Bommetje in Berlijn

Wie Berlijn bezoekt doet er goed aan zijn zwemspullen mee te nemen. tekst Martine Kamsma

Berlijn heeft de Spree. Als je de stad verkent, is er geen ontkomen aan. Steeds weer stuit je op die brede rivier die bij warm weer – het kan echt warm zijn in Berlijn (voor dit weekeinde is 26 graden, onbewolkt voorspeld) – trekt als een magneet. Dan lig je daar op een terras, in je strandstoel, cocktail bij de hand, aan het water, bij Gestrandet bijvoorbeeld, of bij Capital Beach, maar je mag de Spree niet in! Met geen teen! Het is gevaarlijk (rondvaartboten, beroepsvaart), men zegt dat het vies is, en Duitsers zijn niet zo dat ze het dan gewoon toch doen, erin springen. Ze fietsen ook niet door rood.

We waren in Berlijn toen het uitzonderlijk warm was, de hele week zo rond de dertig graden. Met kinderen die de stad niet konden verdragen als ze niet minstens een keer per dag het water in konden. Om de confrontatie met die verboden rivier aan te kunnen, besloten we iedere dag een waterstop op te nemen in het programma. Vijvers en fonteinen telden niet. De criteria: bikini’s, bommetjes en badmeesters.

Het bleek heel makkelijk te zijn. We hadden ook een maand lang elke dag op een nieuwe plek kunnen zwemmen. En we kregen er zo’n lol in, dat we het programma omdraaiden: het werd een waterweek en als we tijd over hadden, als er echt iets heel bijzonders te zien was, bezochten we misschien nog een tentoonstellinkje tussendoor (in museum Hamburger Bahnhof, vanwege het terras aan de Spree).

Familiebad

De eerste openbaring was het gemeentelijke zwembad waar we bij toeval op stuitten toen we uit het winkelhart van stadsdeel Mitte, Hackesche Höfe, kwamen. Daar, in Monbijoupark, aan de Oranienburgerstrasse, in het hart van Berlijn, lag ineens een filiaal van de Berliner Bäderbetriebe. Geen pierebadje, maar een serieus buitenbad met loket, kleedruimtes, zonneweide, en badmeesters. We haalden als een speer onze zwemkleding en een half uur later maakten we bommetjes met de Fernsehturm op de achtergrond.

De website van de Berliner Bäderbetriebe was onze gids die week. Deze gemeentelijke instelling heeft bijna honderd binnen- en buitenbaden, strandbaden, sauna’s en andere publieke ‘zweminrichtingen’ in haar bestand. Vrij veel voor een stad met 3,3 miljoen inwoners. Parijs heeft 38 publieke zwembaden voor 2,2 miljoen Parijzenaars.

Berlin ist zu gross für Berlin, heet het boek van Hanns Zischler, waarin de publicist beschrijft hoe de geschiedenis de stad in een veel te ruime jas heeft geholpen. Je ziet het aan alles, de uitgestrektheid, de ruimtelijkheid, de braakliggende terreinen die maar liggen te liggen. En je ziet het dus aan al die zwembaden. In een compacte stad is helemaal geen ruimte voor zwembaden, in Berlijn wel. Wij vinden Berlijn dus helemaal niet te groot. Je moet alleen wel af en toe een flink stuk fietsen of even met de metro.

Op zondag gaan we naar Sommerbad Pankow, een klein halfuurtje fietsen vanaf de Fernsehturm. Springtorens, kronkelende glijbanen, waterkanonnen – alles erop en eraan. In de krant staat dat het de warmste dag van het jaar is. Er staan lange rijen voor de kassa, voor de glijbaan en vooral voor de Imbiss – het snackloket. Berlijners, onder wie veel Turkse families, staan zonder morren drie kwartier twee aan twee in een kaarsrechte rij in de brandende zon voor een Currywurst mit Pommes. Het is druk, maar het is gezellig. Dit is het perfecte familiebad.

Naakstrand

Achteraf zijn we blij dat we de Wannsee voor maandag hebben bewaard, want daar horen we dat er op die hete zondag 40.000 mensen naar het kilometer lange strand aan het meer in West-Berlijn waren gekomen. De aantrekkingskracht is evident. De Müggelsee in Oost-Berlijn is groter, maar de Wannsee heeft dat prachtige bijna honderd jaar oude badgebouw, met een promenadedek van 540 meter langs de kleedhokjes, de eerste hulp, de eettentjes en de stoelenverhuurder. Die stoelenverhuurder geeft ons een vlaggetje waarmee we een ouderwetse witte strandkorf kunnen confisqueren, op de grens van het naaktstrand. Want ook dat is erg Duits. Die feestelijke strandkorven, waar je voor één dag je huis van maakt, maar ook het nudisme. Op nacktbaden.de staan tientallen zwemplekken in Berlijn waar de Freikörperkultur gevierd mag worden.

Strandbad Wannsee is als enige stadsstrand nog in gemeentehanden. De tien andere Berlijnse stranden zijn verkocht of worden verpacht. Berlijners vinden dat geen slecht nieuws; om de exploitatie rendabel te maken zoekt iedere uitbater zijn eigen niche en verdienmodel. Schlagerfeesten bij Lübars, yogales en theater bij de Weissensee in Prenzlauer Berg, stand up paddling en beachvolleybal bij Jungfernheide.

Die Weissensee, ontdekten we later, is een pareltje. We waren komen fietsen vanuit Prenzlauer Berg over de drukke Berliner Allee. Eén afslag naar links lag het daar zomaar. Een uit de kluiten gewassen zwemvijver met aan de overkant van het strandje een vintage seventies DDR-restaurant: het Milchhäuschen. De charme komt van de grote glazen pui aan het terras, en van de obers die nog van voor de Wende lijken. Er is weliswaar vrij recent een poging tot modernisering gedaan, maar dat is gelukkig maar ten dele geslaagd. Dit is geen plek voor cocktails, hier bestel je varkensschnitzel met bier.

Elke dag een ander meer of zwembad. En toch, die Spree, die blijft maar trekken. Als we er maar een béétje in zouden mogen. En zo fietsen we aan het einde van de week via Mauerpark, door Kreuzberg naar een oud industrieterrein in de wijk Treptow. In Nederland zou zoiets een vrijplaats heten, in Berlijn noemen ze het een kultureller Mikrokosmos. Middelpunt is club Arena, hoogtepunt is het Badeschiff, een volwaardig zwembad van 8 bij 32 meter dat als een badkuip in de Spree hangt. Dichter bij de Spree kunnen we niet komen. We bestellen uitgelaten Bionade en caipirinha’s, zoeken een plekje op de met hipsters bezaaide steiger, en trekken onze bikini’s aan voor een bommetje. Daar is de badmeester. Geen bommetjes.