Een opfrisboek voor bèta’s, maar niet zo bedoeld

Fantastisch natuurlijk, dat ‘zes bevlogen mensen uit voortgezet en hoger onderwijs’ een boek schrijven over techniek, biologie en scheikunde in het dagelijks leven. Over alles wat bèta is om ons heen.

Sommige veelgebruikte technieken in het dagelijks leven zijn extreem moeilijk uit te leggen. Hoe werkt bijvoorbeeld een antenne?

Zonder antenne is ons dagelijks leven onmogelijk geworden. Mobiele telefoons, computers in een draadloos netwerk, ze hebben allemaal een antenne waarmee ze informatiebevattende elektromagnetische golven uit de lucht pikken. De afgelopen decennia is het aantal antennes in ons dagelijks leven stormachtig toegenomen. Daartegenover staat alleen het smartelijk verlies van de klassieke radio- en tv-antennes die vroeger op de daken stonden.

Maar hoe werkt een antenne?

In het register van Bèta in het dagelijks leven komt het woord vreemd genoeg niet voor. In het hoofdstuk ‘communicatie’ staat over gsm-telefoons: „Een antenne in de buurt van het mobieltje vangt de uitgezonden radiogolven op.” Tot zover de antenne als bètading in het dagelijks leven.

Net zo’n marginale behandeling krijgt de transformator. Dat ding waarmee iedereen mobieltjes, iPads en laptops oplaadt. Het woord ‘transformator’ staat in het register, maar zoek de pagina op en we zijn in het hoofdstuk over de trein aangeland: „Bij gelijkspanning werkt een transformator niet. Het transformeren van elektrische stroom werkt namelijk volgens het principe van elektromagnetische inductie en dat verschijnsel treedt alleen op als de elektrische stroomsterkte die door een spoel gaat verandert, zoals bij wisselspanning het geval is.”

Al lezend komt het idee op dat dit een boek is voor mensen die eigenlijk wel weten hoe het zit, maar waarvan het geheugen even moet worden opgefrist. Dat is vaak heel prettig, maar dan is het een opfrisboek voor bèta’s. Dat hadden de auteurs (vijf oud-docenten biologie, scheikunde en natuurkunde en een dertiger die reizende practica coördineert) niet voor ogen. Zij wilden opschrijven wat, volgens hen, iedere Nederlander zou moeten weten van natuurwetenschap. Met als ‘vertrekpunt’ het dagelijks leven. Zo staat het in het voorwoord.

Weten de schrijvers wel wat er in het dagelijks leven gebeurt?

Neem de uitleg van de mobiele telefoon, in een paragraaf die gsm heet. Gsm’s zijn ouderwets – de mobieltjesmarkt wordt overheerst door smartphones. Die maken liefst contact met het 3G-netwerk, waar de UMTS-techniek in gebruik is, de opvolger van de gsm-techniek.

In dat gsm-hoofdstuk behandelen de bètaschrijvers hoe mobieltjes contact onderhouden met het netwerk. Iedere mobiele beller weet dat er gebieden op de wereld zijn waar je ‘geen bereik’ hebt. De bètaschrijvers zeggen daarover: „Als je iemand belt, vangt de antenne op de mast het radiosignaal van je mobieltje op en zendt dat door naar een centrale, eventueel eerst via andere masten. Staan er geen masten in de buurt dan wordt het radiosignaal vanaf je mobieltje eerst naar een satelliet op 780 kilometer hoogte gezonden.” Haha, alsof ons gewone mobieltje bij ‘geen bereik’ opeens in een satelliettelefoon verandert die contact maakt met het Iridiumnetwerk, waarvan de satellieten inderdaad op 781 kilometer hoogte rond de aarde draaien.

Storend onwaar. Echte fouten, dat is natuurlijk ook voor opfrisbèta’s het grootste bezwaar tegen dit verder vaak prettig nederige boek.

Wim Köhler