Het ingenieurstekort

Ons land heeft bèta’s nodig, zo luidt al jaren de roep uit het bedrijfsleven. Zeker nu Duitsland met zijn relatief sterke economische groei en ordelijke overheidsfinanciën een voorbeeld is geworden hoe een Europees land zich handhaaft in de veranderende wereldeconomie, is de roep om exact opgeleide werknemers groot. Duitsland maakt nog iets, leidt zijn middenkader op via een beproefd systeem van meester en gezel en voor het invullen van exacte vacatures voor het hogere kader lijkt er geen probleem. Wij daarentegen, zo gaat het stereotype, verkopen elkaar hier vooral verzekeringen.

De onzichtbare hand van de markt doet in Nederland intussen al zijn werk. In het hoger onderwijs zijn de aanmeldingen voor studierichtingen in de exacte vakken ongemeen talrijk. Of dat door de hierop gerichte overheidscampagnes komt, is de vraag. Wellicht zijn aspirant-studenten zelf ook heel goed in staat te ontwaren waar hun latere kansen liggen.

Op dat laatste zal het bedrijfsleven vooral zelf moeten inspelen. Gisteren werd een onderzoek bekend waaruit bleek dat het aanzuigen van bètastudenten door de financiële sector westerse landen, waaronder Nederland, economische groei heeft gekost. Terwijl jonge, exact aangelegde talenten complexe derivaten zaten te bedenken, hadden zij elders veel productiever kunnen worden ingezet.

Zo was de markt, en het zij zo. De vraag is wel gerechtvaardigd waarom de bètamensen de financiële sector zo aantrekkelijk vonden. Dat heeft vooral te maken met waardering en beloning. Als gesteld wordt dat de beloning bij banken kennelijk ongewoon hoog was, kan evengoed worden gezegd dat deze in de rest van het bedrijfsleven relatief te laag was – en is.

De oorzaak van dat laatste is nog steeds een raadsel. Als bedrijven en hun brancheorganisaties klagen over de geringe beschikbaarheid van exact opgeleid personeel, waarom betalen zij deze specialisten dan kennelijk zo ondermaats?

Klagen bij de overheid over het Nederlandse onderwijssysteem is makkelijk. Maar grote en kleine ondernemingen zouden beter een grootscheeps onderzoek kunnen doen naar het eigen gedrag, de interne beloningsstructuur en de cultuur waarin de manager doorgaans meer ontvangt dan de specialist. Want men loopt niet alleen bèta’s mis doordat zij zich niet aanmelden, maar ook omdat zij, eenmaal in het bedrijf, er vaak alleen in geld en status op vooruit kunnen gaan als zij een carrière doorlopen via het management – en er dus in wezen toe worden aangezet hun specialisme alsnog overboord te gooien.

Het is te hopen dat jongere generaties straks wijzer zijn. Gezien de recente toeloop naar de exacte vakken is de kans P hier gelukkig > 0.