GEZIEN

Het automatisch scannen van kentekens is een tovermiddel voor de politie. Openstaande boetes worden geïnd, gestolen auto’s gevonden. En dus gebeurt het op steeds grotere schaal. Het resultaat is alleen nooit bijgehouden.

Veelbelovend. De leden van de landelijke projectgroep automatische nummerplaatherkenning (ANPR) van de politie zijn het er medio 2008 over eens: „ANPR is een technologie die de informatiepositie van de politie versterkt. De successen die in verschillende regio’s worden geboekt zijn veelbelovend.”

Met name het korps Rotterdam-Rijnmond scant op grote schaal kentekens met vaste en mobiele camera’s.

Met succes. De 489.224 in 2006 door de verkeerspolitie gescande kentekens leverden 18.858 overeenkomsten op met lijsten van geregistreerde personen door onder meer Centraal Justitieel Incassobureau en de Belastingdienst. Zo’n 4 procent leidt dus tot een treffer. De Rotterdamse politie int dat jaar door ANPR een ton aan openstaande boetes. De ruim 8.000 hits van de Belastingdienst leveren twee miljoen euro aan openstaande schulden op. „Om dit resultaat zonder ANPR te behalen zou ongeveer 75.000 uur politie-inzet meer nodig geweest zijn. Dit staat gelijk aan ongeveer 58 mensjaren”, concludeert de Rotterdamse politie. De aanbeveling van de projectgroep is dan ook om ANPR landelijk in te zetten, op structurele basis. „De effectiviteit van ANPR zal toenemen naarmate de inzet breder wordt.”

Sterker, volgens de projectgroepleden leren de ervaringen van de politie in Groot-Brittannië dat met ANPR verkregen informatie „een grote bijdrage levert aan het oplossen of voorkomen van terroristische aanslagen en delicten.” Ook in Nederland kan ANPR volgens hen worden gebruikt voor het bewaken en beveiligen en het vergaren van informatie en zelfs „het tegenhouden van een aanslag”. Daarnaast biedt ANPR de mogelijkheid om met de vastgelegde kentekens vervoersstromen te onderzoeken én te gebruiken voor opsporingsdoeleinden. Want behalve het kenteken is de plaats van het voertuig bekend en het tijdstip. Een wondermiddel kortom waar in Engeland al ervaring mee is opgedaan bij de bestrijding van de terreurbeweging IRA.

Er is nog wel één probleem: de toepassing van ANPR bij handhaving is in Nederland „redelijk onomstreden”. Voor het gebruik bij opsporing daarentegen „dient nadrukkelijk rekening te worden gehouden met de persoonlijke levenssfeer”. „Het gebruik van een camera in combinatie met slimme software is namelijk regelmatig onderwerp van maatschappelijke discussies.”

Ondanks deze aarzeling neemt het aantal ANPR-camera’s in de jaren die die volgen explosief toe. Onder aanvoering van de raad van hoofdcommissarissen van politie („Uitrol is belangrijk” – notulen, november 2009) schaffen steeds meer korpsen de camera’s aan. Eind 2011 beschikte de politie over 78 mobiele ANPR-camera’s en heeft het op 21 locaties in het land vaste camera’s staan. Begin dit jaar waren er al 132 mobiele camera’s terwijl op 30 locaties permanent 121 camera’s hingen. Daarnaast is inmiddels een onbekend aantal ‘normale’ camera’s uitgerust met ANPR-software, die kentekens herkent. Amsterdam bijvoorbeeld maakt sinds de troonswisseling op 30 april ook gebruik van 53 met ANPR uitgeruste milieucamera’s.

Veruit de meeste toegeruste camera’s hangen in en rond Rotterdam. „Daar kunnen nagenoeg alle voertuigen worden geregistreerd”, staat in een intern politieoverzicht van augustus 2011. Zeeland en Friesland daarentegen gebruiken ANPR dan nog überhaupt niet.

