Lezen is kauwen op teleurstellingen

Twee mannen maken jongensboekavonturen mee. En dat biedt ruimte om zowel criminele milieus als wereldzeeën te verkennen of Europeanen en Chinezen met elkaar te vergelijken. Maar ook met het ANC en het geringe belang van de neushoorn weet Tom Lanoye te jongleren.

Tom Lanoye Katrijn van Giel

‘Schrijven is zin geven aan je houten been.’ Zo vatte Tom Lanoye een paar jaar geleden de aard en functie van zijn schrijverschap samen. Steeds vestigt hij in zijn romans de aandacht op de keerzijde van het leven, zonder in zwartgalligheid te blijven steken.

Ook in Gelukkige slaven, zijn nieuwe roman, maakt Lanoye in frisse, montere bewoordingen maar weer eens duidelijk dat het leven geen pretje is. Vrijheid bestaat niet. Liefde is een farce. Geen mens is te vertrouwen. Het leven leidt alleen tot desillusie. Of men zich nu in België, Argentinië, Zuid-Afrika of China bevindt.

Hij koos deze keer, enigszins op de manier van De donkere kamer van Damokles van W.F. Hermans, voor een dubbelperspectief: twee Belgische mannen van in de veertig, die allebei Tony Hanssen heten – net als de wankelmoedige hoofdpersoon van Alles moet weg (1988), Lanoye’s allereerste roman.

De twee Tony’s leren elkaar pas halverwege de roman kennen. Ze hebben beiden financiële problemen. De een heeft gokschulden, de ander heeft geen werk meer. Beiden hopen ze dat meneer Bo Xiang, een ondoorgrondelijke Chinese ondernemer, soelaas kan bieden.

De ene Tony hoopt hem gunstig te stemmen door zijn nymfomane echtgenote, mevrouw Bo Xiang, te vergezellen op haar snoepreisje naar Argentinië. De andere Tony rijdt naar een wildpark in Zuid-Afrika om daar een neushoorn neer te schieten. De twee hoorns denkt hij voor veel geld aan Bo Xiang te kunnen verpatsen.

De jongensboekachtige avonturen van de beide Tony’s leiden tot een stroom aan zijdelingse verwikkelingen. Er vallen doden, er wordt driftig geschoven met papieren en pasjes en aan het eind, als alle stof is neergedaald, blijkt er nog maar één Tony te zijn, met wie het min of meer goed afloopt.

De charme van deze levendige thriller schuilt in de beeldende, soms wat gewelddadig aandoende formuleringen. Als in Zuid-Afrika de schemering invalt, wordt de hemel steeds roder, ‘alsof iemand zich in een teil water de polsen heeft geopend.’ En als mevrouw Bo Xiang liefkozend haar bejaarde hand op die van Tony legt, dan huiver je vanzelf even mee: ‘Het klauwtje woog zwaarder dan je zou verwachten en het voelde koud en klam aan. Een busseltje verlepte asperges, pas uit het vriesvak gehaald.’

Mooi is ook hoe soepel Lanoye zijn vertellersblik over de wereldzeeën, de continenten en de grote rivieren laat gaan, om af en toe even in te zoomen op een levend wezen, de al eerder genoemde neushoorn bijvoorbeeld; een log dier dat naar zijn idee beter allang uitgestorven had kunnen zijn. ‘Het was een dwaling der natuur dat hij nog rondbanjerde, ten behoeve van de toeristenindustrie.’

Elders neemt hij, al even losjes, verschillende menstypes onder de loep. ‘ ‘‘Wij” zijn de Europeanen, ‘‘zij” de Chinezen. ‘Wij zweren bij de eenling, zij weten beter. Zij geloven in hordes. In miljarden.’'Vandaar, meent hij, dat de Chinezen eeuwen vooruitlopen op de rest van de wereld en over een paar jaar zonder pardon Europa zullen overnemen.

Toch is het juist de eenlingenblik van de Europeaan die deze roman redt van al te veel sweeping statements over mensen, landen en culturen. Lanoye ontkomt er niet aan enkele algemeenheden te debiteren over de betekenis van de tango of over ‘de Moeilijke Jaren’ in Argentinië.

Maar interessant wordt het pas als hij de grimmige hotelhoudster Mercedes introduceert, met haar grote mond en haar kleine hartje. Zij moet niets hebben van dwaze, protesterende moeders die steeds opnieuw aandacht vragen voor hun verdwenen dierbaren. Mercedes wil er niet over praten, maar ze gaat wel avond aan avond uit dansen om niet steeds te hoeven denken aan haar vader die in de jaren zeventig werd opgepakt en nooit terug kwam.

Ergens op driekwart wandelt Vusi Khumalo het boek binnen, een welbespraakte zwarte Zuid-Afrikaan, die weet dat een van de Tony’s een paar hoorns heeft buitgemaakt. Hij wil een substantieel aandeel in de winst. Hij wil, zoals hij het uitdrukt, ‘mijn snipper van de koek’. Hij vertelt vervolgens een mooi, lang verhaal over ‘mijn partij’, de ANC, die na een veelbelovend begin toch niet de partij blijkt te zijn die aan alle ongelijkheid en apartheid een eind maakt. Hij is een illusie armer. In de jaren die hem nog resten wil hij niet meer werken. Hij wil lezen. ‘Ik wil alleen nog boeken kunnen kopen. Over de mensheid. Ik wil ze kunnen lezen in mijn eentje. Kauwend op mijn teleurstelling.’

Hij zou hebben gesmuld van een boek als Gelukkige slaven. Net als ik.

Tom Lanoye treedt vandaag, 6 september, om 16.30 uur op in het NRC Restaurant Café, Rokin 65, Amsterdam. Toegang gratis. nrcrestaurantcafe.nl