NSA las ook versleutelde mail ‘dankzij hulp van tech-bedrijven’

De Amerikaanse geheime dienst NSA en zijn Britse tegenhanger GCHQ (Government Communications Headquarters) kraken systematisch alledaagse versleutelingsprogramma’s. De creditcard- en medische gegevens, banktransacties en fabrieksgeheimen van gebruikers zijn daardoor niet langer privé. Dit blijkt uit nieuwe documenten die klokkenluider Edward Snowden heeft verzameld en waarover The Guardian, The New York Times en website Pro Publica vandaag publiceren.

Om de ‘alomtegenwoordige’ encryptie (versleuteling) tegen te gaan hanteert de NSA verschillende methodes. De meest vergaande is het intensief samenwerken met technologiebedrijven om in alledaagse versleutelprogramma’s een zogeheten achterdeur in te bouwen – voor deze ‘heimelijke beïnvloeding’ zegt de NSA 250 miljoen dollar per jaar nodig te hebben, een veelvoud van het Prism-programma voor het hacken van buitenlandse email, dat 20 miljoen per jaar kost.

Ook slaagde de dienst er in om de internationale standaarden voor versleuteling omlaag te krijgen en fungeerde een commerciële afdeling van de NSA, waar technologiebedrijven hun beveiligingsproducten aan de overheid konden verkopen, als dekmantel om ‘coöperatieve relaties’ op te bouwen met aanbieders. GCQH had een speciale afdeling voor het werven en plaatsen van ook undercoveragenten in de telecomindustrie.