Hoogste tijd voor een vlees-koop-staking

Poep in uw vlees? Niets aan de hand! Politiek en vleesindustrie vergoelijken levensgevaarlijke praktijken in onze voedselvoorziening. Dan moet de koper het heft maar in handen nemen, vindt Marianne Thieme. Het is de hoogste tijd voor een kopersstaking.

Slachthuizen worden streng gecontroleerd, toezichthouders en personeel worden niet geïntimideerd, er zit geen poep in het vlees. Tot zover een korte samenvatting van de reactie van Jos Goebbels, voorzitter van de centrale organisatie voor de Vleessector, op een uitzending van Zembla waarin het zoveelste vleesschandaal aan de orde kwam.

Het commentaar van de rapporteur voedselfraude van het Europees parlement, Esther de Lange (CDA), is minstens zo opmerkelijk: „Door de slechte controles is sjoemelen met voedselproducten erg verleidelijk”.

Het CDA, dat verantwoordelijk is voor tientallen miljoenen bezuinigingen op controle en handhaving in de vee- en vleessector, en carte blanche gaf aan elke vorm van zelfregulering, wijst nu met de beschuldigende vinger naar de controlerende instanties die ze eerst heeft uitgekleed.

Het is van een ongekende brutaliteit om op deze wijze levensgevaarlijke praktijken in onze voedselvoorziening te vergoelijken.

Paul McCartney heeft ooit geopperd om slachthuizen van glazen wanden te voorzien. De bestuurders uit de vleessector doen er juist alles aan ons het zicht te benemen op het slachtproces, wat overigens aansluit bij het gevoel dat heel veel consumenten hebben die niet exact willen weten hoe hun varkenslapje geproduceerd is. Maar het toezicht op de behandeling van 500 miljoen dieren in de vee – en vleesindustrie is er niet alleen om ervoor te zorgen dat de wettelijke welzijnsregels voor dieren worden nageleefd, het raakt ook direct aan de volksgezondheid.

En keer op keer blijkt dat de wettelijke regels met voeten worden getreden. Als er massaal paardenvlees door het rundergehakt wordt gemengd, wordt er vooral badinerend gedaan over de gezondheidsrisico’s die dat met zich mee zou kunnen brengen. Als een keurmeester vertelt dat 60 procent van de varkenskarkassen besmet is met poep, haast ex-VWA directeur Goebbels zich om te melden dat er niets aan de hand is.

In 1996 dreigde staatssecretaris Terpstra (Volksgezondheid) een verbod in te stellen op de verkoop van geïnfecteerde vleeswaren, als de sector de salmonella– en campylobacterbesmetting van hun producten niet effectief zou aanpakken.

Zeventien jaar later is er nog steeds geen verkoopverbod op besmette vleesproducten – er zijn alleen maar meer besmette vleesproducten in de winkels gekomen. Vlees zonder pathogenen kan heel goed gerealiseerd worden voor slechts enkele dubbeltjes extra per kilo, door het te pascaliseren (waarbij de pathogenen onder hoge druk worden gedood), maar economische belangen verzetten zich nog steeds tegen een wettelijke plicht daartoe.

Het is de hoogste tijd voor een kopersstaking – om ervoor te zorgen dat vlees gegarandeerd zonder ziekmakers in de schappen komt. Wenst de overheid het niet voor te schrijven omdat een Kamermeerderheid het uit economische overwegingen niet wil, dan zou supermarktkoepel CBL ertoe kunnen besluiten. Als supermarkten weigeren vlees met salmonella, campylobacterie, ESBL’s, MRSA, poepbacteriën etc. in de schappen te leggen, zal de vleessector wel moeten.

Zolang de sector en de overheid tientallen dode consumenten per jaar voor lief nemen, rest de consument alleen het zwaarste middel: een kopersstaking. Of het lichtste middel: ogen dicht en mond open, saus doet wonderen.