"Heineken overdrijft rol in de oorlog'

ROTTERDAM, 28 OKT. De rol die biermagnaat Freddie Heineken zich toedicht bij de spionage-activiteiten voor de Engelsen tijdens de Tweede Wereldoorlog is sterk overtrokken. Dat blijkt uit de in 1969 gepubliceerde memoires van oud-minister van buitenlandse zaken mr. D.U. Stikker.

Heineken maakt gewag van zijn spionage-activiteiten in een vraaggesprek met Sylvia C. Toth in de juist uitgebrachte bundel "Vakwerk, Framed Creativity'. Heinekens spionage zou hebben bestaan uit toelevering van gegevens over troepenverplaatsingen, die hij verkreeg door bierleveranties. Heineken echter, zo blijkt uit Stikkers memoires, was toen werknemer bij één van de naar schatting honderd Nederlandse brouwerijen die bier leverden aan de Duitse manschappen. Stikker was in de oorlog voorzitter van de Stichting Centraal Brouwerij Kantoor (CBK), waarbij - op twee uitzondering na - alle brouwerijen waren aangesloten. Opdat geen brouwerij bevoor- of benadeeld zou worden, coördineerde dat kantoor de bierleveranties aan de Duitsers. Daaraan kon niet worden ontkomen wegens Hilters decreet "Bier soll sein' voor de Wehrmacht. Gegevens over bierconsumptie werden door het CBK aan Londen doorgespeeld.