China smacht naar echte, goede literatuur

Directeur-uitgever Henk Pröpper van De Bezige Bij bezocht afgelopen week de Beijing Boekenbeurs. „Weer constateer ik hoeveel er hier is veranderd.”

Vrijdag 30 augustus

De wekker gaat en ik ontwaak uit mijn verwarrende jetlagslaap. Ik realiseer me in mijn hotel te zijn in Beijing, mijn tiende bezoek aan de Beijing Boekenbeurs. Mijn verslaafde oog valt onmiddellijk op allerlei mails. Ik beantwoord de dringende mail over het manuscript van Jan Siebelink waaraan ik tot 2 uur ’s nachts heb gewerkt.

Intussen denk ik terug aan twee jaar geleden toen Nederland gastland was op de Boekenbeurs van de Chinese hoofdstad. Die periode herinner ik mij als een journalistieke en morele mini-oorlog tussen Chinagangers en Hollandse betweters. Zelf kreeg ik in zes dagen misschien tien uur slaap om van alles te weerspreken wat door mensen werd beweerd die voor het merendeel dit land nooit bezochten. Eens werd ik om 6 uur ’s ochtends wakker gebeld door het radioprogramma Met het oog op morgen omdat een schrijver aan de lijn beweerde dat Chinezen niet lezen. Wat was mijn commentaar? Hier verschijnen jaarlijks meer dan 250.000 nieuwe titels, miljoenen Chinezen volgen hoger onderwijs. Vanwaar die geborneerdheid en dat Hollandse messianisme?

Ik besluit mijn mail met aanwijzingen voor het boek van Jan Siebelink: dit kan een natuurfenomeen worden net als Knielen op een bed violen, schrijf ik.

En paar uur later arriveer ik op de beurs om Chinese uitgevers Wieringa, De Moor, Westerman etcetera te verkopen, ook zoek ik naar de grote contemporaine Chinese roman. Weer constateer ik hoeveel er is veranderd de afgelopen tien jaar. Zag ik jarenlang vooral uitgevers van ‘klassieke’ staatsbedrijven, nu zie ik vooral medewerkers van jonge uitgeverijen die rond 2005 zijn opgericht. Zeer commerciële uitgeverijen, welvarend geworden met werk van bloggers, artiesten en Bekende Chinezen, die nu smachten naar het echte werk, belangrijke literatuur. Wonderlijke ontwikkeling, in het westen zie je het omgekeerde gebeuren: daar wordt door veel uitgevers ‘content’ gezocht van mensen in het nieuws, alles wat vluchtig is. Hier wenden deze jonge, ambitieuze redacteuren zich daar juist van af.

Humor, onbelemmerde intelligentie, ongekende openheid, dynamiek kenmerkt deze jonge mensen. Nee, natuurlijk is dit niet de ideale wereld, maar aan hun attitude kunnen velen een voorbeeld nemen.

Zaterdag

Vandaag vul ik met lezen (een deel van de schitterende nieuwe roman van Peter Terrin die aankomend voorjaar zal verschijnen), twee Chinese titels die mij zijn aangeraden en bij gerenommeerde uitgeverijen in de VS, Frankrijk en Groot-Brittannië worden gepubliceerd. Op mijn bed liggend denk ik aan de presentatie van Tonio gisteren. Hoofdredacteur Lin Songyu van Flower City Press verzekerde me dat Adri van der Heijden absoluut naar China moet komen, „er zijn vele moeders en vaders die met hem willen praten”. Ze kijkt er veelbetekenend bij alsof ze me wil vertellen dat dit land nog altijd een eenkindpolitiek voert.

Bij ons laatste avondmaal na een week China ik wil medewerker Marijke Nagtegaal nog een paar lekkere dingen laten eten. Niet de krokodil, niet de schildpad, niet de cicades die we een paar dagen geleden nog hoorden in de tuin van de Tempel van de Hemel. We laten ze maar in leven en houden het bij allerlei groenten en een Mandarinfish. Vervolgens stappen we de avondzon en de smog in.

