Heel Finland rouwt om Nokia

Lang was Nokia de trots van de Finse economie. Nu wordt de voormalige wereldmarktleider in mobiele telefonie opgeslokt door Microsoft. Finland treurt, maar ziet ook kansen voor herrijzenis. Danzij Angry Birds bijvoorbeeld.

Nu komt het aan op sisu – een Fins begrip voor doorzettingsvermogen. Volharding. Vastberadenheid.

Want met de verkoop van het belangrijkste onderdeel van Nokia aan het Amerikaanse Microsoft verliest Finland ook een deel van zijn nationale identiteit. „Het einde van een tijdperk”, zo noemde Jan Vapaavuori, de Finse minister van Economische Zaken, het verlies deze week in een officiële verklaring. „Emotioneel” is de impact misschien nog wel het allergrootst, schatte Vapaavuori sipjes in.

Ook economisch gezien is de verkoop van Nokia’s telefoontak voor 5,4 miljoen euro voor Finland van betekenis. Want andere Finse bedrijven met vergelijkbare internationale naam en faam zijn er eigenlijk niet.

Wat betekent het voor een land als zijn enige vlaggeschip uitvaart? „Een schok”, zegt Matti Pohjola, hoogleraar economie aan de Aalto Universiteit in Helsinki. „Een grote klap.” De gevolgen zijn nog niet te overzien. Voor de Finse economie is het volgens de hoogleraar „cruciaal” wat Microsoft van plan is met de ontwikkelingsafdeling van het bedrijf. Blijft die in Finland of verdwijnt die naar Amerika? „En dat weten we nog niet”, zegt Pohjola over de telefoon – een iPhone. Hij gebruikt ook nog steeds een Nokia. „Uit nostalgie.”

Veel Finnen zijn het hartgrondig oneens met de verkoop, weet Jyrki Ali-Yrkkö. Hij is afdelingsdirecteur van het Finse economische instituut Etla. „De meesten wilden Nokia Fins houden”, zegt hij. Maar Ali-Yrkkö kijkt naar de feiten en is realistisch. „Nokia zat diep in de problemen. Het kón eigenlijk niet anders.”

Hoogmoed

Want Nokia is sinds de komst van de iPhone van Apple in 2007 uitgegleden en niet meer opgestaan. Was het bedrijf toen nog dominant met modellen als de 3210 en de 3310, zo wil de hippere beller nu niet echt gezien worden met een Lumia, de smartphone van Nokia. De beurswaarde van Nokia, opgenomen in de hoofdindex van de beurs van Helsinki, daalde in de afgelopen zes jaar van ruim 100 miljard euro naar iets meer dan 10.

Hoe anders was de situatie in topjaar 2000? Toen droeg Nokia nog voor 4 procent bij aan het Finse nationaal product en bood het bedrijf werk aan ruim 25.000 Finnen, één procent van de totale beroepsbevolking. De Nokiatop riep overheid en universiteiten op zo veel mogelijk technici op te leiden. Hoe meer hoe beter, om de verwachte groei van Nokia te kunnen bijbenen.

Dat bleek hoogmoed. Nu is de situatie omgekeerd. De Finse vakbond voor technisch personeel, Uusi Insinööriliitto, pleit al enige tijd voor een numerus fixus op technische opleidingen. Nokia en haar toeleveranciers moesten de afgelopen drie jaar noodgedwongen veertienduizend mensen ontslaan. Het aantal werkloze technici met minimaal hbo-niveau in Finland is gestegen naar 7.500: een verdubbeling sinds het uitbreken van de financiële crisis. En die trend zet versneld door: het afgelopen jaar met 25 procent.

Met de verkoop van Nokia’s telefoontak aan Microsoft komen daar mogelijk nog meer werkloze technici bij. Want wat het lot is van de 3.700 Finnen die voor de verkochte divisie werken, is nog onduidelijk.

Een ‘vervanger’ voor Nokia dringt zich niet op – al zijn ze er wel, andere Finse multinationals. Papierproducenten Stora Enso en UPM draaien miljardenomzetten. Net als liftproducent Kone en energiebedrijf Wärtsila.

Maar glanzende telefoons spreken nou eenmaal meer tot de verbeelding dan liften of papier. En die bedrijven gaan het verschil ook niet maken voor Finland, zegt Jyrki Ali-Yrkkö van Etla. Dat is „oude industrie”. En bovendien niet erg „bloeiend”. Zo is de papierindustrie – van oudsher groot in Finland – de afgelopen jaren in verval geraakt.

Nieuw Fins succes moet uit nieuwe bedrijven komen, denkt Ali-Yrkkö. Jonge bedrijven, met slimme producten – en zo groot als Nokia hoeven ze niet te worden om succesvol te zijn. Hij noemt gameproducent Rovio als voorbeeld. Dat bedrijf ontwikkelde de app Angry Birds – het populaire spelletje waarbij rode vogels uit een katapult worden geschoten. Volgens Rovio zelf de best betaalde app voor, jawel, de smartphone. Wat voor telefoon Ali-Yrkkö gebruikt, wil hij niet zeggen. „Dat is persoonlijke informatie die ik niet deel.”

Slimmerik

Finland moet zichzelf dus min of meer opnieuw uitvinden. Dat vindt ook de Finse overheid. Maar hoe dan?

Die vraag stelt het land opmerkelijk genoeg toch weer aan Nokia. Dat wil zeggen: de Finse overheid heeft Pekka Ala-Pietilä, tot 2005 topman van Nokia, gevraagd een plan van aanpak te schrijven om de pijn van de „plotselinge structurele veranderingen in de ICT-sector” te verzachten en Finland in tien jaar tijd weer „koploper” te maken op het gebied van technologie.

Over de telefoon – een Nokia Lumia, want dat is „een hele goede telefoon” – legt hij uit wat het grootste gevaar is voor de Finse economie. „Op wereldranglijstjes staan we nog steeds bovenaan. Qua concurrentiekracht en opleidingsniveau doen we het goed.” Maar daar moeten de Finnen zich niet door laten verblinden, waarschuwt hij. „Essentieel is hoe snel we ons kunt aanpassen aan verandering.”

Misschien wel de les die hij leerde van de fouten die Nokia maakte – het bedrijf verloor zijn dominante positie omdat het de omschakeling naar de smartphone niet goed kon maken. Maar Ala-Pietilä, in de jaren negentig verantwoordelijk voor de onstuimige groei van Nokia’s telefoontak, heeft geen zin in een analyse over wat er mis ging. „Het is te makkelijk om nu de slimmerik uit te hangen.”

De regering in Helsinki ging onlangs al akkoord met één van zijn voorstellen. Het land investeert 120 miljoen euro in een systeem waardoor de computerprogramma’s van de Finse overheid en het bedrijfsleven kunnen samenwerken en gegevens uitwisselen. Zo kunnen overheid en bedrijfsleven elkaar versterken, hoopt Ala-Pietilä. Bijkomend voordeel zijn de banen die daarbij gecreëerd worden.

De noodzakelijke kennis voor de ambitieuze Finse wedergeboorte heeft het land met al zijn slimme betà’s al in huis, redeneert econoom Matti Pohjola. „En we zijn eerder een voorloper geweest.” Maar zomaar vanzelf wordt het land dat natuurlijk niet nog een keer. „We moeten ervoor werken”, zegt Pohjola. „En blijven proberen.”

Een beetje sisu tonen dus, graag.