De keuze is tussen oprecht excuus of maar geen excuus

Met de uitspraak van de Hoge Raad over de aansprakelijkheid van de Nederlandse staat voor de dood in 1995 van drie moslims na de val van de door Nederlandse militairen beschermde Bosnische enclave Srebrenica is eindelijk definitief een eind gekomen aan een slepende gerechtelijke procedure. Het onherroepelijk oordeel van de hoogste rechter betekent een pijnlijk slot voor de Nederlandse staat. Want het jarenlange verweer dat Nederland niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor wat er tijdens operaties onder VN-vlag gebeurt, is niet gehonoreerd.

De verantwoordelijkheid die de staat wordt aangerekend, is een bevestiging van de uitspraak van het Gerechtshof ’s Gravenhage uit 2011. Het kan niet voldoende worden benadrukt dat de schuld voor de moordpartij volledig ligt bij de Bosnische Serviërs onder leiding van de inmiddels in Scheveningen opgesloten generaal Ratko Mladic. Maar het was wel een Nederlands besluit om bijvoorbeeld een van de slachtoffers die als elektricien werkzaam was voor het Nederlandse bataljon in Srebrenica, van de compound weg te sturen. Daardoor kon deze in de handen van de moordende Serviërs vallen. De rechter spreekt hier Nederland op aan en niet de VN.

Premier Rutte zei gisteren op zijn wekelijkse persconferentie na afloop van de ministerraad dat Nederland naar de uitspraak van de Hoge Raad zal handelen. Dit betekent hopelijk dat Nederland haast maakt met het ruiterlijk uitspreken van excuses tegenover de nabestaanden van de drie vermoorde mannen en ook zal openstaan voor het betalen van schadevergoeding.

Juist op dit punt heeft Nederland geen beste reputatie. Komende donderdag zal de Nederlandse ambassadeur in Indonesië tijdens een ceremonie in Jakarta namens de Staat der Nederlanden excuses aanbieden aan weduwen van door Nederlandse militairen standrechtelijk geëxecuteerden in de jaren 1945-1949. Ruim zestig jaar na dato dus. Ook hier gaat het om door rechterlijke uitspraken gedreven excuses.

Het toont nog eens aan dat excuses op het niveau van de staat een geladen begrip vormen. De simpele reden is het ‘prijskaartje’ dat eraan kan hangen. Excuses worden al gauw opgevat als schuldbekentenis. Vervolgens kunnen de rekeningen worden verstuurd. Vandaar dat Nederland nooit in algemene zin excuses heeft aangeboden voor de val van de enclave in Srebrenica, waarbij meer dan 7.000 doden vielen. Premier Kok had het toen hij zeven jaar na het drama op bezoek was in de Bosnische plaats doelbewust over de internationale gemeenschap die had gefaald.

Excuses zijn verworden tot een juridisch begrip en hebben daardoor weinig te maken met hoe deze in het normale spraakgebruik tussen individuen worden gehanteerd.

Anders gezegd: hoe oprecht zijn de excuses die de Nederlandse ambassadeur straks in Indonesië als gevolg van een juridische procedure gaat uitspreken? De excuses volgen pas na het regelen van de schadevergoeding. Het moeizame erkennen door de Katholieke Kerk van het wijdverbreide seksueel misbruik heeft dezelfde oorzaak. Ook hier was het de angst voor schadeclaims die het aanvankelijk zwijgen van de kerk voedde.

Dit alles leidt tot de vraag hoe met excuses en de daaraan gekoppelde verantwoordelijkheid moet worden omgegaan. Mag bijvoorbeeld van de huidige generatie nog worden verwacht dat zij excuses aanbiedt voor de slavernij? Het geeft misschien een goed gevoel, maar voor het overige is het een loos gebaar als dit geuit wordt door mensen die hiervoor zelf onmogelijk verantwoordelijk kunnen worden gehouden.

Dat geldt ook voor premier Rutte, die dit najaar naar Indonesië reist. Her en der is al geopperd dat dit een goede gelegenheid is om Nederland zijn excuses te laten aanbieden voor de politionele acties die tussen 1947 en 1949 zijn uitgevoerd. De vraag is wat dit kan toevoegen aan de indertijd zorgvuldig door minister Bot van Buitenlandse Zaken gekozen woorden dat Nederland zich in die tijd „aan de verkeerde kant van de geschiedenis bevond”.

Excuses moeten daadwerkelijk betekenis hebben. Ze mogen geen pro forma karakter krijgen. Eens moet men het verleden ook durven laten rusten.