Wat ‘vader’ op zijn sterfbed zei – of niet

Leon Eisenberg deed onderzoek naar ADHD, maar vond het niet uit.

De laatste week ging ’t opeens het halve internet over. Psychiater Leon Eisenberg (1922-2009), ‘de vader van ADHD’, zou vier jaar geleden op zijn sterfbed hebben toegegeven dat attention deficit hyperactivity disorder een fictieve ziekte is. Verrast en meestal kritiekloos twitterden en facebookten mensen artikelen aan elkaar door waarin die mededeling werd aangegrepen om te beweren dat de farmaceutische industrie willens en wetens miljoenen gezonde kinderen verslaafd zou maken aan zware geestverruimende middelen.

Wat is er allemaal van waar? Om te beginnen: Eisenberg deed onderzoek naar ADHD, maar vond het niet uit. In een overzichtsartikel uit 2010, waarin Duitse psychologen de geschiedenis van ADHD beschrijven, komt hij bijvoorbeeld niet voor. Dat artikel dateert de eerste ADHD-achtige beschrijving op 1798.

Voor kinderen met aandachtsstoornissen zijn sindsdien allerlei termen in zwang geweest. Eisenberg zelf beschreef in 2007 hoe hij ervoor ijverde om ‘hyperkinese’, voorheen ‘minimal brain damage’, in 1968 de psychiatriebijbel DSM II in te krijgen. Met succes – dat dus wel. Pas in de DSM III (1980) werd de aandoening ADHD genoemd.

Tot zover het vaderschap. En het sterfbed? Der Spiegel sprak Eisenberg in 2009, zeven maanden voor zijn dood (aan prostaatkanker). Op 6 februari 2012 citeerde het blad hem als volgt: „ADHD is een schoolvoorbeeld van een gefabriceerde ziekte.” En: „De genetische aanleg wordt volkomen overschat.” Eisenberg had niet gedacht dat ADHD zo ‘populair’ zou worden en vond dat kinderen te makkelijk pillen krijgen. Geen nieuwe boodschap. In 2007 had Eisenberg zich in Journal of Child and Adolescent Psychopharmacology al bezorgd uitgelaten over de toename van ADHD-diagnoses en medicatie. Er zijn kinderen met een aandachtsstoornis die opknappen van medicijnen, maar krijgen anderen niet onnodig pillen? Of komt de ziekte echt steeds meer voor? Dat is de discussie die nu in de wetenschap speelt. Maar een sterfbedbekentenis? Nee, dat is iets anders. Ellen de Bruin