De troebele wet van Lodewijk Asscher

Dit wordt de herfst van Lodewijk Asscher en Jetta Klijnsma. De twee PvdA’ers zijn sterren in het mediageniek ontmantelen van politieke explosieven. Begripvolle glimlach, geduldig antwoorden op moeilijke vragen en vooral zeggen dat je zelf persoonlijk gelooft in het beleid van het kabinet; we maken het écht beter voor de mensen! Beiden zullen hun talent de komende maanden loslaten op twee wetten die ze door de Eerste en Tweede Kamer moeten krijgen. Klijnsma’s wet is politiek spannender, maar naar de wet van Asscher ben ik het meest benieuwd.

Klijnsma dient binnenkort bij de Eerste Kamer een hervorming van de pensioenwet in, die er simpel gezegd op neerkomt dat werknemers minder snel pensioen opbouwen. CDA en D66, nodig voor een meerderheid in de Eerste Kamer, protesteren luidkeels. Als de wet wordt weggestemd kampt het kabinet met een gat van bijna 3 miljard euro. Dat wordt duimen voor Jetta.

Asscher heeft zijn magnum opus, de Wet werk en zekerheid, net naar de Raad van State gestuurd voor advies. Binnen drie maanden wil Asscher zijn plan aan de Tweede Kamer voorleggen. De wet verandert veel: de duur van werkloosheidsuitkering WW wordt verkort naar twee jaar. Werknemers mogen niet drie maar twee jaarcontracten achter elkaar aangeboden krijgen van dezelfde werkgever. En het ontslagrecht verandert, hoe precies is nog onduidelijk.

Dat zorgt voor de opmerkelijke situatie dat de wet al bij de Raad van State ligt, dat er een uitgebreid sociaal akkoord is over de inhoud ervan, en dat tegelijk de officiële beoordelaars van het kabinetsbeleid toch niet weten wat ze van de wet moeten vinden. Zo vraagt de denktank Oeso zich af of het niet alsnog duurder wordt mensen te ontslaan. Het Centraal Planbureau weigerde deze zomer de gevolgen door te rekenen; „onvoldoende concreet uitgewerkt”, oordeelden de economen. Dat de SP zijn enthousiasme over de nieuwe wet nauwelijks kan verbergen en VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra dezelfde plannen een versoepeling van de ontslagbescherming noemt, zegt genoeg: wat hier wordt gebrouwen is een troebel drankje.

Hoopvol aan de plannen is dat de tweedeling tussen de ene ontslagene en de andere vervalt. Nu wordt de helft van de werknemers ontslagen via de kantonrechter, de andere helft via uitkeringsinstantie UWV. Bij de kantonrechter krijg je een ontslagvergoeding mee, bij het UWV niet. Die ongelijke behandeling verdwijnt: iedereen krijgt een ontslagvergoeding van maximaal 75.000 euro.

Maar de twee ontslagroutes én de bureaucratie daaromheen blijven bestaan. Bovendien is de grote vraag of de ontslagvergoedingen niet alsnog de pan uitrijzen, en dan voor àlle werknemers. Onduidelijk is namelijk hoe makkelijk het wordt een ontslag aan te vechten. Als dat makkelijk wordt, zouden de ontslagvergoedingen wel eens veel hoger kunnen worden dan nu voorzien. Asschers wet zou dan zomaar een strenger ontslagrecht kunnen betekenen, en als gevolg een minder soepel werkende arbeidsmarkt. Dat kost in de CPB-modellen werkgelegenheid, groei, én zorgt voor slechtere overheidsfinanciën.

Asscher en Rutte zeiden het de afgelopen weken herhaaldelijk: eindelijk pakt dit kabinet al die dossiers aan die zo lang zijn blijven liggen. En inderdaad, een hervorming van het ontslagrecht en een kortere WW worden al heel lang bepleit, door juristen én economen. Maar of deze wet een verbetering genoemd mag worden? Ik betwijfel het.

Marike Stellinga schrijft op deze plek elke zaterdag over politiek en economie.