In november 2011 verschijnt het rapport Hits en hints, in opdracht van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Opnieuw is de conclusie positief en opnieuw is het Rotterdamse korps de maatstaf. In 2009 zijn daar ruim 250.000 kentekens gelezen. De ruim 6.500 hits (2,5 procent) leidden bij 2.700 voertuigen daadwerkelijk tot actie. Het resultaat: 660.000 euro aan openstaande boetes en belastingschuld, 260 in beslag genomen auto’s en bijna honderd processen-verbaal. „ANPR is een buitengewoon efficiënt selectiemiddel: de politie krijgt een signaal als er een interessant voertuig voorbij komt en hoeft alleen ‘de cadeautjes uit te pakken’”, luidt de conclusie. Dat gevoel herkennen de agenten die met de kentekenherkenning werken ook. „Het gaf een kick toen ANPR een vette hit gaf op een gestolen dikke Audi”, schrijft een agent van het korps Gelderland-Midden in een interne evaluatie in oktober 2011.

De opstellers van het rapport Hits en hints concluderen dat ANPR „een succesvol” instrument is. „Althans als het gaat om het innen van openstaande boetes en belastingvorderingen.” Die vloeien naar het rijk en de belastingdienst, terwijl de lasten voor rekening van de politie komen. Om die reden is het „onmogelijk om te bepalen of ANPR meer oplevert dan het kost”, aldus de onderzoekers. De kosten zitten namelijk niet alleen in de camera’s en de software maar juist in de mankracht die nodig is om een vervolg te geven aan een hit. Of dat gebeurt wordt niet bijgehouden.

De grootste resultaten boekt de politie bij de arbeidsintensieve ANPR-acties, waarbij motoragenten klaar staan om voertuigen van de weg te halen. „Er is onvoldoende capaciteit om bij elke hit in actie te komen. [...] Meestal gebeurt er dan ook helemaal niets, behalve het vastleggen van de hit en deze doorgeven aan de instantie die de referentielijst aanmaakte.” In het beste geval ontvangt de overtreder een naheffing.

Daar meer dan de helft van de auto’s die een hit opleveren zelfs in het geval van ANPR-acties gewoon door kan rijden, is een wijziging van beleid nodig, stellen de auteurs. „De uitdaging in de komende jaren is niet om nog meer hits te genereren, maar om het beter filteren van relevante informatie. [...] De voorkeur voor laaghangend fruit leidt er toe dat de meerwaarde van ANPR voor opsporing niet tot ontwikkeling komt.” Als verklaring wijzen de onderzoekers op het karakter van de politieorganisatie. „De kracht en zwakte van de politie is dat het een ‘doe-organisatie’ is.”

Precies daar wringt de schoen, blijkt uit het rapport. De kracht (concrete resultaten met het innen van boetes) dreigt ten koste te gaan van de keerzijde: de bestrijding van ernstiger delicten. „Alleen als de politie de tijd neemt om een stap terug te doen, komt er ruimte voor de vraag welk politiewerk meer oplevert voor de veiligheid in Nederland: het innen van boetes of het vangen van boeven.”

Dat voorbehoud is niet aan Opstelten besteed. In een brief aan de Tweede Kamer van februari dit jaar schrijft hij: „Ik ben voornemens ANPR breed in te voeren en zoveel mogelijk te gebruiken.” Daardoor kan ANPR volgens hem „vaker als bewijsmateriaal worden opgevoerd”. Dit in scherp contrast met de onderzoekers die stelden: „De bevindingen laten niet zien dat ANPR op dit moment effectief bijdraagt aan de opsporing en vervolging van criminelen.” De meerwaarde voor opsporingsonderzoeken is volgens hen „momenteel zeer beperkt”. Iets waar het opslaan van de gegevens niet automatisch verandering in zal brengen. „Dat blijkt uit het Verenigd Koninkrijk, waar al jaren op grote schaal met passagegegevens wordt gewerkt en waar die vijf jaar mogen worden bewaard.”

Ook voor dat argument is Opstelten niet gevoelig. Sterker, een Kamermeerderheid steunt de door hem voorgestelde opslag van alle gescande kentekens gedurende vier weken. Dit om meta-analyses van de vervoersstromen te kunnen maken om zo bijvoorbeeld drugsrunners in Zuid-Limburg te kunnen traceren.

Van een onevenredig grote inbreuk op de privacy is volgens Opstelten geen sprake. „Bij het afwegen van alle belangen speelt privacy een grote rol”, zei hij onlangs. Om er grappend aan toe te voegen: „Ik weet in ieder geval zeker dat ze ook mij goed in de gaten houden.”