Koning krijgt speechschrijver met flexibele geest

Speechschrijver

Voor het eerst krijgt een Nederlands staatshoofd een eigen speechschrijver. Collega’s omschrijven hem als een discrete vakman met humor.

Collega-speechschrijvers vinden hem een van de besten. Jan Snoek schrijft beeldend, heeft humor en is discreet. Met name die laatste kwaliteit is belangrijk voor de functie die hij per 1 oktober krijgt: speechschrijver van koning Willem-Alexander.

Snoek (50) werkt nu nog als senior communicatieadviseur bij Schiphol. Eerder was hij speechwriter voor premier Balkenende en de ministers Schultz van Haegen, Eurlings, Jorritsma en Wijers.

De Rijksvoorlichtingsdienst beklemtoont dat Snoek meer gaat doen dan alleen toespraken schrijven. „Hij wordt één van de nieuwe persoonlijke adviseurs van de koning, en heeft in die rol een breder takenpakket dan alleen speechschrijver. Zo zal hij zich ook bezighouden met het overzicht van activiteiten van leden van de koninklijke familie en met het opstellen van brieven van de koning.”

Snoek studeerde Nederlandse Taal- en Letterkunde aan de Universiteit van Utrecht. Hij kreeg een baan als communicatieadviseur bij de NS. Daarna ging hij aan de slag als redacteur van onderzoeksrapporten bij de Algemene Rekenkamer.

Volgens oud-minister Jorritsma van Economische Zaken (VVD) was Snoek de beste speechschrijver op het departement. „Ik denk dat dat komt doordat hij zo goed in mijn huid wist te kruipen. Hij bedacht hoe ik iets zou zeggen en begreep de onderwerpen waarover gesproken moest worden fabuleus.” Toen Snoek speeches voor Balkenende ging schrijven, herkende Jorritsma meteen zijn stijl.

„Hij heeft een flexibele geest”, zegt de Leidse neerlandicus Jaap de Jong, die meerdere boeken over retorica schreef. „Met zowel een PvdA’er als een CDA’er kan hij goed uit de voeten. Hij heeft gevoel voor ritme en structureert zijn teksten goed.” Volgens De Jong houdt Snoek ervan een grapje in zijn speeches te stoppen. Willem-Alexanders opmerking over zijn naamskeuze – ‘Willem IV staat naast Berta 38 in de wei’ – had Snoek geschreven kunnen hebben.

In Overheidscommunicatie: De nieuwe wereld achter Postbus 51 (2001) noemt Snoek de speech „een communicatie-instrument met grote mogelijkheden”. Doorslaggevend is volgens hem of de spreker het verhaal vertelt alsof hij het zelf geschreven heeft. Nergens mag uit blijken dat iemand als hij peentjes heeft gezweet.

Slechts één keer ging Snoek in de fout. Nadat hij in 2002 op verzoek van De Jong een gastcollege in Leiden had gegeven, nodigde het universiteitsblad Mare hem uit voor een interview. Snoek vertelde over de grappen en slogans die hij voor Balkenende had bedacht en concludeerde dat de ex-premier „te veel en te snel praat”. De Jong: „Dat was een beetje out of character, want Snoek is de meest discrete man die ik ken.”