Hoe zie je wat je ziet

Koop eens een foto. Verzamelaars en verkopers geven tips. 'Laat je niet foppen.’ tekst Pieter van Os

Foto Shutterstock / Beeldbewerking studio NRC

Hoe kan dat nou? Op de fotobeurs Unseen, eind deze maand, zal een foto van Michael Wolf te koop zijn voor minder dan duizend euro. Titel: Scout#33. Prijs: 970 euro. Dat is opmerkelijk. De foto’s die Wolf maakt, meestal van Chinese flatgebouwen, beginnen doorgaans bij 7.800 euro, om op te lopen tot zo’n 20.000 euro. Dus dit is een buitenkansje om te kopen voor die lege plek boven de bank.

En wat betekent dat? Dat er nog veel meer koopjes zijn op de beurs op het Westergasfabriekterrein in Amsterdam? Hoe weet ik wat ik koop? Waar moet ik op letten?

Er zullen zeker ‘koopjes’ zijn op Unseen, omdat de beurs nadrukkelijk is bedoeld om ook beginnende verzamelaars te bedienen. Zo hangt de Wolf-foto in een kas, buiten de grote opstelling, in de zogenoemde ‘Unseen Collection’. Voor die collectie hebben alle galeries die aan de beurs deelnemen een foto geleverd van minder dan 1.000 euro.

Die prijs is niet helemaal uit de lucht gegrepen. In fotografieland geldt 1.000 euro als de grens tussen liefhebberij en serieuze verzamelwoede. Maar wat bepaalt het verschil tussen een koopje of gewoon een goedkope foto? En waarom is die Wolf zo goedkoop?

Enter: de kenners. „Op die vraag naar de Wolf-foto kan ik niet zo een-twee-drie een antwoord geven”, zegt Laura Noble. Deze Engelse galeriehouder en samensteller van de essaybundel The Art of Collecting Photography geeft voor Unseen een cursus aan beginnende verzamelaars. Ze vertelt graag over waardebepalende aspecten van foto’s, maar zegt ook dat het „uiteindelijk” neerkomt op een eenvoudig principe: wat de gek er voor geeft. Noble: „Kwaliteit van drukwerk, de moeite die in foto’s is gestopt, de gebruikte computer- en cameratechnieken; allemaal niet echt van belang. Het gaat om het effect van een foto op de kijker.”

Maar verzamelaars zijn niet gek. Hun vurige verlangen beteugelen ze met kennis van enkele wetmatigheden. Zoals: hoe kleiner het formaat, hoe lager de prijs. En: hoe minder afdrukken van een afbeelding bestaan, hoe hoger de prijs. En dus moeten fotografen beperkte oplages op de markt brengen; ‘edities’. Sommige verzamelaars vinden vijftien afdrukken van één foto al te veel. Verzamelaar Jaap de Bussy: „Je verzamelt kunst, niet een product uit de supermarkt.” In Amerika, legt verzamelaar en fotograaf Diane van der Marel uit, zijn edities vaak groter.” Van Michael Wolfs Scout#33 bestaan 21 afdrukken.

Noble legt uit hoe groot het belang is van de betrouwbaarheid van dit soort informatie. „Het komt voor dat een galerie een serie van tien zegt te verkopen, maar dezelfde afbeelding op ander formaat opnieuw tien keer verkoopt. Limited editions zijn lang niet altijd zo limited. Laat je daar niet door foppen.” Maar hoe check je dat? Moeilijk, zo blijkt. Het gaat om vertrouwen. En ook dat kost geld: serieuze galeries zijn beter te vertrouwen dan semi-anonieme verkopers op het internet.

Voor de prijs van een historische foto is ook van belang of het werk ‘vintage’ is. Noble: „Buiten de fotografie heet tegenwoordig al snel iets vintage, maar niet bij ons. De fotografiemarkt hanteert een heldere definitie: als een foto binnen vijf jaar na de opname is afgedrukt, dan heet zo’n afdruk ‘vintage’. Simpel. Is de afdruk later gemaakt, dan mag de verkoper die kwalificatie niet gebruiken.”

De Bussy verzamelt vooral foto’s van voor de Tweede Wereldoorlog. „Voor mij is belangrijk dat de fotograaf de afdruk zelf heeft gemaakt. Dan weet je dat de intentie van de kunstenaar tot uitdrukking is gekomen in de afdruk. Dat betekent overigens niet dat ik nooit een postuum gemaakte afdruk koop; soms staat het budget niet anders toe. Maar ik houd er zeker rekening mee bij de aankoop.”

Er zijn ook kopers voor wie het van groot belang is dat beelden zo min mogelijk zijn gemanipuleerd. Diane van der Marel weet dat, maar stelt de retorische vraag: „Bestaat niet alle kunst uit manipulatie?” Zelf koopt ze vooral werk van documentairefotografen. „Daar spelen weer andere kwesties een rol in de waarde. Hoe krachtig is het beeld? Welk verhaal vertelt het?”

Maar waarom is die foto van Wolf nu toch zo betaalbaar? Wouter van Leeuwen, de galeriehouder die de foto verkoopt, biedt uitkomst. „Het is een testfoto, een voorstudie.” Op zoek naar geschikte locaties voor zijn foto’s, neemt Wolf een compacte digitale camera mee. Als hij weet welke opname hij wil maken, komt hij terug met een analoge camera met statief en grote negatieven. Net als bij bekende schilders, gaan de kleinere voorstudies van de hand voor een fractie van het ‘echte’ grotere werk. Foto’s van Wolf zijn doorgaans 120 bij 160 centimeter, Scout#33 is 22 bij 32. Van Leeuwen: „Die voorstudies maken het ook liefhebbers met een kleinere beurs mogelijk een echte Wolf te kopen. Mooi toch?”

Unseen Photo Fair (26-29 sept, unseenamsterdam.com) organiseert met Foam een stoomcursus voor beginnende fotografieverzamelaars, door experts uit de internationale fotowereld. Aanmelden voor 11 sept: via foam.org of 020-5516500.