Wat is nou precies zijn rol geweest?

De sfeer tussen de coalitie en de oppositie wordt slechter Het is moeilijk wetgeving door de Eerste Kamer te krijgen zonder meerderheid Het zorgt voor speculaties en gesteggel rond D66

D66-leider Pechtold heeft zelf afgetast of D66 tot het kabinet zou kunnen toetreden. foto anp

Het kabinet en regeringspartijen VVD en PvdA hebben „geen initiatieven genomen” om andere partijen bij de coalitie te betrekken. Met die schriftelijke verklaring aan de Tweede Kamer beëindigde premier Rutte gisteren speculaties in Den Haag dat de coalitie toenadering zou hebben gezocht tot oppositiepartij D66. Volgens Rutte is het kabinet dit „ook niet van plan”.

D66-leider Alexander Pechtold heeft volgens bronnen binnen de coalitie wel zelf afgetast of D66 tot het kabinet zou kunnen toetreden. Het gesteggel over een mislukte toenaderingspoging lijkt de verhoudingen tussen coalitie en D66 onder druk te zetten. Een D66-woordvoerder zei gisteren: „Wij herkennen ons niet in deze versie van de coalitie.” Pechtold liet zich ’s middags niet verlokken tot nadere toelichting.

VVD en PvdA beschikken over een solide meerderheid in de Tweede Kamer, maar komen in de Eerste Kamer acht zetels tekort voor een meerderheid. Daardoor is de regering afhankelijk van steun van een of meerdere oppositiepartijen om bezuinigingen, lastenverzwaringen en hervormingen door te voeren. D66 heeft vijf zetels in de senaat.

Binnen de coalitie bestaan verschillende ideeën over hoe steun buiten de coalitie moet worden gezocht. Premier en VVD-leider Mark Rutte en PvdA-leider Diederik Samsom zijn er voorstander van om met Tweede-Kamerfracties van oppositiepartijen te blijven overleggen, zij hechten aan brede politieke steun vanwege ingrijpende bezuinigingen en hervormingen.

Maar naar verluidt zouden bijvoorbeeld VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra en minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem (PvdA) geneigd zijn het op een confrontatie in de Eerste Kamer te laten aankomen. Zij vinden het proces van ministers die steeds moeten bedelen om steun bij de oppositie slecht voor het kabinet, zeker omdat deze consultaties vaak nergens toe leiden, en het beeld van gebrek aan daadkracht versterken.

Gisteren werd de verhouding met D66 op scherp gesteld door een bericht in De Telegraaf dat VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra het initiatief nam om D66 bij het kabinet te betrekken. Zijlstra zei daar gisteren over: „Noch van de zijde van het kabinet, noch van de coalitiepartijen is het initiatief genomen om het kabinet open te breken.”

Het was juist Pechtold, zeggen coalitiebronnen, die in een onderhoud met Zijlstra voor de zomer aftastte of een „kabinetsreconstructie” mogelijk zou zijn waarbij in ieder geval D66 tot het kabinet zou toetreden. Pechtold zou daarbij twee inhoudelijke eisen hebben gesteld: het sociaal akkoord met werkgevers en vakbonden moest worden opengebroken, en er zou zo’n 750 miljoen euro meer in onderwijs moeten worden geïnvesteerd dan VVD en PvdA nu doen. Zijlstra heeft Pechtold volgens bronnen laten weten dat zijn wensen onuitvoerbaar waren.

Ook Samsom sprak voor de zomer met Pechtold. Maar dat ging over de inhoudelijke mogelijkheden die D66 zag om verschillende aspecten van het kabinetsbeleid bij te sturen of te steunen, zegt een woordvoerder.

De kwestie illustreert de broze verhoudingen tussen oppositie en de coalitie, die zonder die oppositiepartijen geen wetgeving door de senaat krijgt. In deze moeilijke tijden, zei premier Mark Rutte maandag nog, moeten politici bereid zijn „over de grenzen van hun eigen partij elkaar de hand te reiken”. Álle partijen, ook in de oppositie, vond de premier, moeten „al het redelijke doen” om een daadkrachtig landsbestuur mogelijk te maken.

De sfeer tussen coalitie en oppositie wordt slechter. Niet alleen door zulke kwesties of de grote bezuinigingen, maar ook omdat er volgens de oppositie veel door de coalitie wordt gelekt, in de aanloop naar Prinsjesdag. Zo kwam gisteren naar buiten dat een inkomensafhankelijk eigen risico in de zorg niet doorgaat. Om de nivelleringswens van de PvdA te honoreren, kunnen hogere inkomens vanaf 2015 minder of geen aanspraak maken op de zogeheten algemene heffingskorting. De VVD plaatste gisteren een verklaring op zijn website dat de voorstellen „niet verder nivellerend mogen zijn” dan afgesproken in het regeerakkoord.