‘Ik doe mijn best omniet zuur te worden’

Evelien Tonkens (52) is voormalig politicus. Nu is zij hoogleraar actief burgerschap.

Foto Maurice Boyer

Kritisch

„Kritisch zijn betekende vroeger voor mij: fundamenteel overal tegen zijn. Zoals tegen de hele kapitalistische samenleving. Ik ben opgegroeid met het activisme en de maatschappijkritiek uit de jaren 70. Achteraf vind ik dat het iets kinderlijks heeft. Je gelooft zelf nooit dat je echt de macht krijgt, hoeft dus ook niet zelf verantwoordelijkheid te nemen. Het is geen positieve, productieve levenshouding. Ik ben nu meer constructief kritisch. Ik maak me druk om maatschappelijke ongelijkheid en inkomensnivellering. Ik denk beter na waar ik mijn kritische energie op richt, in de hoop dat ik daarmee ook iets kan veranderen.”

Feminist

„Ik ben feminist. Een enorm radicale ook nog. Ik zou graag zien dat we helemaal ophouden mensen in twee seksen in te delen, dat houdt vooral vrouwen slechts gevangen. Nu ik prof. dr. voor mijn naam mag zetten, en 52 jaar oud ben, heb ik eindelijk het genoegen geen seksobject meer te zijn, gedefinieerd bij mijn vrouwelijk lichaam. Eindelijk. Alsof ik nu pas aan mijn sekse ben ontsnapt. Wat een vrijheid. Het gekwezel van sommige jongere vrouwen dat sexappeal macht geeft is echt onzin; je komt dan altijd via de verkeerde deur binnen en blijft dan primair een seksueel wezen in plaats van een autoriteit.”

Liefde

„Mijn man is ook feminist, ik heb hem daar bewust op uitgekozen. We hebben 36 jaar een relatie, hebben ooit besloten niet te trouwen omdat homo’s dat ook niet mochten. Kinderen hebben we niet, al hadden we die best wel willen krijgen. Maar het was geen enorm grote wens, dus toen duidelijk was dat daar medisch ingrijpen voor nodig was, besloot ik dat niet te doen. Ik heb toen wel direct na het bericht van het ziekenhuis een hoop speelgoed voor de kinderen van mijn zus gekocht, onder het motto dat een leuke tante ook een mooie rol is. Ik had zelf ook veel – meestal niet-biologische – tantes die mijn leven erg verrijkt hebben.”

Ongelukkig

„Ik ben drie jaar Kamerlid voor GroenLinks geweest, maar was er bepaald niet gelukkig. Dat was na anderhalf jaar wel duidelijk. Ik was er ook niet bijster goed in. Ik had vaak het gevoel alsof ik bij een reclamebureau werkte. Politieke partijen missen een achterban, en proberen daarom voortdurend shoppende kiezers te trekken. Kwam de Partij voor de Dieren op, moesten wij snel ook meer aan dierenwelzijn gaan doen. Ook besefte ik dat de Kamer het sluitstuk van pakweg 20 jaar maatschappelijke verandering is. Je kunt nog maar weinig veranderen, alles is al bediscussieerd. Ik hou meer van het proces eerder in de lijn.”

Bestemming

„Ik was halverwege mijn Kamerlidmaatschap al voor een leerstoel gepolst, maar vond dat toen niet netjes. Ik vond dat ik mijn termijn moest volmaken. Het voelde als kiezersbedrog. Ruim een jaar later werd ik weer voor een leerstoel gevraagd. Toen dacht ik: hoeveel van deze kansen krijg ik in mijn leven? Ik solliciteer er gewoon op. Dat vind ik nog steeds fout, alsof ik mijn kiezers in de steek liet. Maar ik ben nu heel blij met mijn functie. Als bijzonder hoogleraar heb je een bijzondere positie. Je hoort bij de universiteit, maar hebt de taak universiteit en samenleving te verbinden. Juist dat vind ik zo fijn en daar ben ik ook goed in.”

Creëren

„Ik wist vroeger nooit of ik wetenschapper of journalist wilde worden. Mijn moeder vond een hbo-opleiding journalistiek geen echte studie, dus ging ik naar de universiteit. Nu ben ik iets ertussenin, want ik schrijf voor heel verschillende publieken. Ik ben goed in schrijven, en praten over wat ik heb geschreven. Met woorden kun je toveren: je kunt iets zo beschrijven dat mensen het echt anders gaan zien. Vaak heb je daarvoor nieuwe termen nodig. Een centrale mantelzorger noem ik bijvoorbeeld spilzorger. Het geeft veel beter aan wat er zo zwaar aan is: dat je de spil bent van het bestaan van de ander.”

Zuur

„De wereld ligt niet meer aan mijn voeten, dat kan nou eenmaal niet als je boven de 50 komt. Maar ik doe mijn best om niet zuur te worden, want ik zie veel zure 50-plussers. Een goed humeur is zo belangrijk. Wat mij ook inspireert is het boek The Paradox of Choice van Barry Schwartz. Hij betoogt daarin dat je in een wereld met zoveel keuzemogelijkheden niet moet zoeken naar het allerbeste. Je moet van tevoren eisen formuleren en zodra een keuze daaraan voldoet, moet je die nemen. Niet verder kijken of er misschien toch iets beter is. Dat maakt je slechts ongelukkig. En zuur.”