Schieten op de schutter

In de elfde aflevering van Useful Photography staan amateur- en gebruiksfoto’s van gewapende mannen en vrouwen, die in Amerika als schietschijven fungeren. Ze kijken je dreigend aan alsof ze voor het eerst auditie doen voor een derderangs speelfilm.

Foto's uit besproken boek

Het is avond. En laat. Je loopt op Manhattan en kijkt omhoog. Even spookt het door je hoofd: het beeld van een musje, omringd door een bos vol valken. Geen gekke gedachte in een land waar 300 miljoen wapens rondzwerven. Misschien verveelt zich op de 24ste etage in de 56ste Straat wel iemand: net ontslagen, vrouw weg, drank op. Tijd om een daad te stellen, wraak te nemen, de hele boel te verknallen. En dan speurt hij door het vizier van zijn Browning: schuin aan de overkant beweegt iets langs de gevel. Het schuift naar het midden. Houen zo! Overhalen! Er vloeit een vlek uit op het asfalt.

Een fantasie als deze is volstrekt misplaatst bij het net verschenen elfde deel Useful Photography, een uitgave van reclameadviesbureau KesselsKramer. En toch doemde dat beeld op, want deze aflevering van de aan amateur- en gebruiksfoto’s gewijde boekjesserie gaat over moordlust. Met dat verschil dat diegenen die foto na foto met mes of pistool in dit boekje staan afgebeeld en u als kijker bedreigen, niet de potentiële daders zijn waar je in eerste instantie aan denkt, maar de slachtoffers. De dames en heren fungeren namelijk als schietschijven op zogenaamde shooting ranges waar Amerika blijkbaar mee bezaaid is.

De schietschijfmannen – type weirdo, dombo, kickbokser en sportschoolfanaat – kijken je aan met de grimmige of gluiperige boeventronie van iemand die voor het eerst auditie doet voor een derderangs misdaadfilm. Spieren en zenuwen staan zichtbaar op scherp om de schutter te raken, die op zijn beurt tot het uiterste getergd wordt om zijn tegenstander met een kogelregen te doorzeven. En om de agressie op de schietbaan tot het kookpunt op te voeren, houdt de gefotografeerde uitdager met één arm ook nog een kind of een vrouw in de wurggreep.

Jammer dat de samenstellers van Useful Photography niet van teksten houden. Sterker nog, geen letter wijden aan het toch wel interessante fenomeen shooting range. Alleen al het aantal recente, grootschalige schietdrama’s in Amerika roept de vraag op over het hoe en waarom wapenbezitters daar aan vingeroefeningen doen.

In Nederland wemelt het trouwens ook van de schietverenigingen, maar bij mijn weten richt men zijn wapen hier niet op afbeeldingen van mensen, maar, net als dartspelers, op een cirkel met schijven (1.000 exemplaren voor € 12,90). Of op bevers, kalkoenen, wasberen, kraaien, eekhoorns en konijnen, waar internet ook in blijkt te grossieren. Hoe kan het liquideren van een eekhoorn, ook al is ie van karton, bijdragen aan het heroïsche zelfbeeld van een scherpschutter, vraag ik me trouwens af.

Bij vorige afleveringen van Useful Photography, zoals die over camouflagepakken of bruiloftsoutfits was dat gebrek aan toelichting geen gemis. Ook bij eerdere afleveringen over koeien en pasfoto’s doet achtergrondinformatie er niet toe. Maar nu wél, en daar had fotojournalist Hans Aarsman, lid van het redactievijftal, best in kunnen voorzien. Of fotograaf Frank Schallmaier, die het nummer als een soort gastredacteur mede blijkt te hebben samengesteld.

Als kijker bladert of fantaseert u er zelf maar op los, zo vindt de redactie. En gezien het aantal gewapende idiots dat een mens via televisienieuws, misdaadseries of speelfilms krijgt voorgeschoteld, is het best lastig om nog een bijzondere outfit, houding of grimas van zo’n schutter te verzinnen.

Maar shooting ranges en aanverwante bedrijven zijn nog steeds inventief. Ze accentueren bijvoorbeeld op manshoge mannenfoto’s hersenen, gezicht, borstkas en hartstreek met verf of zwarte viltstift, die zich dan ineens als kunstwerken voordoen. Ze laten dolgedraaide vrouwen met een meedogenloze of hysterische uitdrukking als doelwit poseren; en toch willen ze maar niet op potentiële moordenaars lijken. Ze doen teveel alsof, en zijn dus ongeloofwaardig.

Opvallend is het aantal ‘schietschijven’ van zogenaamde Midden-Oosterse origine: dames met een Arafat-shawl, heren in een Bin Laden-outfit of andersoortig woestijngewaad, onder wie eentje die een bom onder de grond verstopt en zich zodoende aanprijst als favoriet.

Ook kerels met bivakmutsen moeten het bloed onder de schuttersnagels vandaan halen; niet zo gek omdat ze door hun anonimiteit nóg bedreigender overkomen dan hun wapens al zijn. En dan is er nog die ene politieagent die zich vanuit een autoraampje keurig legitimeert aan een imaginaire voorbijganger.

Dat op Amerikaanse schietbanen ook op agenten ‘geoefend’ mag worden roept de vraag op of er überhaupt op die shooting ranges wel op mensen geschoten moet worden. Hoe en wanneer is die gewoonte ontstaan? Waarom niet gewoon cirkels met schijven? Wie lenen zich als targets en waar komen ze vandaan? En staan die foto’s wel in Amerika opgesteld? Of toch elders? Een raadselachtig deel 11 dus.