Gemeente: bezuiniging op zorg onwettig

De gemeente Den Haag kan de zorg voor burgers straks niet betalen, en vraagt het Rijk de bezuiniging terug te draaien.

De grote bezuiniging op huishoudelijke hulp die volgend jaar wordt doorgevoerd, is in strijd met de wet. Dat zegt de gemeente Den Haag. De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) verplicht gemeenten om zorg te dragen voor hulpbehoevende burgers. Het Rijk moet zorgen dat gemeenten daar voldoende geld voor krijgen, en voor 2014 krijgen ze dat niet, zegt de gemeente. Den Haag heeft hierover juridisch advies ingewonnen bij Stibbe-advocaat Tom Barkhuysen, tevens hoogleraar staats- en bestuursrecht. Hij baseert zich op artikel 108 lid 3 van de Gemeentewet. „De strekking: Rijkstaken overgedragen aan gemeenten moet je adequaat financieren.”

Volgend jaar krijgen gemeenten van het Rijk 89 miljoen euro minder voor huishoudelijke hulp, op een totaalbedrag van 1,3 miljard. Naast die eenmalige bezuiniging kort het kabinet vanaf 2015 structureel 40 procent op het budget voor huishoudelijke hulp. Problematisch, vindt Den Haag. „Van de twaalfduizend kwetsbare burgers in onze gemeente dreigt de helft door het ijs te zakken”, zegt een woordvoerder van de gemeente. Deze zesduizend mensen kunnen nu nog zelfstandig wonen, doordat zij zorg aan huis ontvangen. „Onze grootste zorg is dat deze mensen straks naar het verpleeghuis moeten. Dat is veel duurder.”

Volgens jurist Barkhuysen is dat bovendien strijdig met internationale verdragen. „Die waarborgen het recht voor kwetsbare groepen om zo lang mogelijk zelfstandig te wonen en sociale bescherming te genieten.”

Den Haag heeft deze juridische conclusies schriftelijk meegedeeld aan staatssecretaris Van Rijn (Volkgezondheid, PvdA). De gemeente ziet het juridisch advies als „basis” voor gesprekken om de bezuinigingen terug te draaien. Mocht het Rijk dat weigeren, dan is een gang naar de rechter een mogelijkheid, zegt de gemeentewoordvoerder. Barkhuysen: „Het feit dat de helft van de kwetsbare Haagse burgers in het gedrang komt, zou voldoende reden moeten zijn om de bezuinigingen te beperken.”