Onderzoeken naar schaliegas zijn niet genoeg, lokale inspraak moet er zijn

De procedurele aanpak van minister Kamp polariseert, vinden onderzoekers Rinie van Est en Arnoud van Waes

Schaliegas kan veilig worden gewonnen in Nederland, en de huidige wetgeving (met name de Mijnbouwwet) is op orde. Dat waren de conclusies van het risico-onderzoek van Witteveen en Bos, die minister Kamp van Economische Zaken onlangs presenteerde. Vanuit het oogpunt van goed bestuur is het logisch dat minister Kamp netjes de Mijnbouwwet als uitgangspunt neemt voor de besluitvorming. Maar veel mensen denken dat hij met onderzoek een positief besluit over schaliegaswinning te legitimeren. Kamps formele aanpak creëert politieke en maatschappelijke onrust omdat er te weinig ruimte is voor inspraak van decentrale besturen, maatschappelijke organisaties en lokale burgers. Drie maatschappelijke thema’s blijven onderbelicht : de rol van schaliegas induurzame energiewinning, de verdeling van bevoegdheden tussen nationale en lokale overheden bij ingrepen in de ondergrond en het lokaal maatschappelijk draagvlak.

Nu verharden zich de lokale standpunten. Waren de provincie Noord-Brabant en de gemeente Boxtel voorafgaand aan het EZ-onderzoek nog neutraal, nu scherpen ze hun pijlen. De gemeenteraad van Boxtel vroeg steun van alle Brabantse, schaliegasvrije gemeenten in de strijd tegen boringen. Ook in de Provinciale Staten van Noord-Brabant is er nu een meerderheid tegen winning. Ook de olie- en gasindustrie beseft dat het debat over schaliegas raakt aan het algemene maatschappelijke draagvlak voor gas- en oliewinning. In een brief aan Kamp bepleit de Nederlandse Olie en Gas Exploratie en Productie Associatie een aanpak die „recht doet aan de zorgen die in de samenleving leven”.

Kamp is gevangen in de Mijnbouwwet, die stelt dat de Staat beslist over de diepe ondergrond. Recent is hij akkoord gegaan met een centrale rol voor de milieueffectrapportage. Er is een groter gebaar nodig.

Om vertrouwen te wekken zou Kamp het onderzoek en de brede maatschappelijke agenda als aanknopingspunten moeten gebruiken voor de politieke discussie. Hij moet duidelijk maken wat het publieke belang van schaliegaswinning is. In het nationale en lokale publieke debat komen namelijk steeds twee vragen terug: waarom is schaliegas noodzakelijk voor de Nederlandse energievoorziening? En: hoe past schaliegas binnen duurzame ambities?

Daarnaast moet de minister de zorgen van lagere overheden serieus nemen. De bestuurslagen moeten beter samenwerken, omdat het steeds drukker wordt onder de grond: door waterwinning, gasopslag, warmte-koude-opslag en winning van aardwarmte. Er wordt met lagere overheden en belanghebbenden een nieuw kader ontwikkeld door ministeries, genaamd ‘Structuurvisie Ondergrond’. Deze structuurvisie kijkt op een integrale manier naar ondergrondse activiteiten en zorgt ook voor afstemming met activiteiten boven de grond, en geeft lagere overheden meer formele invloed. Door bij schaliegas alvast in de geest van de Structuurvisie Ondergrond te handelen, kan de samenwerking tussen nationale en decentrale overheden bij activiteiten in de ondergrond verbeteren.

Rinie van Est en Arnoud van Waes van het Rathenau Instituut publiceerden deze week een rapport over schaliegas.