Zondag

Terugvlucht naar Amsterdam. Het is altijd een plezier ’s ochtends te vertrekken, de Muur te zien liggen, kronkelend door de bergen. Vervolgens de lange tocht over de woestijnen van Mongolië, de steppen van Siberië. Ik zie op het schermpje de steden Tomsk en Omsk en denk aan Jules Verne’s Michael Strogoff, aan beren en Tataren, maar het landschap onder mij is leeg. Mijn huis gelukkig niet, ik ben blij mijn vrouw Myriam en de kinderen te zien. Ze ontvangen me in pyjama, met een heerlijk maal.

Maandag

Maandagochtend ontbijt ik op kantoor met collega’s Francien Schuursma en Anne Schroën, croissants en goede koffie. We praten over Manuscripta, de optredens het afgelopen weekend van onze auteurs. Over de voorbereidingen op de komst van Donna Tartt naar Nederland bij het verschijnen van haar nieuwe boek Het puttertje over een paar weken. Over onze boeken die deze dagen verschijnen en in het komende voorjaar. Het is een machinerie De Bezige Bij, het leven ingeblazen door de literatuur.

Dinsdag

Deze ochtend is gewijd aan de Hermans-biografie van Willem Otterspeer, binnenkort te verschijnen. De lectuur van De donkere kamer van Damokles markeerde lang geleden het moment dat ik voor de literatuur koos. Met W. F. Hermans verloor ik op 14-jarige leeftijd het idee dat de mensen en dingen ten diepste te doorgronden zijn, dat was een heftige en vooral een verrijkende ervaring die de literatuur of de filosofie je het beste kan geven.

De fotograaf van deze krant onderbreekt de normale (wan)orde van gesprekken met uitgevers, redacteuren, hij blijkt kunsthistorisch zeer onderlegd en gecharmeerd van het Wolkers-schilderij dat achter mijn bureau hangt. Mijzelf probeert hij op te hangen aan de boekenkasttrap met uitzicht op onze boeken, of dat een ontspannen pose oplevert? Vervolgens fiets ik naar de Herengracht om kennis te gaan maken met de medewerkers van het Prins Claus Fonds – als nieuwe voorzitter van het bestuur. We zitten aan een lange tafel, de bevlogenheid en vitaliteit van de medewerkers doet me denken aan die van de Chinese redacteuren. Natuurlijk bestaat dat ook in Nederland, als er maar voldoende urgentie is.

Woensdag

Ik ontwaak met een dubbel gevoel. Mij wacht een dag vol gewone en altijd dringende werkzaamheden, maar ook de begrafenis van een zeer dierbare medewerker. Ik sprak haar nog een week voor haar overlijden en vandaag spreek ik de mensen toe over dat bijzondere, zuiverende moment. Nooit nam ik telefonisch afscheid van iemand en toch was daar niets vreemds aan. Zij vertelde mij over het uitzicht dat ze had, vanuit haar ziekenhuisbed op een boekenkast vol boeken van De Bij, uitzicht naar buiten en naar binnen, is er iets mooiers denkbaar?

Donderdag

We spreken over het toekomstige afscheid van mijn grote voorganger Robbert Ammerlaan. Gaat dat werkelijk plaatsvinden? Is er een datum? Met die grappen word ik wel geconfronteerd. Ja, het wordt een zeer verdiend afscheid van een fantastisch en succesvol uitgever, die natuurlijk niet, nooit helemaal afscheid neemt. Hij zal voor ons de biografie van Harry Mulisch gaan schrijven. Ik kan niet wachten die te lezen.

Bij een glas Meursault, in aanwezigheid van alle medewerkers herdenken we het overlijden van onze geliefde collega. Vervolgens vieren we het nieuwe boek van Thomas Blondeau met een tragikomische toespraak van Ramsey Nasr die verslag doet van zijn liefdesverdriet.

Dan race ik op de fiets naar hotel l’Europe waar het Prins Claus Fonds een diner voor zijn ‘torchbearers’ – sponsors – organiseert. Het is een speciale avond, een ontmoeting met mensen die heel goed weten wat ze willen en uiterst toegewijd zijn. Hun steun is niet alleen financieel, maar ook moreel: ze geven tijd en ideeën. Bijzonder. Door het broeierige Amsterdam fiets ik opgetogen naar huis.