Als de politie blundert doet de rechter niks

Wat gebeurt er eigenlijk met agenten die beroepsfouten maken? Af en toe zie ik wel eens een ontslagzaak wegens corruptie voorbijkomen. Meestal gaat dat over informatie lekken naar criminelen of het verduisteren van boetes. Daar zijn dit jaar al drie keer agenten strafrechtelijk voor veroordeeld. Of het gaat om agenten die ongeschikt blijken voor hun beroep. Selectiefoutjes, het kan gebeuren. Eind april werd er een aspirant-agent tot zes maanden voorwaardelijk veroordeeld wegens het neerschieten van een ongewapende automobilist. Na een spannende achtervolging, dat dan wel. En deze maand werd er een agent ontslagen wegens ‘buitenproportioneel geweld’ bij een aanhouding. De man bleek daarnaast te handelen in nep merkkleding. In juni werd er een ex-agent aangehouden die vorig jaar een gewapende overval op een supermarkt pleegde, vlak na zijn (straf)ontslag.

Dit type wangedrag valt natuurlijk op. Maar blunders bij het gewone opsporingswerk blijven vaak onder de radar. Ook de rechter maakt er niet veel drukte over. Die hoeft van de Hoge Raad alleen in uitzonderingsgevallen juridische consequenties aan te verbinden. Pas als er een belangrijk voorschrift of rechtsbeginsel „in aanzienlijke mate is overschreden” moet bewijs doorgehaald worden of een zaak niet ontvankelijk verklaard. De Officier van Justitie heeft dus een flinke marge – de rechter ziet veel door de vingers.

Als de rechter wèl ingrijpt, is het dan ook behoorlijk mis. Op 6 augustus oordeelde de rechtbank Zeeland/West-Brabant in een zedenzaak dat cruciale politieverhoren in het dossier niet deugden. De officier had toegegeven dat die niet ‘de schoonheidsprijs’ verdienden en op punten ook ‘onjuist’ waren. Maar dat moest de rechtbank maar niet te zwaar wegen.

Dat deed de rechtbank echter wel. In zedenzaken geldt een streng protocol voor het politieverhoor. Juist om suggestie te voorkomen en empathie in te dammen. Het verhoor dient te worden opgenomen, het verslag moet in vraag en antwoord vorm, sturende vragen moeten worden vermeden. In deze zaak maakte de politie geen opnamen, werd het verhoor in eigen woorden naverteld en bleken sterk sturende vragen te zijn gesteld. De rechtbank „acht het onbegrijpelijk” dat de officier daaraan „geen consequenties” had verbonden. Lees: er de tijd van de rechtbank mee had verprutst. De slachtofferverklaringen vond de rechtbank onbetrouwbaar en ongeloofwaardig, de verhoormethoden onjuist. De verdachte werd vrijgesproken.

Zou de politie hiervan leren? Is het OM de volgende keer strenger voor zichzelf? We weten niet of en hoe intern verantwoording wordt afgelegd. De pers is ook niet erg wakker. Het zijn korte berichten (‘Verdachte zedendelict vrijgelaten’) of het wordt genegeerd. Neem een arrest van 18 juli van het hof Den Haag. Daarin werd een docent getuigeverhoor van de Politieacademie betrapt op liegen en manipuleren. En wel van getuigen, overigens, en ook dat nog, politieagenten. De „grote fouten van politie en justitie” leidden hier tot lagere straffen voor de verdachten. Twee verdachten kregen zes maanden aftrek, één drie maanden. De gedagvaarde politiedocent had getuigen getraind „aan de hand van de stukken van de strafzaak op de formulering van antwoorden die de getuigen moesten geven”. Een „ontoelaatbare” inbreuk op de regels van het strafproces.

Het leidt er immers toe dat getuigen hun verhaal op elkaar gaan afstemmen, waardoor het voor de advocaat niet meer mogelijk is om uit te zoeken wat er wel of niet gezien of gehoord is en door wie. De docent ontkende volgens het hof dat ze met de groep politiemensen de gehele zaak tevoren had behandeld. Tegelijk wist ze wel dat deze praktijk onjuist, ongewenst en door de rechter verboden is. Als je dat dan toch doet „getuigt dat van grote onkunde”, aldus het hof. Die wilde nog wel accepteren dat het om „ondoordacht optreden” ging en „dat het niet haar intentie is geweest om de belangen van de verdediging te frustreren”. En ook dat ze niet op instructie van het OM had gehandeld. Maar evident stom blijft het.

Geeft zij dit jaar weer les aan de Politieacademie? Ik vroeg er naar, de academie kende het arrest niet en wist niet dat de eigen docent daarin was afgeserveerd. De kwestie is nu ‘in onderzoek’.

Deze zomer schreef raadsheer Ybo Buruma in het commentaar van het Nederlands Juristenblad een enigszins verkapt pleidooi om toch wat strenger tegen de politie te worden. Uiteraard wilde hij de soepele lijn van zijn eigen strafkamer bij de Hoge Raad niet ter discussie stellen. Maar feit is dat de strafrechter vrijwel niets tegen onrechtmatigheden in het politieonderzoek doet. Buruma wees op een pleidooi van VU-hoogleraar Matthias Borgers (Delikt en Delinkwent 2012/25) die een systeem van ‘algehele kwaliteitscontrole’ op de politie bepleit.

Borgers vindt dat er een ‘inspectie-achtige instantie’ moet komen die alle politieverzuimen en fouten in het strafproces inventariseert, de knelpunten vaststelt, aanbevelingen doet en eventueel individueel maatregelen neemt. Dat zou bijvoorbeeld de Nationale Ombudsman kunnen zijn, meent hij. Daar kan de burger nu al klagen tegen politieoptreden. Dat zou inderdaad kunnen, maar ik heb toch liever een inspectie met meer tanden. Of natuurlijk een strengere rechter. Dat moet de Hoge Raad dan wel willen. Zou Buruma daar niet eens wat aan kunnen doen?

De auteur is juridisch redacteur.