Ik heb hem niet in de steek gelaten

In de rubriek ‘Het nabestaan’ praten mensen over verlies, rouw en hoe het leven verder gaat. Daaronder staat een necrologie van een niet per se bekende persoon.

„Bij het opruimen van Gerts atelier vond ik diverse teksten waaruit bleek dat hij zich bewust was van zijn situatie. Hij heeft er nooit over kunnen praten.”

In 1968 zijn Gert en ik getrouwd. We hadden een goed huwelijk: veel ondernomen, veel gereisd, prachtige dingen meegemaakt. Omstreeks 2006 veranderde Gert. Hij werd steeds eigengereider, opstandiger, onredelijker. Zijn zus opende mij de ogen: ‘Zie je niet wat er met hem aan de hand is? Hij heeft hetzelfde wat onze moeder had.’ Alzheimer.

„Gert zelf heeft zijn ziekte nooit geaccepteerd. Met geen woord heeft er ooit met mij over willen praten, ook niet nadat een jaar later de diagnose was gesteld.

„Gert was kunstschilder en hij had een succesvol grafisch ontwerpbureau. Daarnaast investeerden wij samen veel tijd in een stichting die creatieve cursussen organiseerde in Zuid-Frankrijk. We hadden een huis in Costa Rica, waar Gert ook een atelier had.

„In de loop van 2009 werd het leven met Gert haast onmogelijk. Reizen naar Costa Rica ging niet meer en ook aan zijn werk als schilderdocent in Frankrijk kwam een einde. Alle frustratie over z’n verlies aan vakmanschap en status reageerde hij af op mij. Niks kon ik nog goed doen: administratie, koken, mijn werk, alles moest ik volgens hem anders aanpakken. Hij had er moeite mee als ik wegging, dan eiste hij dat ik stipt op een afgesproken tijd weer thuis was.

„Vanaf begin 2011 begon hij zich af en toe ook fysiek bedreigend te gedragen. Ik heb de nodige blauwe plekken opgelopen doordat hij me, uit pure frustratie, soms woedend beetgreep. Toen ben ik het huis uitgegaan. Dat was een vreselijke stap, maar ik kon niet meer 24 uur per dag bij hem zijn. Een jaar lang heb ik hier in de omgeving gezworven: een tijdje op een huis passen, dan weer logeren, enzovoorts.

„Gert had drie, vier keer per dag thuiszorg. Ik ging elke dag naar hem toe, maar ik had ook een plek en tijd voor mezelf nodig, anders zou ik er aan onderdoor gegaan zijn.

Mensen van de thuiszorg begonnen al vrij snel in te zien dat Gert niet meer thuis kon wonen. Dan rest maar één mogelijkheid: gedwongen opname. Daarvoor heb je een vonnis van een rechter nodig, aan wie je een dossier met nare incidenten moet overleggen. Het is begrijpelijk dat dit niet anders kan, maar tegelijk is het verschrikkelijk dat je eerst moet meewerken aan een zwartboek over je eigen man voordat hij de zorg kan krijgen die hij nodig heeft.

„Onze oudste zoon heeft Gert in augustus 2011 met een smoes kunnen meenemen naar een huis in Leusden, dat gespecialiseerd is in opvang van Alzheimerpatiënten. We zeiden tegen hem dat ze daar interesse hadden in zijn schilderijen. Met enkele van zijn schilderijen zijn ze naar Leusden gereden. Hij is er uitstekend opgevangen: kreeg alle belangstelling voor zijn werk, zodat hij zich erkend voelde als kunstenaar. Tot onze verbazing maakte hij geen problemen toen onze zoon vertrok en hij achterbleef. Hij had geen besef meer van plaats en tijd.

„De eerste maanden ging het goed met hem in Leusden. Zelf kon ik mijn leven weer oppakken. Ik bracht ons huis, dat was dichtgeslibd en uitgewoond, weer op orde en ging cursussen volgen aan de universiteiten van Utrecht en Nijmegen: filosofie, kunstgeschiedenis, architectuur. Ik voelde een enorme intellectuele honger, na jaren die enkel in het teken hadden gestaan van ziekte en zorgen.

„Na ongeveer een half jaar ging het in Leusden mis met Gert. Hij weigerde zorg en verzorging en werd agressief. Overplaatsing volgde naar een psychiatrische inrichting, waar hij werd platgespoten om ’m rustig te houden. Hij kon terug naar Leusden toen de juiste medicatie was ingesteld. Maar zijn toestand verslechterde en hij wilde ook niet meer eten. Urenlang heb ik bij hem gezeten om hem af te leiden en lepeltjes voedsel bij hem naar binnen te wurmen, terwijl ik me intussen afvroeg wat de zin daarvan was. In juli vorig jaar ging hij lichamelijk opeens razendsnel achteruit. Op 29 juli is hij gestorven.

„Ruim een jaar na zijn dood zie ik pas echt hoe verschrikkelijk de laatste jaren van Gerts leven zijn geweest, welke verwoesting Alzheimer kan aanrichten. Toen we er midden in zaten, ben ik echt radeloos geweest. Nu kan ik erop terugzien als een fase van een jaar of vijf, waaraan ruim 35 fantastische jaren vooraf zijn gegaan.

„Na zijn dood voelde ik me vooral opgelucht. Maar ik dacht ook: nu komt er vast een moment waarop ik in een zwart gat zal vallen. Dat moment is niet gekomen. Ik had het verlies van mijn man al verwerkt in de jaren van zijn ziekte.

„De afgelopen jaren hebben me sterker en zelfbewuster gemaakt. Als ik terugdenk, zeg ik: ik heb gedaan wat ik moest doen en ik heb daarbij de juiste beslissingen genomen, zonder Gert in de steek te laten.

„Ik heb veel gehad aan een cursus mindfulness en aan mijn belangstelling voor filosofie. Rationalistische filosofen hebben me geleerd m’n emoties te analyseren en te relativeren. Mindfulness heeft me het inzicht gebracht dat je moet durven loslaten en dat er dingen zijn die je moet accepteren: ziekte en dood horen bij het leven.

„In mijn vriendenkring zijn er wel mensen die vragen: ‘Ben je niet té actief?’ Met als ondertoon: loop je niet weg voor je emoties, zou je niet in stilte moeten rouwen?

„Wie weet. Maar ik denk het niet. Ik heb mijn eigen leven weer terug – en dat is beter dan het jarenlang geweest is. Ik ben gelukkig, ik sta weer volop in het leven.”

Gijsbert van Es

Reacties: via nabestaan@nrc.nlTwitter: #nrc #hetnabestaan