid tot de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld door middel van onderwijs en mentors. Het huidige onderwijssysteem selecteert kinderen al op hun twaalfde in vmbo, havo, vwo. Maar door slechter presterende leerlingen langer met beter presterenden op te laten trekken, stijgen de resultaten van de eerste groep. daarbij: de huidige inburgeringscursussen richten zich op Nederlandse normen en waarden – niet op de Nederlandse arbeidsmarkt.

Ook moet de sociale zekerheid worden geïndividualiseerd. Zo moet een uitkering worden ‘verdiend’. De verzorgingsstaat wordt zo een ‘contributiestaat’. Dat impliceert een (tijdelijke) sluiting van de bijstand, maar dat hoeft, net als in immigratieland Australië, niet langer dan twee jaar te duren. Migratie en de verzorgingsstaat: een conflictueus koppel, maar de spanningen zijn te vermijden. Dan moeten beide kanten zich wel een beetje aanpassen.