Standje cocktail voor haar,10 kilo spiermassa voor hem

Women’s Health begon heel voorzichtig, maar gaat naar tweemaandelijkse verschijning. Het kan nog wel wat grappiger.

Zou het dan echt zo zijn, dat vrouwen minder humor hebben dan mannen? Als je kijkt naar de twee Nederlandse bladen Men’s Health en Women’s Health, lijkt het daar wel op. Beide tijdschriften bevatten trainingsschema’s met praktische plaatjes voor een sterker lijf. Maar de toon is anders. In de vrouwenversie: „Hoe kan ik voorkomen dat mijn borsten gaan hangen?” In de mannenversie: „Trouwen doe je maar in je eigen tijd”.

Men’s Health neemt zichzelf niet zo serieus. Het bevat lekker lichtvoetig opgeschreven levenslessen die we kunnen leren van de Men’s Held van deze maand. In dit geval is dat René van der Gijp. Les 8: Melk de koe helemaal leeg, Les 12: Hou altijd hartslag 23.

Het kan ook een kwestie van ervaring zijn. De Nederlandse versie van Men’s Health is al 15 jaar oud; internationaal bestaan er edities sinds 1987. Women’s Health is pas net uit het ei. Het begon in april met een voorzichtige start, met drie edities per jaar, het tweede nummer ligt in de winkel. De voortekenen zijn vooralsnog gunstig. Uitgever Hearst liet deze week weten dat de verkoop van het eerste nummer zo goed uitviel (52.300 losse exemplaren, 5.000 abonnees) dat de frequentie van het blad wordt verhoogd naar tweemaandelijks. Ook zijn er een app en een boek in de maak.

In nummer twee veel vrouwen met platte, maar nooit té gespierde buikjes. Een interview met hockeyster Ellen Hoog. Een special over stress. De laatste bevat te veel clichés: ‘organiseren kun je leren’, ‘even de batterij eruit’, dat werk. Maar op sommige pagina’s weet Women’s Health de jeu van de manneneditie al wel te vangen. „Zodra de vijf in de klok is, schakelt ons lijf vanzelf over naar standje cocktail. Kunnen we niks aan doen. Herken je dat? Deze borrels gaan niet gelijk op je heupen zitten.”

In Men’s Health van deze maand interviewt Arie Boomsma de acteur Marwan Kenzari, die de hoofdrol speelt in de nieuwe thriller Wolf. Boomsma trainde Kenzari zelf om het juiste lichaam te kweken voor de rol. Acht maanden lang. Voor de vorm vraagt hij eerst nog naar het karakter van het personage. „Hij is geen slechte jongen, hij is een opgejaagd dier.”

Daarna wordt het een gesprek tussen kenners. Want had Kenzari tijdens de opnamen van de film Rabat nog een „redelijk gezellige buik” (Boomsma’s woorden), voor Wolf moest hij 10 kilo spiermassa creëren. Dus vallen er termen als ‘droog trekken’, ‘circuits doen’ en ‘periodisering’, „een trainingstechniek waarmee bijna wiskundig kan worden toe getraind naar een piek”. Uiteraard heeft zijn nieuwe li chaam Kenzari meer gebracht dan het gewenste uiterlijkalleen. „Het grootste gewin is het besef dat trainen mijn geest scherp houdt.”

De pogingen om tijdschriftclichés te vermijden pakken in het mannentijdschrift overigens ook wel eens verkeerd uit: „Wanneer er een vacature ontstaat in jouw liefdesleven is het tijd voor de afdeling personeelszaken van Men’s Health”.