Geen concessies op filmfestival Venetië

Meer dan voorgaande jaren overheerste de auteurscinema op het filmfestival van Venetië. Een festival dat wil meetellen op het hoogste niveau heeft meer variëteit nodig.

Wie wint? Een favoriet ontbreekt dit jaar op het filmfestival van Venetië, in een filmcompetitie met een gebrek aan uitschieters. Dat maakt speculaties over wie zaterdagavond de competitie zal winnen tot een hachelijke onderneming.

De grote publieksfavoriet was Philomena van regisseur Stephen Frears, maar die film zal vermoedelijk toch te conventioneel blijken te zijn om de hoofdprijs in de wacht te slepen. Judi Dench speelt een Ierse vrouw op leeftijd die haar verloren zoon probeert te vinden in de VS. De zoon is haar als jong meisje afgenomen door de nonnen. Het scenario zit knap in elkaar, vol fraaie dubbele bodems, de acteurs zijn uitstekend en de regie is effectief. Maar Philomena blijft een crowdpleaser die binnen de lijntjes blijft. Niet het type film dat doorgaans grote festivals wint.

Dan eerder het omstreden Under the Skin van Jonathan Glazer met Scarlett Johansson als een mannenverslindend buitenaards wezen, naar een boek van Michael Faber. De film heeft geen verhaal, nauwelijks ontwikkeling, nauwelijks dialoog, maar wel veel mysterieuze beelden en fantastische filmmuziek van componiste Mica Levi. Voor de een is de film het summum van pure cinema, voor de ander het toppunt van arty farty.

Nog meer dan in sommige andere jaren overheerste in Venetië de auteurscinema, die weinig concessies doet aan populaire smaak. De beoordelingen door het Italiaanse publiek in verschillende polls waren dan ook, afgezien van Philomena, ronduit desastreus. Een filmfestival dat internationaal op het hoogste niveau wil blijven meetellen heeft meer variëteit nodig.

De al veel gelauwerde Taiwanese regisseur Tsai Ming Liang, die met name groot is in cinefiele kring in Frankrijk, kwam met Stray Dogs; een film van extreem lange shots, die eindigt met een beeld dat meer dan een kwartier blijft staan van een man en een vrouw die zwijgend achter elkaar staan. Dat is het soort weinig toegankelijke cinema dat een festivaljury graag wil hebben. En waarom niet?

De legendarische Japanse animatietekenaar Hayao Miyazaki leverde met The Wind Rises misschien een wat vlakke film af, maar wel een film met zowel historische als psychologische diepgang en tragiek. Dat zie je niet vaak in een animatiefilm. Miyazaki vertelt een verhaal over een Japanse jongen in de jaren dertig die bezeten is van luchtvaart, maar moet aanzien dat zijn gave als vliegtuigbouwer zal worden ingezet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Miyazaki, die heeft gezegd dat The Wind Rises zijn laatste film zal zijn – hij verlangt naar zijn pensioen – zou in Venetië eigenlijk niet met lege handen mogen blijven staan. Hij heeft als weinig anderen de mogelijkheden van de animatiefilm opnieuw gedefinieerd en vergroot – ook nu weer.

De enige echte verrassing van dit festival was het radicale en omstreden Die Frau des Polizisten van Philip Gröning, die een arthousehit had met de monnikenfilm Die grosse Stille. Zijn nieuwe film is zware kost: een claustrofobisch drama over huiselijk geweld in een Duitse buitenwijk, verteld in meer dan vijftig korte hoofdstukken die samen drie uur duren. Het thema is inktzwart, gevoel voor humor kan Gröning ook niet worden aangewreven, maar de beelden die de regisseur grotendeels zelf wist te draaien zijn van een spectaculaire kwaliteit. Misschien is de film net te wisselvallig voor de hoofdprijs, maar de film van Gröning is zeker de origineelste, meest gedurfde film die dit jaar in Venetië te zien was. Geen gemakkelijke ervaring, maar wel een onvergetelijke.