Een bank voor bezoek

Monique Snoeijen schrijft de soundtrack van haar leven. Deze week: het ouderlijk huis leegruimen.

Als een koningspoedel die wacht op zijn baasje dat niet meer komt: zo stond het gebloemde, fluwelen bankstel in het lege huis van wijlen mijn ouders. Veel spullen hadden het huis al verlaten, maar met het oog op de verhuur waren een paar meubels blijven staan. De eethoek en het televisiemeubel wilden de huurders wel overnemen, maar de bank hoefden ze niet.

De bank! De roze-grijs gebloemde bank van mijn moeder! De bank die dertig jaar geleden uitdrukking moest geven aan haar goede smaak en aan de sociale klim die ze in haar leven had gemaakt.

Mijn moeder was niet over één nacht ijs gegaan. Eerst had een staal van de gebloemde stof weken lang over de leuning van het oude bankstel gelegen. Zag ik wel hoe mooi het licht op die bloemen viel? Ik was veertien. Ik had andere dingen aan mijn hoofd.

Toen de bank eenmaal het huis werd binnen gedragen, sloeg mijn moeder haar hand voor haar mond. Ze had zich vergist. De bank was te groot. De woonkamer opeens zo klein. Een miskoop. En dat voor dat geld. Kon ’ie nog terug? Maar ook een te grote bank went.

Zitten mochten we niet op de bank. Als we een nieuwe spijkerbroek aan hadden, mochten we niet eens in de buurt komen. Nieuwe spijkerbroeken gaven blauw af.

De bank stond in het deel van de woonkamer dat voor het bezoek was. Dus schrok ik toen ik op een gewone dag mijn moeder, met haar schort voor, op de bank zag neerzakken. Ze was net gebeld: haar broer was verongelukt. Toen was de bank opeens gewoon een bank.

Ik herinner me ook een filmpje waarop mijn moeder eerst in polonaise door de huiskamer loopt terwijl ze half hinkelend een ladder in haar kous aan de camera toont. Het volgende moment zien we haar, met die panty om haar hoofd geknoopt, languit op de bank vallen. Het is dat het is gefilmd.

Maar goed dat er geen beelden zijn van de Australische punker die mijn moeders bankstel als trampoline gebruikte. Mijn neef logeerde samen met zijn broer een paar weken bij ons. Hoezo mocht hij niet op de bank? Fuck de bank. Zodra mijn moeder de oprit af fietste om boodschappen te gaan doen, stopte hij Johnny Rotten in de cassetterecorder, zette het volume op tien en sprong op de bank. Mijn moeder heeft het nooit geweten, ik hoorde het pas een paar jaar geleden.

Aan het einde van haar jonge leven was ze zo moe dat ze best op de bank had willen liggen, maar toen bleek dat de bank helemaal niet lekker lag. Ze zat liever languit in de elektrisch verstelbare televisiestoel. Na haar dood, dertien jaar geleden, kreeg mijn vader zijn stoel weer terug.

Zo stond daar in het lege huis de minst bezeten bank van Nederland te wachten op zijn aftocht. Mijn broer en ik hadden hem op Marktplaats willen zetten – zo’n dure bank, nog zo goed als nieuw. Een vriendin die de markt kent, zei dat we ons de moeite konden besparen. Maar bij de kringloop zouden ze er vast heel blij mee zijn.

Met de bank op een aanhanger vol afval reden we eerst nog even langs de vuilstortplaats. „Voor de kringloop?” De gemeentewerker op het afvalbordes schudde zijn hoofd. „Dan staat ’ie volgende week alsnog hier.” Met een doffe klap landde mijn moeders bank even later in de container met ‘overig afval’. Op dat moment had de hemel open moeten scheuren. Donder en bliksem hadden de vuilstort moeten treffen. Maar het miezerde alleen maar een beetje.