In Tallinn werd hij wantrouwig

De wedstrijd tegen Estland brengt bij Louis van Gaal herinneringen boven aan de meest vernederende episode in zijn loopbaan. Hoe veel beter staat hij er nu voor.

Van Gaal gisteravond tijdens de training van Oranje voor het duel met Estland. Foto ANP

Ik schenk spelers geen vertrouwen meer, zei Louis van Gaal eind vorig jaar in een interview met deze krant. Het was de belangrijkste les uit zijn eerste periode als bondscoach, waarin hij een Oranje vol sterren uit zijn eigen Ajaxtijd niet naar het WK in 2002 kon leiden. Misschien ligt de kiem van zijn huidige wantrouwen richting spelers wel hier in het Lilleküla Stadion in Tallinn, waar Nederland vanavond tegen Estland een WK-kwalificatieduel speelt onder compleet ander gesternte dan begin deze eeuw.

Wat hij zich nog herinnert is „natuurlijk dat we wonnen”, zei Van Gaal gisteravond, toen hij door een Estse journalist gevraagd werd naar die memorabele WK-kwalificatiewedstrijd in juni 2001. „Dat is het belangrijkste. Maar we speelden niet goed. Ik ben blij dat het veld nu strak is. En het stadion ziet er een stuk mooier uit. We hebben geen excuses meer.”

Tegenwoordig draagt het Lilleküla Stadion de naam van een biermerk. Het bruine hobbelveld is omgetoverd in een weldadige groene mat. Er is, uiteraard, veel veranderd in twaalf jaar. Alleen Andres Oper, plaag voor Mario Melchiot en Michael Reiziger bij zijn doelpunt toen, speelt nog op zijn 35ste voor Estland. Hij is er vanavond niet bij.

Estland-Nederland, op 2 juni 2001, was een wedstrijd waarin liefst vijf Nederlandse centrumspitsen hun opwachting maakten: naast Kluivert ook Jerrel Hasselbaink en Roy Makaay (op rechts), die in de tweede helft vervangen werden door respectievelijk Ruud van Nistelrooy en Pierre van Hooijdonk. Een totale verloochening van de voetbalfilosofie van Van Gaal, die zelden tornt aan het herkenbare Hollandse vleugelspel. Maar hij moest wel, in die laatste twintig minuten waarin Oranje de wanhoop nabij was.

Nederland kwam in de tweede helft twee keer op achterstand, maar sleepte uiteindelijk een 4-2 zege uit het vuur. Voor wat het waard was. Op Lansdowne Road in Dublin viel in september dat jaar alsnog het doek tegen Ierland. Geen eindtoernooi, voor het eerst sinds 1986. Vijf dagen later speelde Nederland in Eindhoven weer tegen Estland. In een onwezenlijke sfeer. Oranje werd door eigen publiek uitgefloten – en won met 5-0.

Estland brengt zo bij Van Gaal herinneringen boven aan de meest vernederende episode uit zijn trainersloopbaan. Hoe anders staat hij er, cijfermatig althans, nu voor. Op de drempel van kwalificatie, zonder puntverlies. Nederland is nog twee overwinningen verwijderd van het record van West-Duitsland: zestien WK-kwalificatieduels op rij gewonnen.

Toeschouwer gisteravond op de training, op uitnodiging van assistent-trainer Danny Blind, was de in Estland woonachtige oud-Ajacied Jari Litmanen. Nog steeds refereert Van Gaal aan de Fin, zijn ideale ‘nummer tien’, de hardwerkende stilist, werk- en sierpaard tegelijk, als hij probeert uit te leggen wat hij van Rafael van der Vaart, Wesley Sneijder of Adam Maher verwacht als aanvallend middenvelder in het Nederlands elftal.

De omgang met Sneijder – van aanvoerder tot afgedankte international – is uit te leggen als amateurpsychologie of machtsspel, maar vast staat dat de 29-jarige speler van Galatasaray de boodschap begrepen heeft: beter presteren. Zie de balbehandeling van de spelmaker op de training gisteren en je hoopt toch vurig dat hij de bondcoach straks in Brazilië ook in fysiek opzicht (weer) kan overtuigen.

Dat de invulling die van Van Gaal geeft aan zijn tweede termijn als bondscoach wezenlijk verschilt van zijn mislukte missie in 2001, is evident. Continu wikt en weegt hij, en vertrouwen duurt één wedstrijd. Inconsequent zijn de keuzes soms, maar verdedigbaar zijn ze ook vaak. Pas in maart, drie maanden voor het WK, werkt hij naar een vaste groep toe.

Natuurlijk vindt hij ervaring van spelers op een eindtoernooi belangrijk. „Maar het komt voor dat oudere spelers door hun hoeven zakken”, zei Van Gaal eerder deze week – getergd door de vele vragen over zijn omgang met Sneijder. „De meeste trainers durven dan niet in te grijpen omdat ze denken dat die spelers iconen zijn.” Hij zal daar de Van Gaal van 2001 vast niet mee bedoeld hebben.