Campagnes van de krant: van nuance naar denklef

Wie durft er niet te denken? Mag ik even vingers zien? ‘Durf te denken’ is een van de slagzinnen waarmee NRC Handelsblad, sinds een week in een nieuw, strak jasje gestoken, zichzelf nu aanprijst. ‘Durf te denken’ is inderdaad geen beschermde leus, nee, maar ze is ook niet bijster origineel Niet tot ieders plezier. Stine

Wie durft er niet te denken? Mag ik even vingers zien? ‘Durf te denken’ is een van de slagzinnen waarmee NRC Handelsblad, sinds een week in een nieuw, strak jasje gestoken, zichzelf nu aanprijst.

‘Durf te denken’ is inderdaad geen beschermde leus, nee, maar ze is ook niet bijster origineel

Niet tot ieders plezier.

Stine Jensen, programmamaakster van omroep Human, tekende bezwaar aan op Twitter, Facebook én met een brief in de krant. Wist de krant niet dat Human die leus óók hanteerde? Ja, dat wist de krant, had zij vernomen. Had de krant dat dan niet kunnen laten weten, Human werd „zelfs niet geïnformeerd” – of nog beter: een andere leus kunnen kiezen?

Tja. Meer dan een media-fittie lijkt het me niet, eerlijk gezegd.

Lezers wijzen erop, en Stine Jensen zelf deed dat ook netjes in haar brief, dat de leus al werd gebruikt door Kant, als slagzin voor de Verlichting (Was ist Aufklärung?- 1784). En Kant had sapere aude weer van Horatius (65-8 v. Chr), uit diens Epistularum liber primus (20 v. Chr). Helaas sneuvelde die verwijzing van Jensen bij een inkorting door de redactie.

Ten onrechte, want nu lijkt haar brief nog verongelijkter dan die al was.

Maar het punt is, ‘Durf te denken’ is geen auteursrechtelijk beschermde leus. Er is dan ook eindeloos gebruik van gemaakt.

Want wie herinnert zich niet Durf te denken (1950) van de antimilitaristische predikant N.J.C. Schermerhorn (1866-1956), een uitgave van de Vrijdenkers Radio Omroepvereniging? Recent is Durf te denken (2012) van Roel Kuiper, Robert van Putten en Maarten Vogelaar (met gelijknamige site, www.durftedenken.org). Ik kwam ook een campagne tegen voor atheïsme met de slogan ‘Er is waarschijnlijk geen God, durf zelf te denken’ (toch goed om even een slag om de arm te houden, kennelijk). En de leus keert terug als motto van het Stad & Esch Gymnasium in Meppel. Ook, nog wat beknopter (‘Durf denken’) bij de Universiteit Gent – waar NRC-hoofdredacteur Vandermeersch heeft gestudeerd. Onder het blog van de hoofdredacteur toont de rector zich „bijzonder verheugd” dat haar alumnus de slogan heeft overgenomen.

En dan is er, voor thuis in het interieur, ook nog een geinige muursticker, online te bestellen, met de tekst: ‘Durf eens buiten de lijntjes te denken’ (€29,95).

Kortom, een prijs voor originaliteit zal NRC Media met deze veelgebruikte, al te veilige klassieker niet krijgen. Al geldt dat ook voor Human en Filosofie Magazine.

Maar alle gekheid op een stokje, onderstreept de hoofdredacteur, toch ook een beetje gebelgd, het klopt niet dat ‘durf te denken’ dé leus van de campagne is. Er komen nog meer varianten, met andere werkwoorden – inclusief twijfelen.

Gelukkig maar. Persoonlijk heb ik het niet zo op al die stoere koppelingen van durven aan denken. Alsof denken puur een kwestie is van lef, en er niet ook zoiets bestaat als prudent, zorgvuldig denken, of – hoe heette het ook alweer - de nuance zoeken. Ja, zóeken.

Intussen zeggen zulke leuzen iets over het zelfbeeld dat de krant wil uitdragen.

Het ‘durf te denken’ is een variant op een cerebrale leus waarmee de krant al eens de boer op ging: ‘Ik denk.. NRC’ (2010). Die slogan werd niet overal gewaardeerd; sommige lezers vonden hem aanmatigend. Eerder gebruikte de krant overigens ook: ‘NRC: wat u moet weten, niet wat u moet denken’ (2006). De krant informeert, maar schrijft niet voor wat u ergens van moet denken. Wél dat NRC Handelsblad een krant wil zijn, zoals staat in de beginselverklaring uit 1970, „voor wie bereid is na te denken”.

Vanaf begin jaren tachtig, onder hoofdredacteur André Spoor en na hem Wout Woltz, werd deze bekende slogan gebruikt: ‘NRC Handelsblad. Onontkoombaar voor wie de nuance zoekt’. Kortweg: ‘Voor wie de nuance zoekt’.

Zo zien we op een pagina uit 1982, opgenomen in Pien van der Hoevens proefschrift Het succes van een kwaliteitskrant (2012) een grote robot die aan een lopende band kleine robotjes assembleert. Met erboven de vraag: ‘Zegen of ramp?’ Geen van beide, vermoedelijk, of iets van allebei, voor wie de nuance zoekt.

Die slogan ging dwars tegen de tijdgeest in. Het waren de jaren tachtig, toen polarisatie hoogtij vierde. En met die leus werd niet zozeer uitgedrukt dat NRC Handelsblad journalistiek gesproken in het ‘veilige midden’ zat – dat was toen ook nog niet overbezet – maar juist dat de krant tegen de trend inging. Van der Hoeven schrijft daarover: de nieuwe lezers „zochten in hun krant geen warm engagement, maar kozen NRC Handelsblad juist om het koele oordeel”.

Voor potentiële adverteerders werd de nieuwe krant in 1970, toen iedereen ook van alles durfde, al in de markt gezet met een ironische campagne: een nulnummer bevatte paginagrote portretten van de doelgroep: de intelligentsia, de ‘man aan de top’, ‘ludieke vrouwen’ („al is [onze mening] niet altijd even ludiek”), óók Amsterdammers, zelfs rijke vrouwen (met portret van een schoothondje).

In de jaren negentig, onder hoofdredacteur Folkert Jensma, muntte de krant een andere spraakmakende leus: ‘Slijpsteen voor de geest’. Mooi ambachtelijk, en alleen al aardig omdat je er naar hartelust zelf op kunt variëren (‘dwangbuis van de..’, ‘molensteen van de..’ ). Al werd dat op den duur ook wat hinderlijk voor de meest verantwoordelijken op de krant („Bent u van de slijpsteen?”).

Ook in die slogan schemerde de maatschappelijke context door. Want die vage ‘geest’ was er in de grimmige jaren tachtig vermoedelijk nog niet ingekomen bij de krant uit Rotterdam. Maar medio jaren negentig was de politieke polarisatie van de jaren zeventig voorbij, en de culturele van het tijdperk-Fortuyn nog niet aangebroken. Onder het Paarse kabinet baadde het land ogenschijnlijk in welvarende rust. Dus was er tijd om de ‘geest’ eens te laten waaien of te scherpen (‘brein’ was nog niet in de mode).

En het nieuwe ‘durf te denken’, straks met andere varianten? Past bij een tijd waarin kranten, met zijn allen, mikken op héél de mens, althans de lezer.

Maar misschien zie ik er te veel in. Het is tenslotte ook ‘maar’ reclame.

De enige echte slagzin van de krant, ook om die mee te beoordelen, blijft het motto uit 1970: Lux et Libertas. En die staat, nog steeds, op de voorpagina.