Gekromde glazen gevelhitte

Het gebouw 20 Fenchurch Street in Londen AFP

Bij Ali Akay (22) vloog de kokosmat in brand en kreeg de verf op de deurpost van zijn herenkapsalon plotseling blazen en bladders. Ook een decoratieve citroen in zijn etalage liep schade op. Bij Diana Pham (25) van het Viet Café verderop ging een vloertegel roken en loszitten – het was voor haar gasten heel vervelend. En de Jaguar XJ die local businessman Martin Lindsay in de straat had geparkeerd raakte zo zwaar aangetast dat er voor duizenden ponden aan hersteld moet worden. Allerlei plastic beplating was kromgetrokken en gebobbeld door de hitte.

Dit was Londen, afgelopen maandag of dinsdag. Tijdstip: twee of drie uur ’s middags, locatie: Eastcheap in de City, het zakencentrum van de stad. Tijd en plaats zijn van belang. Wie in Londen is, herkent de juiste plek aan de tijdelijke afzetting die de gemeente heeft aangebracht. Die moet erger voorkomen.

Het adres van de kapsalon van Ali Akay is 22 Eastcheap, het is op Google Earth te vinden. Daar wordt ook het adres 20 Fen-church Street correct aangegeven, het ligt ongeveer 350 meter ten noordoosten van Akay’s zaakje. Er is een prestigieus kantoorgebouw in aanbouw dat 37 verdiepingen telt. Het torent hoog boven de omgeving uit en dat is extra ongelukkig omdat de gevel praktisch geheel uit glas is opgetrokken en er zowel in horizontale als in vertikale richting een kromming in is aangebracht. Het is een reusachtige holle spiegel die doet wat je van zo’n spiegel mag verwachten: hij bundelt zonlicht in zijn brandpunt. En niet alleen zonlicht, ook zonnehitte, zeker als het glas van een coating is voorzien die het kantoorpersoneel koel moet houden.

De kromtestralen van 20 Fenchurch Street zijn, zo te zien, niet in beide vlakken even groot, maar ook niet erg verschillend. Van AW-wege wordt de straal op ongeveer 700 meter geschat. Want het brandpunt van een holle spiegel met een kromtestraal van 700 meter bevindt zich bij benadering 350 meter van het spiegeloppervlak en dat is waar de kokosmat van Ali Akay ligt.

De spiegelhitte is deze week volop in het nieuws geweest, zie de sites van de Daily Mail en de Mirror of die van de BBC. Vreemd is dat het niet vroeger in de zomer gebeurde, want de kantoorgevel is inmiddels al van het meeste glas voorzien en zo’n enorme spiegel heeft geen nauwbegrensd brandpunt of brandvlak. Het brandgebied moet tientallen meters breed zijn en trekt, als de zon schijnt, dagelijks langzaam door de stad, alles verbladderend en verbobbelend wat het tegenkomt – wie denkt niet aan The War of the Worlds. Het zal wel aan het weer gelegen hebben.

Ook vreemd is dat de Uruguayaanse architect Rafael Viñoly die het gebouw ontwierp de moeilijkheden niet zag aankomen. Al eens eerder gaf hij een glazen gevel een gevaarlijke kromming, bekijk het Vdara hotel in Las Vegas, en dat leidde tot vergelijkbare problemen: het terras rond een zwembad aan de voet van het hotel raakt regelmatig oververhit (Google: Vdara death ray.) Misschien heeft Viñoly tijdens zijn opleiding geen bouwfysica gekregen, is hij in de eerste plaats kunstenaar en denkt hij dat het een merkwaardig toeval is. Maar er zijn hele zonnecentrales volgens hetzelfde principe gebouwd.

Hoe gaat dit aflopen? Eén ding staat vast: als Akays kokosmat op 1 september gevaar liep, loopt hij dat op 10 april weer, dan staat de zon op dezelfde plaats aan de hemel. En dan is het nog erger, want tegen die tijd zal ook het nu nog ontbrekende glas zijn aangebracht. Hoe gaat Viñoly dit oplossen? In Las Vegas liet hij extra parasols op het terras zetten, dat lijkt nu geen reële optie. Gaat de coating van het glas? Maar hoe moet het dan met alle kantoormannetjes? We wachten het af.

Ondertussen stemt het tot tevredenheid dat het kantoor in Londen kokosmatten and the like tot op 350 meter afstand van zijn spiegelende gevel in brand kan zetten. Dus toch, zou je willen roepen.

Want reeds-de-Romeinen, of, in dit geval: de Grieken, gingen ervan uit dat het moest kunnen: een houten schip met een stel spiegels op een paar honderd meter afstand in brand steken. Het is voorgesteld door de wiskundige Archimedes die op Sicilië woonde toen hij zijn ingeving kreeg en het idee tussen 214 en 212 voor Christus in praktijk zag brengen. Het kwam afgelopen week nog even ter sprake in een brief over ongeoorloofde oorlogsmethoden.

Maar is het wel écht gedaan? Dat is de kwestie. Archimedes had niet de mooie spiegels die Viñoly inzet tegen Jaguars. Aangenomen wordt dat hij alleen de beschikking had over goed gepolijste bronzen of koperen platen. Maar die reflecteren het infrarood van de zon heel behoorlijk, al was zilver beter geweest.

Twee keer is de proef op de som genomen (wikipedia: Archimedes) en moesten helpers met 70 grote (1973) of 127 kleine (2005) spiegels het zonlicht werpen op een brandbaar nep-schip dat 50 meter resp. 30 meter verderop stond. In 1973 brak daarop onmiddellijk brand uit, in 2005 duurde het tien minuten en was het bovendien maar een klein brandje.

Toen de studenten van het MIT die laatste proef in 2005 herhaalden voor het tv-programma MythBusters werd het nog minder: weinig meer dan een schroeivlek en een klein vlammetje. Sinds 2006 geldt de strijdmethode van Archimedes daarom als onbruikbaar. Nu weten we beter.