Staat verliest ‘Srebrenica’

Hoge Raad acht in vonnis Nederland verantwoordelijk.

Procedure namens nabestaanden duurde elf jaar.

Opluchting vanochtend in Den Haag bij nabestaanden van het drama in Srebrenica..David van Dam

D e Nederlandse staat is volgens de Hoge Raad aansprakelijk voor de dood van drie Bosnische moslimmannen die in 1995 door Bosnisch-Servische troepen zijn vermoord na de val van de enclave Srebrenica.

Die uitspraak heeft het hoogste Nederlandse rechtscollege vandaag gedaan. In 2011 kwam ook het Haagse hof al tot dit oordeel. De staat ging in cassatie. De uitspraak betekent dat Nederland schadevergoeding zal moeten betalen aan de gedupeerden. Nederlandse militairen hadden destijds als VN-bataljon in de Joegoslavische burgeroorlog de opdracht moslims te beschermen.

Het gaat om nabestaanden van een elektricien van Dutchbat, Rizo Mustafic, en Dutchbat-tolk Hasan Nuhanovic die zijn broer en ouders kwijtraakte. De mannen hadden hun toevlucht gezocht tot de compound van Dutchbat. Ze werden niet met het bataljon geëvacueerd omdat ze geen pasje hadden. Dutchbat stuurde hen op 13 juli 1995 weg. Buiten de compound werden zij vermoord door het Bosnisch-Servische leger of aanverwante paramilitaire groepen.

Nederland wees aansprakelijkheid steeds af omdat Dutchbat onder leiding van de VN opereerde. De landsadvocaat schreef de Hoge Raad in mei dat als het oordeel van het hof in stand zou blijven, dit grote consequenties heeft. VN-lidstaten zullen volgens hem niet langer bereid zijn troepen voor vredesoperaties te leveren als er feitelijk een soort risicoaansprakelijkheid voor de mislukkingen komt te liggen bij deelnemende landen.

De Hoge Raad oordeelt dat het internationaal recht toelaat dat een gedraging niet alleen wordt toegerekend aan de VN maar ook aan de staat, omdat de staat ‘effective control’ had over het verweten optreden vanDutchbat.

Het hof oordeelde eerder dat het optreden van Dutchbat onrechtmatig was volgens het nationale recht van Bosnië-Herzegovina, dat in dit geval van toepassing is. De hoogste rechter is het daar mee eens. De Hoge Raad voegt nog toe dat een terughoudende toetsing van het optreden van Dutchbat zoals door de staat is bepleit, zou betekenen dat nagenoeg geen ruimte zou bestaan voor de beoordeling door de rechter van het optreden van een troepenmacht in het kader van een vredesmissie. Dat is volgens de Hoge Raad onaanvaardbaar. Wel moet de rechter die achteraf de gedragingen van een troepenmacht beoordeelt, er rekening mee houden dat het hier gaat om beslissingen die onder grote druk in een oorlogssituatie genomen zijn.

Met dit arrest komt een eind aan een procedure die advocaat Liesbeth Zegveld elf jaar geleden begon voor de nabestaanden. Nu zal ze in overleg treden met de landsadvocaat om de schadevergoeding te bepalen.